Pagina's

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com
Posts tonen met het label Louis Jacobs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Louis Jacobs. Alle posts tonen

zaterdag 28 maart 2009

Wat een heerlijkheid...

die ingekafte boeken, netjes in het blauwe hemd zoals dat vijftig jaar geleden nog moest gebeuren, zonder uitzondering alle eenvormig op een stapeltje, met een sobere etiquette waarop in blauwe inkt je naam en het vak moest gezet worden. Zo staan er in mijn boekenkast nu toch al een handjevol te pronken in hun voortijds pak, en hun bruine snede is zoals het witte haar van de eigenaar: onder het oudere uiterlijk schuilt nog een frisse inhoud.

Zo heb ik daar staan: De Shoet, van dr. Karl May, een frisse kerel met een vooroorlogse spelling, die door het lot terechtgekomen was bij iemand die hem degelijk gelagerd heeft, zodat hij nu nog het uiterlijk heeft van een jonge krachtige kennisdrager, met hier en daar een onzuiverheidje, maar alles bij mekaar toch nog een prachtexemplaar.

Wie me trouwens kan meedelen onder welke naam dit boek tegenwoordig de markt betreedt, mag mij dat altijd melden, want op Librarything vind ik die titel niet terug. Het boek begint met het hoofdstuk: "Halef in gevaar", waarna de "Dorpstoestanden in Glogovik" besproken worden. Kara Ben Nemsi wordt er weer ten tonele gevoerd, en het speelt zich af in het Ottomaanse Rijk, maar of ik het ooit gelezen heb, dat weet ik niet meer. Dat is te lang geleden. De verhalen van Karl May die ik als kind gelezen heb, zijn voornamelijk die die zich in Noord-Amerika afspelen, en ook een aantal waarin Kara Ben Nemsi te paard door de Balkan en omstreken rondreist, maar er is oneindig veel meer te lezen van hem.

Dit boekje is nummer 6 in de uigave van het Hollandsch Uitgeversfonds te Amsterdam, speciaal voor de Vlaamse markt gedrukt, want op de achterkant staat een publiciteit voor een "Volledige geïllustreerde volksuitgave van De Leeuw van Vlaanderen, onverkorte uitgave tegen 8 Frank. Tegen dezen gunstprijs zal ieder gezin dit meesterwerk willen bezitten! Te Verkrijgen bij alle boekhandelaren". Een publiciteit in Nederland zou de prijs niet in Frank uitdrukken.

Helaas werd in het boekje geen enkele aanduiding gegeven van het jaar van verschijnen. Als iemand daar wat meer over weet, wil ik het met graagte weten. Het boekje wil ik nog minstens een leven van dertig jaren extra bezorgen. Deze wens komt daarmee ook over mij heen, dacht ik.

Ook de "Inleiding tot de Congoleesche Volkenkunde" door N. De Cleene heb ik op die manier onderhanden genomen. Mooi ingepakt in blauw kan dit boekje, dat ooit een bibliotheek tot last geweest is, hier tussen een aantal soortgenoten over het Congoleesche volksleven tot rust komen. Het boekje zelf is uitgegeven in een reeks "Bibliotheek Zaïre" in 1943, uitgegeven op oorlogspapier, en heeft in die tijd 40 Frank moeten kosten. In het boekje staat meerdere malen een verbleekte stempel van een "Boekerij", doch ik kan op geen enkele wijze meer aflezen over welke boekerij het dan wel zou gaan. Spijtig. En ooit heeft iemand er 150 Frank voor willen hebben. Of dit ook gelukt is, weet ik niet. Het is nu tegen een nietige prijs bij mij terecht gekomen, en ik hoop dat ik het ooit zal lezen. De inhoud is echt wel interessant te noemen.

Nog zo een gekafte rariteit is een boekje genaamd "Lente van het Hart", van Joos Florquin. Een reeks vertellingen, die zo anders zijn dan de diepgaande intellectuele gesprekken die hij met zovele grote Vlamingen van alle soorten gevoerd heeft, en waarvan de neerslag in menig exemplaar van de historische televisiereeks "Ten huize van..." te vinden is. Als Davidsfondsuitgave van 1946-3, nr 340 in de Volksreeks is het niet echt een zeldzaamheid, maar de auteur trekt me natuurlijk aan, en ook het frisse uiterlijk van het boekje, dat in vergelijking van sommige leeftijdsgenoten een jeugdige uitstraling heeft behouden, die uitnodigt tot lezen. Daar ik op dit ogenblik bezig ben met het klasseringswerk, is dit bijna als een herontdekking te omschrijven, het komt op een mooie plaats te staan.

Ook "Consience" van Rob. De Graeve is zo een jeugdig gebleven boekje, dat ik in dezelfde uitvoering ook reeds bezit, maar dat veel beter bewaard gebleven is. Davidsfonds Volksreeks, no. 248 uit 1934. Het is dus 74, mogelijk reeds 75 jaar oud.

Een laatste die ik vandaag van een jas voorzien heb, is "Nederduitsche Vertellingen", samengebracht door Jozef Simons. Ook hier weer geen enkele jaaraanduiding, maar Tante Google leert me dat Kadoc het ook kent, en het in 1939 situeert. Helaas ontbreekt bij mij een (de?) stofwikkel, waarop mogelijk meer informatie zou te vinden zijn. Het boekje bevat zelf geen enkele aanduiding over jaartal, uitgeverij of iets dergelijks. Maar in een ander zoekresultaat van Kadoc staat dan weer 1937 vermeld.

De benaming "monografie" die Kadoc gebruikt als publicatietype lijkt me toch een beetje ver te gaan. Weliswaar doet Fr. Fromme een mooie omschrijving van de Nederduitse taal, en geeft het boek alzo zijn blijvende waarde voor wie meer wil dan alleen maar de mooie verhaaltjes die uit het Nederduits sprekende volk verzameld zijn, maar dat is naar mijn normen nog geen monografie. Vooraan in het boek is een prachtige statiefoto te zien van een andere verteller, W. Zierow en een detail van zijn handschrijft als onderschrift bij die foto, terwijl Kadoc dit negeert en het boek niet geïllustreerd noemt. Raar toch allemaal, maar ik merk dan ook dat de omschrijving zoals ze door Kadoc geleverd wordt, hoogst summier is, en echt een verdubbeling in de basisinformatie zou kunnen leveren, gezien de stempel van wetenschappelijk instituut die Kadoc toch met zich meedraagt. De enige reden trouwens die ik zie voor opname in hun database van dit boek, is het feit dat de vertellingen bijeen gebracht zijn door Jozef Simons, een "katholiek" auteur. Maar dat zij in de boekgegevens niet eens de naam van deze auteur vermelden: rrrraaaarrrr.

Ik heb na het raadplegen van de biografie door Louis Jacobs ook het boek van M. Verheecke, "Jozef Simons, verteller, zanger, Kempenaar" erbij gehaald, en daar leer ik enigzins wat dit boek echt kan betekenen. Er bestaan om te beginnen twee uitgaven genaamd "Nederduitsche Vertellingen", en daarbij is de keuze van de auteurs van wie hij deze vertellingen opnam, niet zo toevallig geweest. Jozef Simons was in contact gekomen met Fr. Fromme tijdens diens reizen door Vlaanderen, en toen deze het boek "Eer Vlaanderen Vergaat" vertaalde, bleek deze studie van het frontleven ook op de Duitse bevolking meer indruk te maken dan een gewone beschrijving: Jozef Simons toonde blijkbaar niet alleen de menselijke kant en het menselijk lijden van de Vlaamse soldaat in de loopgraven, maar tekende ook de tragedie van de Duitse soldaat aldaar.

De vriendschap met Fr. Fromme gaf aanleiding tot wederzijdse literaire bevruchting, en na kennismaking met Ulrich Zierow, zoon van Wilhelm Zierow, werden de studie van het Nederduits en de bundeling van de verhalen gedaan. In twee bundels dus. Maar nergens kan ik het jaartal terugvinden.

Nu ga ik deze boeken boven op zolder op hun plaats zetten, dat kost me twee minuten werk, maar ik weet niet hoe laat ik dan terug beneden raak, want waar ik één boek in de kast zet, haal ik er twintig uit. Onmogelijk, maar waar.

woensdag 18 februari 2009

Albe, aan boord van het woord, door Hendrik Diddens

De wievragen. wie is Albe? Wie is Hendrik Diddens? Bijkomende vraag: hoe lang is het geleden dat ik de verzamelde werken van Albe kocht, en hoopte ze snel door te nemen? Ik weet zelfs niet meer of ik van hem in deze blog melding maakte, of in mijn papieren dagboek.

Maar Tante Google leert je een heleboel dingen over deze in Mechelen geboren Vlaamse Reus, die zich opvallend door het landschap heeft voortbewogen. De hele zwik droge gegevens laat ik dan ook volkomen achter me, daar hebben anderen een geschikter medium voor gecreëerd dan deze blog. Zoek het maar zelf uit hoeveel je van hem wil weten. Een tip: Louis Jacobs heeft een puike literatuurlijst ter beschikking. Ik heb wat anders bij de hand.

Deze ochtend, ergens in Oost-Vlaanderen, gingen de ogen van deze jongen plots groot open. Wat zag mijn lodderig oog? Ik hield het niet voor mogelijk, en moest nog eens kijken. Voor mij lag, begraven tussen allerhande Artis- en Elsevieruitgaven over wijn, breien, de grachten en sloten in Vlaanderen en Goede manieren van 50 jaar geleden, wegens het formaat: Albe Aan boord van het woord, door Hendrik Diddens.

Dit boek werd samengesteld ter gelegenheid van de viering van zijn zeventigste verjaardag in het kasteel van St.-Maria-Oudenhove door de vereniging "Kunstenaars voor de jeugd", waarvan hij voorzitter geweest is. Als de viering inderdaad op of rond zijn verjaardag gehouden werd, moet dit dus in de vroege zomer 1972 geweest zijn. Aan alle tijdens de academische zitting aanwezige leden van de vereniging werd een exemplaar van dit boekje aangeboden. Een beperkte oplage, niet commercieel ingezet. De gloednieuwe eigenaars konden aldus hun naam onderaan de colophon inschrijven.


Het exemplaar dat ik nu in mijn bezit heb, is niet ondertekend, en de vraag blijft dan open waarom niet. Ik neem aan dat de leden van dezelfde vereniging trots zouden geweest zijn dit boekje te hebben mogen ontvangen, en ik zou er zeker mijn naam in geschreven hebben, als de organisatie het dus niet zelf deed. Bovendien zou ik de kans niet gemist hebben aan de auteur en aan de gevierde kunstenaar te vragen het boek te signeren. Niets van dat alles.

Dus vraag ik me af of dit een restexemplaar is, dat na de viering in een stoffige doos is terecht gekomen, die jaren op zolder gestaan heeft tot de vereniging opruiming gehouden heeft, en dit prul afgestaan heeft voor het goede doel, gelukkig. Op zijn minst gezegd een rare kronkel om voor waar door te kunnen gaan.

Of de eigenaar was niet echt geïnteresseerd, en dat blijkt uit de uitstekende staat van het boekje, dat in zijn bijna zevenendertigjarig bestaan alleen een paar ouderdomsvlekken vertoont op de achterkant. Geen leessporen, behalve de geplooide rug, die bewijst dat het boek op de foto's opengegaan is, en slechts een stockeringsslijtage van de randen van het boek (het heeft gelegen, zoveel is duidelijk). Ook een ezelsoor bewijst dat de stockering niet altijd zorgvuldig gebeurd is.

Enige mooie zwart-witfoto's stofferen de tekst, en ook een afdruk van de partituur van Paradijsvogel, gedicht door Albe, met muziek van Lodewijk De Vocht maken het geheel interessanter.

Het kwaliteitspapier, de uitgebreide bibliografie, de vermelding van de gedichten op muziek, de literatuurlijst en niet in het minst de colophon maken het boek als geheel af.

Hendrik Diddens, in het mechelse ook niet onbekend, zo leert een zoektocht door internet, heeft mooi werk afgeleverd. Hij is een literatuurkenner, die heelwat geschreven heeft. De figuur van de paradijsvogel, op de omslag mooi in een art-nouveauversie gezet, komt binnenin tot leven in een prachtige afdruk van een manuscript van Paradijsvogel, en geeft aldus op subtiele wijze aan welk het voornaamste gedicht van de schrijver moet zijn.

Dit is een prachtige verovering, enkel het stempeltje, waaruit je kan opmaken dat ik dit boekje meegenomen heb tegen de prijs van één euro per kilo, is weer een kleine degradatie van dit literair juweeltje.

Heerlijk, hoewel het avond is, wil ik weer zingen van Oh what a beautiful mornin'... En om in dezelfde geest af te sluiten als deze Oklahoma-song mij oplegt, hoe kon ik in de vroege ochtend van mijn ontluikende literaire interesse weten, dat Kapitein Zeldenthuis niemand minder was dan de hierboven genoemde Vlaamse Reus?

woensdag 3 december 2008

Dr. Jan Grauls, taalkundige

Vandaag weer even een kort bezoek gebracht aan de brongebieden. Tot mijn grote blijdschap heb ik er een werkje over onze taal te pakken gekregen, geschreven door niemand minder dan dr. Jan Grauls, Hasselaar.

En zoals dat in Vlaanderen hoort, heeft een Limburger uit de voor- én naoorlogse periode als wetenschapper net iets minder onmiddellijke impact op de gemeenschap. Wie kent er dr. Jan Grauls nog?

Hij is geboren te Hasselt op 19 april 1887 en overleden te Astene op 5 februari 1960. Hij promoveerde in 1914 aan de Rooms Katholieke Universiteit te Leuven (dat was nu éénmaal de officiële benaming van de Universiteit in die tijd) in de Germaanse Filologie (zou hij Ernest Claes als studiemakker gehad hebben? Zoniet, wie dan wel?) op een dissertatie over de klankleer van het Hasselts dialect. Hij werkte op het Ministerie van Openbaar Onderwijs als hoofd van de vertaaldienst. Zijn voornaamste bezigheid was het taalkundig en taalhistorisch onderzoek van het Nederlands. ((Louis Jacobs leert het mij: In 1910 promoveerde hij (Ernest Claes) in de Germaanse filologie
.))

Verrassend thema in zijn onderzoek: de invloed van de Vlaamse volkstaal op het Waals. Ook de kennis van familienamen door middel van beroep en begrip en de studie van de spreekwoorden van Pieter Breugel (een oude bekende) stonden op zijn programma.

Bovenal was hij een strijder voor de zuivere taal, hij was bij wijze van spreken de man die de ondertussen verouderde, maar niet vergeten woordcombinatie: A.B.N. vorm gegeven heeft; het zuivere taaleigen en de "beschaafde uitspraak" waren zijn stokpaardje.

In het boekje, de Vlaamse Pocket nr. 69, geeft hij in "duizend en een onderwerpen" taalkundige wegwijzertjes.

Zo leer ik dat Vrijmetselaars in het laat-middeleeuwse Engeland Freemacons genoemd werden, dat zij uiterst bedreven bouwers waren, die van stad tot stad trokken en deelnamen aan de grote bouwwerken, zonder zich onder de controle van de plaatselijke gilden te hoeven stellen. Ze hadden als onderlinge herkenningstekenen verschillende geheime tekens en woorden ter beschikking. Hun opleiding kregen zij in besloten huizen, die "Lodge" genoemd werden. In Engeland wemelt het nu nog van "Lodges"...

Een andere Hasselaar is de goddelijke Jos Ghysen, met de Vlaamse Pocket "In stukjes gevallen". Ik weet niet meer of ik hem al heb, ik heb het zekere voor het onzekere genomen.

In de reeks van Reclam verlag vind ik nu ook van Ernst Stadler "Der Aufbruch" terug.

Ook in de Duitse taal: "Mein Kriegstagebuch - Führerhauptquartier und Berliner Wirklichkeit - Vorwort: Kurt Sontheimer", van Marianne Feuersenger, uitgegeven bij de
Herderbücherei als Band 955. Weer een belangwekkende verzameling onbevooroordeelde momentopnamen door een bevoorrecht getuige. Altans, dat hoop ik, want de schrijfster is na de oorlog een gewaardeerd journaliste, redactiechef en omroepster geworden. Van journalisten verwacht ik onbevooroordeelde geschriften, ook als zij op één of andere wijze betrokken waren of zijn in de gebeurtenissen, die ze beschrijven, behalve als het om op de werkelijkheid gebaseerde fictie gaat. De omschrijving van de inhoud klinkt als volgt, en ik beperk me tot de eerste zinnen.

Dies sind keine Erinnerungen. Es ist eine Auswahl von Briefen und Notizen, wie sie in den Kriegsjahren spontan niedergeschrieben wurden von einer jungen Frau, die zeitweilig auch das offizielle "Kriegtagebuch der wermachtführung" zu scheiben hatte, also van Anfang an mit "Herschaftswissen" belastet war. Zunächtst in der Operationsabteilung tätig, später Sekretärin des "Beauftragten der Führers für die militärische Geschichtsschreibung", gehörten geheimste Pläne und Protokolle zu ihrem täglichen Arbeitsmaterial. (...)

De rest vul ik morgen aan.