Pagina's

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com
Posts tonen met het label Warden Oom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Warden Oom. Alle posts tonen

woensdag 21 januari 2009

Een slaperige dag te Oudenaarde

Met niets anders dan een uurwerk vol tijd voor me, ben ik nog een beetje boeken gaan besnuffelen. De oogst is niet groot, maar er zit toch weer een pareltje in.

Eerst is er Leuven Hoofdstad van het bier, een door Brouwerij Artois uitgegeven boekje dat vermoedelijk uit 1976 stamt. Helaas niet de eerste uitgave, maar kom, ook hier is het fotowerk belangrijker dan de keurig naast mekaar gezette drie-talen-tekst. Het stukje historiek van de brouwerij is eigenlijk nog interessanter dan de geschiedenis van de stad zelf, niet zozeer omdat ik deze geschiedenis uit andere boeken reeds ken, maar omdat Artois op een rijtje ook een interessant onderwerp kan zijn.

Sven Ornelis heeft zich ook eens bezondigd aan schrijverij : Gewoon wat Vlooien zoeken. Toen hij blijkbaar 17 was, en dus een kop had alsof hij de jaren 80 uitgevonden heeft; lekker. 55 Pagina's afwisselend proza en poëzie, met zelfs een paar tekeningen (een jeugdig schrijver doet dat nu eenmaal, en sommige oudere schrijvers ook). Gewoon als curiosum gekocht.

Enige tijd geleden heb ik hier melding gemaakt van Edward Vermeulen ofte Warden Oom. Bij Lannoo-Tielt hebben ze van hem ook De Blieckaerts uitgegeven, nu ligt voor me, Stadhuisratten. In perfecte staat, de tijd in acht genomen. Het is een tweede uitgave, en eigenaardig, het boek was er één dat niet hoefde opengesneden te worden. Nochtans staat zoo er met twee o's te pronken. Stadhuisratten, zo leert me mijn goede vriend Louis Jacobs, die ik altijd dank verschuldigd ben als het over Vlaamse schrijvers gaat, is geschreven in 1927. Als dat een tweede druk is, dan was dat destijds toch een mooie uitgave. Ik ben blij.

maandag 19 november 2007

De Blieckaerts

Oef, ik heb het volgehouden, en het boek helemaal uitgelezen. Warden Oom, pseudoniem van Edward Vermeulen, heeft een boek geschreven, en ik heb het gelezen. Niets nieuw onder de zon, duizenden Vlamingen hebben deze stroeve, West-Vlaamse lectuur doorworsteld, en naargelang van hun afkomst, dit schrijfsel verafgodend opgedronken, dan wel met de zangerigheid van de Limburger vervloekt. Perdaaf toch, jong, da kan toch nie, zoe e gezaag. Dije kalt plat West-Vlams in zen biek!

Alles heeft zijn plaats, alles heeft zijn tijd. Ik schrik altijd als ik de vanzefsprekendheid bemerk, waarmee de West-Vlaming destijds er van uit ging dat zijn sprake alleenzaligmakend was. Net zoals de Nederlander vandaag nog steeds neerbuigend doet tegen de Vlaming. Zoals de Antwerpenaar denkt dat hij Vlaanderen enige beschaving moet bijbrengen.

Ik houd van Gezelle. Maar ik moet zijn particularisme niet, want dan geef ik toe dat ik als Limburger geen recht tot spreken had, aangezien Gezelle een groot dichter was, en dus de krijtlijnen uitzette, en zodoende moest gevolgd worden.

Foute redenering, natuurlijk, maar ik heb jullie toch lekker even op stang gejaagd. Als het daar op aan komt, is het voldoende even erop te wijzen dat sommige bevolkingsgroepen menen boven de anderen te staan, en dat is dus beslist niet waar. Zeggen ze. En bewijzen daardoor dat hun houding alvast wel zo is: slechts weinig mensen spreken de waarheid, het meerendeel bevestigt de leugen door ze te ontkennen.

Ingewikkelde redenering, nietwaar? En toch is ze correct, maar ze heeft ook een terugslag: ik ben namelijk de Cretenzer, die beweert dat alle Cretenzers leugenaars zijn. En dus de waarheid spreekt, door te liegen. Waarna het opvalt dat ik door te liegen eigenlijk niet meer weet wie ik ben, waar ik vandaan kom, of ik überhaupt iets zeg, en of ik dat naar waarheid lieg. En dus ga ik er maar vanuit, zoals 99.99% van de wereldbevolking, dat ik volkomen bonafide ben, slechts streef naar de waarheid, en dus het beetje leugen dat in me schuilt, tracht te onderdrukken.

Heb je het gezien: ik TRACHT het te onderdrukken. Ik onderdruk het dus niet. Ik tracht het alleen maar. Ik lieg dus, als ik 99.99% waarheid spreek. En dus is mijn waarheid alleen maar een leugen. Wat is de wereld toch een ingewikkeld geval. Eigenlijk zou Hercólubus echt eens moeten langskomen, en komaf maken met dat menselijk gespuis dat er alleen maar op uit is de wereld te bezitten. Boem, gedaan.

Ja, maar dan is het ook boem gedaan met alle dierlijk en plantaardig leven, want een botsing van dergelijke omvang is een uitspatting van de vloeibare kernen van twee planeten, en dag! leven... Of hoe je meteen kan bewijzen dat ook de elementen van het heelal een leugenachtig bestaan lijden: ze komen zogenaamd wezenloos af op eerlijk (toch voor 99.99%, dacht ik) voortzwoegende wezens, die alleen maar door middel van moord en verkraching trachten te overleven in een uitermatige vijandige omgeving. Ze vernietigen veel meer dan er nodig is om de oorlog te winnen, en claimen dan dat de door de botsing opgelopen wonde de schuld van hun slachtoffer is.

Jongens toch, was ik toch maar de zon, of liever Pluto, die gedegradeerd en wel daar miljoenen kilometers vandaan loopt te cirkelen in zijn gevangenis-baantje omheen dat sterretje.

Wat heeft dit alles te maken met Warden Oom? Om het kort te houden: niets. Ik houd ervan af en toe mijn gedachten eindeloos te laten stromen, vloeien, en dan met verbazing naar het resultaat te kijken.

Heeft Warden Oom dat ook op die manier gedaan, of heeft deze eenvoudige landman gelijk een echte vakman-schrijver zijn draadjes eerst goed uitgesponnen, om vervolgens over die steunen heen zijn web van De Blieckaerts te spinnen, en alle ongeluk van de wereld op die manier in het reine te laten komen?

Is Gezelle echt een grote dichter, of een man die alleen maar zag dat Vlaanderen nood had aan een leidende stem in het koor, een stem die de katholieke gedachte ronddroeg, een stem die zijn West-Vlaamse wortels zelf van bodem voorzag, en dus eigenlijk door zijn levenswijze ertoe kwam om uiteindelijk tegen de wil van bissschop en staat in de grootste onder zijn gelijken te worden?

Vermeulen en Gezelle, jullie zijn zo ontiegelijk moeilijk te lezen, voor het kleine limburgertje dat hier zijn laatste woordjes tikt, maar het is allemaal zo ... schoon. Dat Hercólubus nog lang moge draaien rondom de zon die ons warmte bezorgt, en, in de visie van Vermeulen en Gezelle, Gods warmte ronddraagt.