Pagina's

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com
Posts tonen met het label Marie-Gabriël. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marie-Gabriël. Alle posts tonen

dinsdag 21 juli 2009

Fiat

Op Kerstmis 1904 schreef Gabriëlle De Ridder, de latere Moeder Maria-Gabriël, Karmelietes, een gedichtje, dat meteen ook haar definitieve besluit inhield en haar voornemen tot volledige overgave aan God uitdrukte voor al hetgeen komen zou. Het gedicht werd na haar dood teruggevonden tussen haar papieren, heeft nooit tijdens haar leven het daglicht gezien. Zoals haar belofte inhield: ze hechtte niet meer aan aardse bezittingen.

Maar in dit boekje staat het opgetekend door Kanunnik Jacques Leclercq, en een zoektocht over internet brengt aan het licht dat het nooit op één enkele bladzijde terecht gekomen is.

Poëzie hoeft niet altijd door de groten der aarde geschreven te zijn, een nederige kloosterpostulante heeft ook het recht haar gevoelens in versvorm neer te zetten. Hoewel haar wens was verder een anoniem leven te leiden, vind ik dat deze woorden thuishoren op een blog die gewijd is aan hoofdzakelijk de Vlaamse literatuur en poëzie. Haar Fiat mag dan hier voor het eerst ten volle aan het publiek gegeven worden.

FIAT

U is de keus beschoren,
Voorzienigheid van God,
'k Vertrouw U van te voren
Mijn hele levenslot.

Al wat Gij wenst te geven,
Aanvaard ik, Jezus, kruis
Of kroon, 't is mij om 't even,
Ik laat aan U de keus.

Kalvarië of Thabor:
Ik heb geen wensen meer;
Maar boven alles stel ik
Uw heil'ge wil, o Heer.

Ik druk een kus vol liefd' op
Uw hand, wat die ook biedt;
Gij wenst dat ik zal zwijgen,
Ook ik wil anders niet.

Maar mijn geloof zal spreken
En elke hartslag zij
Een woord tot U, een teken:
Uw wil geschiede aan mij!...

Heel eenvoudige poëzie, die zeker nooit naast haar prijs voor zang en piano kan liggen, maar waaruit toch
haar wensen en gevoelens door een haast zuivere verwoording tot uiting komen. Zij heeft duidelijk wel poëzie gelezen, en waarschijnlijk voorheen ook geschreven, maar daar zijn geen verdere sporen van, althans van hetgeen ik er tot nog toe van weet. Het is poëzie, in de vorm van een overgave en een gebed, en net zoals bij Gezelle komt daarin het diepste van de ziel naar boven.

Het enige engagement dat hierin besloten ligt, is meteen de beslissing over haar verdere leven. Als dit gebed, deze opdracht en deze overgave dan het enige poëtische werk zou zijn van Moeder Maria-Gabriël, verdient deze hoe dan ook een vermelding die verder gaat dan het obscure boekje waarin het verschenen is, en dat zeker de verdienste heeft ons te laten kijken in en naar de sublimatie van het motorische moment, dat een jonge vrouw naar het klooster gebracht heeft: dit gedicht.

De tekening van de godsdienstbeleving zoals die tijdens de eeuwwisseling anno 1900 en in de eerste helft van de twintigste eeuw nog algemeen was, maar die nu tot zeer kleine proporties teruggedreven is, is een andere verdienste van dit boekje. Door zijn inhoud is het eerder bestemd voor mensen die zelf in die richting denken, maar bovenal is het de samenvatting van de geestelijke ontwikkeling van één persoon, en dus bestemd als ondersteuning voor wie er de behoefte toe voelt, in de aangegeven richting te denken. Daarom zal het nooit populair zijn, maar mag het evenmin vergeten worden.

Google wijst uit dat het boekje wel degelijk bekend is, en er worden waanzinnige prijzen voor gevraagd. Iedereen doet daarmee wat hij of zij wil, maar eerder dan de hoeveelheid euro's heeft dit boekje vooral een geestelijke waarde. Ik heb het gedicht hier dan ook gepubliceerd om erop te wijzen dat we meestal niet weten welke verborgen schatten zich soms onder onze neus verborgen houden.

zondag 19 juli 2009

Moeder Maria-Gabriël

Bij mijn vorige bijdrage heb ik al verhaald over de diepe, onuitwisbare indruk die Dame op me achtergelaten heeft, en accessoir heb ik enige boeken vernoemd en beschreven die ik vanonder haar grijpgrage, maar goed gemanicuurde klauwen vandaan gehouden heb. Ik zal haar bij het vernoemen van de volgende werken vermoedelijk toch niet ontriefd hebben.

Zo denk ik niet dat ze erg begeesterd zou worden door de geschriften van Prof. Kanunnik Jacques Leclercq, Professor aan de Universiteit te Leuven, genaamd: Uw wil geschiede, getuigenis van Moeder Maria-Gabriël, Karmelietes. Uitgegeven door Desclée De Brouwer is het de vertaling in het Nederlands van de oorspronkelijk Franstalige tekst, die een becommentarieerde weergave is van een soort van geestelijk dagboek, bijgehouden door de zuster zelf, zonder de bedoeling te hebben een levensbeschrijving te worden. Het is van bij haar intrede als novice in de orde van Karmel, een zeer strenge orde, de bedoeling geweest de eigen geestelijke ontwikkeling te noteren, en dit gedurende min of meer vaste tijdstippen, namelijk de jaarlijks verplichte retraites, en ook gedurende de zelfgekozen of soms opgelegde bijkomende retraites. Dat heeft ze consequent volgehouden, vanaf 1906 tot aan haar dood in 1960.

Het gaat over één van die merkwaardige personen, waaraan de wereld zo rijk is, en die soms totaal verborgen een leven leiden dat eigenlijk in het lang en breed zou moeten beschreven worden. Haar roeping en haar keuze brengen er haar echter toe in volkomen afzondering en in de grootste stilte en verborgenheid een leven te leiden waarvan het grootste deel onbekend zal blijven. Toch hebben wij ook nood aan getuiginissen over precies deze mensen en hun leven en levensomstandigheden. Dat allemaal volgens het adagio dat iemand wel recht heeft op een priveleven, maar dat die grenzen van prive en openbaar soms al te opzichtig afgedekt worden, terwijl daar de middeleeuwse noodzaak niet meer toe bestaat, integendeel, tegenwoordig denkt men daar precies radikaal het tegenovergestelde van. Maar ook daar kan men naar hartelust in overdrijven.

Maria-Gabriël werd in 1884 in Antwerpen geboren als Gabriëlle De Ridder, en uit bewaarde geschriften weet men dat ze in 1896 reeds overwoog toe te treden tot één of andere kloosterorde. Toch zou ze een vrij normaal jonge meisjesleven leiden, zelfs enige kortstondige relaties hebben, vooraleer een retraite haar "waarachtige bekeering" zou inluiden. Zij treedt toe tot de Karmel op 6 mei 1906. Voorheen heeft ze in 1904 nog een eerste prijs behaald op het Conservatorium te Antwerpen voor zang en piano, waarvoor zij een met juwelen bezet horloge ontving uit de handen van de Koningin.

Haar verdere levensloop houd ik voor later, maar deze is toch tekenend voor sommige mensen die zeer jong al weten wat ze willen, en die er ook doelbewust naar toe werken. Het is weer één van die merkwaardige boekjes, waar ik zo van houd om ze te bezitten.