Pagina's

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com
Posts tonen met het label de Graeve. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de Graeve. Alle posts tonen

dinsdag 4 augustus 2009

De Virtuele Nationale Bibliotheek

Om de planning van de Directie van de Nationale Bibliotheek dan maar volledig te maken, laat ik de tien nooit gepubliceerde titels van de vierde jaargang, onder de hoofding Sagen en Legenden, en onder redactie van Prof. vander Linden, hier volgen. Het weze wel verstaan: ik vind geen enkel bewijs van publicatie. De nummering, volgorde en jaargang zijn dan ook hypothetisch.

1949-1: Het boek van Thot (Egypte)
-2: De terugkeer van Odusseus (Griekenland)
-3: De roof van het Gulden Vlies (Griekenland)
-4: De betoverde Zwanen (Ierland)
-5: De zieke Prins (Vlaanderen)
-6: Poeska, de koene Held (Canada)
-7: Nala, de Wonderprins (Sanskriet)
-8: De trap der Reuzen (Ierland)
-9: De Vlucht van de Kalief (Perzië)
-10: Kalewala, het land der Helden (Finland)

Het doet wat eigenaardig aan, tien titels van niet gepubliceerde werken. Sommige ervan worden op Google herkend, of beter gezegd: ze leiden naar een gekende legende, sommige leveren geen echt duidelijke gegevens op. Rrrrraaarrrr.

zaterdag 1 augustus 2009

Nationale Bibliotheek De Ooievaar

Ik heb ze vandaag persoonlijk afgehaald, alsof het een schat betreft: de drie jaargangen 1946-1947-1948 van de Nationale Bibliotheek De Ooievaar, geschreven door Rob. De Graeve, Inspecteur L.O. De vriendelijke verkoper heeft ze me overhandigd aan de deur, en we hebben nog een gezellig praatje over deze boekjes gedaan. Ze blijken van een dame afkomstig te zijn, die ze al die jaren zorgzaam bewaard heeft. Helaas ontbreken er vier nummers, en dat vind ik niet eens erg, dat kan ik later nog altijd goedmaken. Een toemaatje van formaat vind ik het extra nummer, buiten reeks, dat allerhande informatie verschaft over de boekjes van de reeks, en een korte inhoud van de twintig eerste nummers.

Zoals gegeweten, Rob De Graeve heeft de eerste drie jaargangen integraal voor zijn rekening genomen, de vierde reeks had moeten geschreven worden door Prof. vander Linden. Dit laatste is klaarblijkelijk niet gebeurd, en zo de professor dit toch zou gedaan hebben, is zijn werk mogelijk niet gepubliceerd, of heeft hij dit (misschien onder een andere naam) ergens anders uitgegeven. Zijn naam en de volledige reeks staan wel vermeld op de achterkant van de derde reeks boekjes, maar sporen van het fysieke werk zijn er nog niet. En er blijkt in het begin van de uitgave nog al wat verwarring bestaan te hebben over de volgorde van verschijning. Noch de titels, noch de naam van de professor doen echter een belletje rinkelen bij tante Google.

Hier alvast de volgorde zoals ze in realiteit uitgegeven zijn.

1946-1: De oude Viking en zijn Zoon
-2: Willy Stormvogel en zijn club
-3: Het Sprookje der goede Koningin (ontbreekt)
-4: Artevelde, dat was een Man
-5: Wij de Vlaamse Gentlemen I
-6: Het geheim van de oude Toren (ontbreekt)
-7: Een Kerel met de Daad
-8: Wij de Vlaamse gentlemen II
-9: Godfried de Kruisridder
-10: Vrouw Nielsen en haar zeven Zorgen

1947-1: De schone Legende van Edelvrouwe Rosamonde
-2: Het drama der woelige Zee
-3: De Zoeker naar het zwarte Goud
-4: Het Meisje met de blonde Haren
-5: Damiaan, de Held zonder zwaard (ontbreekt)
-6: Het Oude Roelandslied
-7: Drie Jongens op Avontuur
-8: Toen Marieken van Nijmegen het Klooster verliet
-9: Rubens, de koning der glanzende Kleuren
-10: En dit is een Kerstverhaal

1948-1: Voetsporen in de sneeuw
-2: Marleentje van het Molenhof
-3: Dr Notenkraker en zijn Orkest
-4: Jawel, er zijn nog Kabouters
-5: De Zoon van de Bezembinder
-6: Helden van het IJzerslijk (ontbreekt)
-7: De gebroken Spiegel
-8: Onder de Zonnegloed van Congoland
-9: De verzegelde Deur
-10: Als de Winter komt.

Als wij de volgorde bekijken op de binnenkant van het voorblad van het eerste nummer, blijken de Vlaamse gentlemen op de plaatsen 2 en 3 te komen, Willy Stormvogel op 4, Artevelde op 5, de oude toren op 6, de kerel op 7, de goede koningin op 8; Godfried op 9 en vrouw Nielsen op 10. Was Rob De Graeve niet tijdig klaar met de Vlaamse gentlemen? Of zijn er andere redenen geweest voor die ommezwaai? Alleszins lijkt het slordig iets aan te kondigen en dat later te veranderen, maar ik denk niet dat daar veel lezertjes over gevallen zijn. (noot 02/08/2009: er zijn zeer zware andere redenen geweest, heb ik ondertussen uitgevlooid)

In 1946 kon men de boekjes vanaf de leeftijd van 12 jaar kopen bij hun meester(es) tegen 6 fr. per nummer, of 55 fr. voor de heele jaarreeks. Niet-schoolgaanden "wenden zich voor losse nummers, tot den Boekhandel of, voor een abonnement, rechtsreeks tot het Beheer van de Nationale Bibliotheek De Ooievaar in de Montereystraat 1b te Gent." Ouders en schoolhoofden werden aangespoord hun kinderen van af 12 in te schrijven bij de Nationale Bibliotheek De Ooievaar. Beheer en Redactie zaten inderdaad bij het Uitgeversbedrijf FIAT, waarvan ik de naam niet meer kan verklaren. Reeds bij de uitgave van Willy Stormvogel (wel degelijk nummer twee) is de definitieve volgorde vastgelegd. Op de boekjes staat echter de prijs niet vermeld, dat gebeurt pas vanaf het nummer vier van de tweede reeks. Daar staat boven rechts vermeld Fr. 6,-. Vanaf het nummer vijf staat die aanduiding in de linkerbenedenhoek. Enige nummers verder staat er vermeld dat de losse nummers 6 frank kosten, met abonnement is dat 5 frank.

Een interessant gegeven is het bestaan van de zogenaamde liseuse. Daar is een mooie geschiedenis aan verbonden. Ik citeer letterlijk van de mededelingen van de directie op de achterkant van de voorpagina:

Een huisvader - vooraanstaand nijveraar - sprak ons over: "wat mijn kinderen allemaal lezen"
Hij is zodanig ingenomen met de OOIEVAAR-boekjes, dat hij, om ze netjes te bewaren, duizend "liseusen" wil fabriceren in similileder... en ze schenken aan evenveel nieuwe abonnementen.
Wij hebben gevraagd en verkregen, dat de helft daarvan zou toegekend worden aan 500 bestaande klienten, aan de 500 eersten onder U, die ons een nieuw klient aanbrengen op de 3 reeksen (150 fr.) of een koper van vijfmaal 5 bundels (27,50 fr. X 5) speciale jongens- of meisjesboeken : zie "nieuwigheid" in nr 3 van deze reeks.
U zelf en uw klient, ontvangt dan ieder een "liseuse" ter waarde van 25 fr.; U ontvangt daarenboven nog - als propagandist - het driekleurig Ooievaar-kenteken (waarde 10 fr.), een speld voor de jongens en een broche voor de meisjes.
( ... )
Wij danken hier openlijk de milde schenker, die onbekend wil blijven... en indien er nog zulke goedhartige mensen bestaan, die iets willen doen voor de Belgische jeugd... dan heten wij ze welkom als erelid van onze Ooievaar-Club !

Ook op vlak van marketing waren de uitgevers niet vies van enige extra uitleg. Zo wordt er gewezen op scholen waar nog steeds slechts één abonnement lopende was. Of op het feit dat de jongere leerlingen, die nog niet "rijp" waren voor de aangeboden lectuur toen ze voor het eerst verscheen, nu toch ook netjes een abonnement konden nemen, of dat de oude uitgaven per 5 in één album verschenen? of dat de 10 verhalen van reeks drie mooi gebonden te koop aangeboden werden?

Uit het referendum dat hieromtrend gehouden werd, is besloten om na de dertig boekjes voorlopig geen nieuwe reeksen meer uit te geven. Er werd besloten dat 30 titels nog enige jaren mee konden draaien in een circuit, dat hierboven uitgelegd wordt. Tevens bestaat de bijna unamieme wens de 30 boekjes te laten herdrukken, om de verkoopprijs op 5 frank te brengen. Hieruit kan ik niet opmaken of de boekjes van Prof. vander Linden, betreffende de sagen en legenden (ondermeer Het boek van Thot; Odusseus, De zieke Prins...) dan zoals voorzien wel uitgegeven zijn. Ik vermoed van niet. (noot 02/08/2009: zie noot hierboven)

Tijdens de treinreis van Leuven naar Oudenaarde heb ik het verhaal van de oude Viking en zijn Zoon half uitgelezen. Als je enige moeite doet, de doelgroep van zestig jaar geleden in acht neemt en de tijdgeest laat meespelen, is dat aangename lectuur: spannend en leerzaam. Ik, die zelf in de jaren zestig geabonneerd was op de Vlaamse Filmpjes,
begrijp daaruit dat er toch wel van enig succes sprake was. De vraag rijst dan ook waarom en wanneer de reeks uiteindelijk stopgezet is. Het opzet van bij de aanvang moet alvast groter geweest zijn dan de 30 titels van Rob. De Graeve die ik opgesomd heb. Ook de 10 van Prof. vander Linden moeten in achtgenomen worden. Dan blijkt dat Rob. De Graeve eigenlijk de supervisie over de reeks deed. Dus moet er ergens een knoop in de kabel gelegd zijn, waarover de reeks uiteindelijk gesneuveld is. (noot 02/08/2009: inderdaad, zie bovenstaande noot). Weer wat op te zoeken.

Ook het extra-nummer, met de beschrijvingen van de eerste twintig titels moet ik nog bekijken, om er wat zinnigs over te kunnen zeggen.

Deze tekst, bewerkt en aangevuld zal ik bij mijn documentatie over Rob. De Graeve steken. Het is slechts zijdelingse informatie, maar zij geeft toch de geest en het tijdbeeld weer waarin deze auteur zijn werk verricht heeft. En ik weet ook weer wat te doen...

donderdag 30 juli 2009

Bevallige godin (tweede aflevering)


En zo kon het gebeuren dat voor de tweede maal in nauwelijks één jaar tijd er een klein OudHerkske op de wereld gezet werd. Reden waarom ik enige tijd buiten de pennearena gebleven ben. De foto moet maar voor zich spreken. Zoals je kunt zien zijn moeder en Noa in opperbeste stemming, terwijl Mirre het feestgedruis aan zich laat voorbijgaan. Toch heeft grootvader er het grootste vertrouwen in dat schavuit nummer 2 even vlug de camera zal ontdekken.

De volgende bijdrage zal voor een stukje gaan over mijn zoektocht naar gegevens over Robert De Graeve. Ik heb toch al enige dingen over hem opgespit, en nu verwacht ik nog wel een paar mededelingen van correspondenten die ik aangeschreven heb. Daar zal echter wegens het verlof, of omwille van organisatorische redenen enige tijd overheen gaan. Ik heb echter het volste vertrouwen dat er wat uit de bus kan komen.

Toch blijven er nog tientallen opdrachten, die ik me in de loop van mijn voorbereidingen opgelegd heb, uit te voeren. Schrijven naar Zus. Opzoeken op Zo. Controleren of Si. Dubbel controleren of La. En niet te vergeten: ik heb recent een pakketje boeken van Robert De Graeve te pakken gekregen, het gaat over de Ooievaarreeks, jaargangen 1946 - 1947 - 1948, met twee of drie ontbrekende nummers. En de bibliografie is nu al aardig volledig. Wat ik terzake van geschriften nog stevig moet aanvullen zijn de secundaire geschriften: artikels verschenen in dag- of weekbladen, al dan niet van zijn hand. Brieven, telegrammen, kattebellen en andere aantekeningen. Radiovermeldingen. Foto's. Kunstwerken. Filmfragmenten. Getuigenissen die slechts mondeling op te tekenen zijn. Waar is dat alles heen? Waar kan ik ze nog vinden? Helemaal kan dat alles niet verdwenen zijn. Hoe zit het met zijn familie? Zijn vrienden? Of vijanden? Zijn collega's? Zijn metgezellen in verenigingen?

Hoe meer gegevens ik vind, hoe meer vragen er naar boven komen. Het zal een zwaar en lang werk worden, maar dit verzeker ik u: één nee zal gepareerd worden met tien ja's. Ik ben geen Amerikaan die graag zwaait met de uitdrukking dat nee geen optie is. Nee bestaat niet eens...

Zware peptaal. Zo een vaart zal het wel niet lopen, maar het is fijn jezelf vol adrenaline te voelen lopen als je aan je eigengekozen project denkt, en er naar je eigen mogelijkheden het beste en nog iets meer van kunt maken.

Het project staat nog maar in zijn beginfaze. Misschien heb ik op zeker ogenblik hulp nodig. Hopelijk vind ik die op het juiste moment. Hopelijk stel ik mezelf en aan anderen op het juiste ogenblik de juiste vragen. Hopelijk stel ik aan de juiste personen de juiste vragen. Maar in dat laatste geval kan het natuurlijk even duidend zijn als ik op het verkeerde ogenblik aan de verkeerde persoon de verkeerde vragen stel. Het lijkt me een vak apart. Door de keuze voor dit project, zo vlak voor de vakantie, en zo vlak voor mijn familiale uitbreiding, heb ik eigenlijk nauwelijks wat gedaan, maar dat geeft me ook de kans enige tijd te besteden aan planning. Tijd besteden aan onderzoek naar de juiste vragen, om de verkeerde vragen beter te kunnen stellen, dat moet ook gebeuren. En de boel moet natuurlijk ook nog een beetje bezinken.

zondag 5 juli 2009

Oproep: Davidsfonds, Kadoc en gijlie

Het toeval bestaat niet, tenzij dit per toeval een foute uitspraak is.

Een paar dagen geleden heb ik een mail gericht aan het Davidsfonds, met het verzoek mij zo mogelijk wat informatie te bezorgen over de Vlaamse auteur Rob.(ert) de Graeve. Van een oud-stadsgenote,(Oost-Vlaamse versie), die daar een functie bekleedt, kreeg ik een aangenaam antwoord, met helaas ook een verwijzing naar twee andere adressen waar ik meer te weten zou kunnen komen. Het blijkt namelijk dat het archief van het Davidsfonds sinds enige tijd beheerd wordt, en uiteraard ook voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt, door het Kadoc.

Een plotse inval bracht mij tot een aha-moment, en ik deed een mailtje naar een andere oud-stadsgenoot (Limburgse versie), en schoolmakker, die in datzelfde Kadoc een functie bekleedt, en ja hoor per mail, en een paar dagen later per brief, kreeg ik een positieve reactie.

Spijtig genoeg moeten beide instellingen toegeven dat het bewuste archief zeer arm is aan gegevens betreffende de bedoelde auteur. Maar dat doet niet af aan hun goede wil om mij in mijn amateuristische oproep te helpen en te steunen. Hetgeen hopelijk niet begrepen wordt als een oproep om voor elk wissewasje die mensen te gaan lastigvallen.

Via de website van het Kadoc heb ik me ook ingeschreven voor de E-nieuwbrief, en hier komt mijn bedenking betreffende het toeval in de titel en eerste regel van deze bijdrage naar voor. Het tweede artikel in de bewuste nieusbrief heeft als titel:
Publiceren 'Voor Godsdienst, Taal en Vaderland', en geeft een korte en bondige indruk wat een wetenschappelijke instelling doet of moet doen met zulk een belangrijke archieven. Helaas is er eerst een oorlog overheen gedenderd, en in Leuven weten ze wat oorlog doet met papieren archieven: de volledige Universiteitsbibliotheek van Leuven is in '14-'18 bij een oorlogsactie in de vlammen opgegaan. Ondermeer de zo belangrijke stichtingsacte van de Universiteit is daarbij verloren gegaan. Ook de archieven van het Davidsfonds zijn om diverse redenen in oorlogstijd uitgedund. En daardoor is een stuk wetenschappelijke kennis en informatie voorgoed verloren.

De uiterst sumiere levensbeschrijving van Rob. de Graeve, en zijn verspreide bibliografie zijn me nu bekend, maar geven me een te beperkt overzicht om me daar bij neer te leggen.


Oproep aan alle lezers van deze blog.

Als u beschikt over of kennis hebt van het bestaan van om het even welk stuk papier of een archiefstuk van welke vorm dan ook, dat verband houdt met de naam en de persoon van Rob. de Graeve, hetzij manuscripten, brieven, drukwerken, kunstwerken of copies van die kunstwerken, artikels in kranten of tijdschriften, foto- of filmmateriaal, klankopnamen of mondelinge mededelingen van personen die op welke manier dan ook kennis hebben gehad van deze persoon, worden verzocht dit aan mij te melden op de mailbox :


In de volgende dagen ga ik ook de FOD bevoegd voor het onderwijs, de Universiteit Gent en een paar Stedelijke diensten van de plaatsen waar de auteur gewoond of gewerkt heeft, contacteren met het verzoek hun archieven te mogen raadplegen.

Rob de Graeve werd geboren in 1898, en was een leraar, en later inspecteur voor het lager onderwijs. Vanuit zijn beroepssituatie was hij bijzonder geangageerd om educatieve literatuur voor de jeugd te promoten, en vanuit deze ingesteldheid heeft hij enige jeugdboeken geschreven, die tot doel hadden het leven en werk van een paar grote Vlamingen op aangepaste wijze bij zijn publiek te brengen. Zijn werk had geen grote wetenschappelijke aspiraties, het ging de auteur voornamelijk om het promoten van door hem belangrijk geachte basiskennis voor een ongevormd publiek.

Ander werk van hem betrof de pedagagische benadering van het onderwijs. Ondermeer de belangrijke Nederlandse denker Jan Ligthart heeft zijn bijzondere aandacht genoten. Tesamen met zijn boekje "inleiding tot de Ligthart-studie", is "De nieuwe school" een bewijs dat hij bijzonder begaan was met de essentie van het onderwijs zelf.

Deze auteur verdient een volledige monografie, en het ligt in mijn bedoeling de basisinformatie hierover samen te brengen. Ik weet ook wel dat ik niet de vorming heb om een definitief werk in die zin te brengen, maar als ik voldoende matieriaal in handen kan krijgen, ligt de weg open naar een volgend stadium.

Het is nutteloos mij links door te sturen, daar ik via Google toch wel een kleinigheid heb opgespoord.

Aan iedereen die me een bijdrage kan leveren, alvast mijn hartelijke dank.