Pagina's

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

woensdag 22 oktober 2008

Denktankwerk: het groot Gezinsverzenboek als Vlaggenschip van de Poëzie

De titel van dit verzamelalbum, Het Groot Gezinsverzenboek van Jozef Deleu geeft je zin om het boek zonder te bekijken in een hoek te smijten, en het nooit meer op te rapen. De vorige eigenaar heeft weliswaar zijn eigendom, de vierde geheel herziene druk van 1985, nooit ingekeken, maar gelukkig heeft hij er ook nooit mee gesmeten. Het is onaangeraakt, zuiver als de keuken van een vrouw met poetswoede, en bevat een schat aan gedichten uit zowel Zuid als Noord.

De kritiek over de titel is eigenlijk niet van mij, maar ik neem hem met plezier over. De Nieuwe Linie kreeg zelfs het voorrecht de volgende zeer terechte woorden op de flap als resentie te mogen gepubliceerd zien:


"Het is jammer dat Deleu geen andere titel voor het boek heeft gevonden. Groot Gezinsverzenboek maakt een wat stichtelijke indruk, het klinkt wat braaf-ouderwets, en zo'n karakter heeft deze bloemlezing beslist niet. De samensteller toont een grote belezenheid, ook in de zeer recente poëzie, en heeft een uitstekende smaak. Het auteursregister telt 196 namen en daarin zit zo'n veelzijdigheid, dat dit boek eigenlijk ook een prachtige algemene bloemlezing uit de moderne Nederlandse poëzie is geworden, een poëzie-leesboek zo mooi als er jaren niet is verschenen."

Spijtig genoeg spreekt de criticus van (het taalkundig nochtans juiste) "Nederlandse" poëzie. Ik ben voorstander van "nederlandstalige" poëzie, Vlaanderen bestaat ook, en ook elders in de wereld wordt er Nederlands gesproken. Dat de variatie in die soorten Nederlands groot is, maakt de taal des te interessanter, maar het ontneemt ook het recht aan sommigen om het enkel over Nederlands te hebben, als het woord als bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt om de taal aan te duiden. Spreek ik Nederlands? Ja. Maar het boek dat ik schrijf is nederlandstalig. Critici zouden dat moeten weten, en die gevoeligheid kennen en erkennen.


Hoewel het niet in de bedoeling van Jozef Deleu gelegen heeft, werkt hij ongewild mee aan die andere Nederlandse ziekte om lange woorden te splitsen: Groot Gezinsverzenboek staat op de stofwikkel als Groot Gezins Verzen Boek. Er is zelfs een heuse website aan dat verschijnsel gewijd. Hilarisch. Pittig detail is dat de criticus in zijn tekst zeer onnederlands het woord voluit en dus correct neerschrijft. Maar in 1985 was die buiging voor de Engelse taal nog niet zo ingeburgerd als nu, denk ik.

Het opzet van de bloemlezing is thematisch voorbeeldig. "500 Gedichten rondom leven, liefde en dood" is afgebakend en tegelijkertijd voldoende ruim om een dergelijk omvangrijk boek periodiek te herzien en heruit te geven. Het zou zelfs anders kunnen opgevat worden.

Ik stel me voor dat er op een jaar tijd behoorlijk wat nieuw werk verschijnt, en dat er laat ons zeggen over een periode van vijf jaar dichters opstaan en herkend kunnen worden door gevormde poëziekenners die met enige zekerheid kunnen zeggen dat hun werk blijvende waarde heeft, en van hun toekomstige werk durven verwachten dat het van dezelfde hoge kwaliteit zal blijven. Geef in die geest een jaarlijks supplement uit aan het basiswerk, en geef daarin de jonge generatie dichters aanmoediging, terwijl de oudere generatie zeg maar een decoratie krijgt wanneer hun nieuwe werk ook voor publicatie in aanmerking komt.


Zet daar dan nog een pakweg maandelijks themanummer naast, met een duiding van de meest belangwekkende gebeurtenissen op het vlak van de poëzie, alsmede een bespreking van een markant dichter, en je kunt er een levenswerk van maken dit in stand te houden. Het concept van de literaire tijdschriften is bouwvallig geworden, en kan enkel blijven bestaan als de zuilen waaronder ze opgericht zijn, verlaten worden, om zich in het hele gebouw voort te bewegen. Op dat vlak zijn "Dietsche Warande en Belfort" of "De Vlaamse Gids" voorbeeldig. Hoewel het één een duidelijk katholiek en het ander een duidelijk liberaal standpunt als uitgangspunt heeft of had, is de verdraagzaamheid tot andersdenkende artiesten groot, en dat is een deel van de levenskracht van beide tijdschriften, die reeds respectievelijk van 1900 en 1905 dateren.

Zo ook kan een dergelijk werk, dat op lange termijn een leidende rol kan spelen in de duiding en verspreiding van de nederlandstalige, en waarom niet, van alle poëzie, ook tijdschriften van kleine groeperingen in leven houden of nieuw leven inblazen. Het is uitermate belangrijk dat men beseft dat poëten in de eerste plaats met poëzie bezig zijn, en niet steeds als de grootste commerciële geesten door het leven gaan. Het is even belangrijk dat deze kleine of nieuwe strekkingen of bewegingen tot het uiterste de kans krijgen hun boodschap te ventileren. De fabricaten die ze vaak met veel goede wil op de markt gooien, hebben geen levensvatbaarheid omdat ze niet kunnen genieten van een verdeelkanaal dat hun eigen oplage met een factor 100 zou kunnen vermenigvuldigen. Waarom zou men aldus geen gezamenlijk orgaan onder de paraplu van samenwerking, verdraagzaamheid en rendabiliteit in het leven kunnen roepen, dat uit hoofde van zijn wezen meteen ook het Vlaggenschip van de Poëzie zou kunnen worden? De naam lijkt me reeds gevonden...

Hoe zie ik dat? Neem het Groot Gezinsverzenboek als basiswerk, en laat de uitgever of auteur pakweg op maandbasis een uitgave doen, in steeds dezelfde vorm, maar met een inhoud naarmate de meewerkende eenheden copij insturen die onder hun organische naam opgenomen wordt als zijnde de uitgifte van hun tijdschrift, in een algemene bundel, dan zou dat de prijs drukken, en de verspreiding bevorderen onder degenen die één of meerdere abonnementen namen op zeer onzekere publicaties. Elkeen schrijft dan hetzijne, en het geeft niet dat er over hetzelfde onderwerp meerdere auteurs een gelijkaardige of totaal andersluidende mening willen verdedigen, daar hun katern en hun standpunt geïsoleerd blijft in het geheel, en het geheel dus groter is dan de som der delen door de diversiteit van meningen en onderwerpen die erin aan bod komen. Zowel de individuele (verantwoordelijke) uitgevers van tijdschriften, de unieke (technische) uitgever van de verzamelbundel als de abonnee worden er beter van. De unieke uitgever kan door de grote oplage en het relatief grote aantal abonnees op een dergelijke uitgave zorgen voor kwaliteitsvol en uniform werk. De individuele uitgevers van de diverse tijdschriften en -schriftjes hebben een publiek dat vele malen groter is dan hetgeen ze in normale omstandigheden zouden kunnen bijeengaren. En de abonnee krijgt door dit concept pas echt waar voor zijn geld: alle aangesloten strekkingen die een tijdschrift verzorgen en zich in bij dit collectief aansluiten zijn dan raadpleegbaar. Het lijkt me een idee om eens verder te bestuderen.

Als ultieme toevoeging kan elke dichter die tegen de risico's en de moeite van het publiceren van een eigen dichtbundel opziet, nu deze in een aparte lijn "verzamelde bundels van de maand" laten opnemen.

Poëzie is Literatuur, literair is poëtisch. Ze horen samen; er moet gewoon eens commercieel nagedacht worden over een betere versprijding van ideeën en werk. Sommigen moeten bereid zijn een stukje van de eigenheid op te geven, anderen zullen in die amputatie hun overlevingskansen geconkretiseerd zien. Een eerder onfrisse vergelijking: is de persoon wiens rechterarm geamputeerd werd blij? Nee, als hij als rechtshandige soep moet lepelen. Ja als je naar zijn levensverwachting vraagt. Je leert wel linkshandig soep eten, maar je kunt ze maar zolang eten als je leeft. Is het moeilijk kiezen?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten