Pagina's

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com
Posts tonen met het label Nobelprijs Literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nobelprijs Literatuur. Alle posts tonen

vrijdag 21 augustus 2009

Ik, Oostvlaamsche Zanter

Een tijdschrift dat toch al een behoorlijk aantal jaren is meegegaan, blijkt het Tijdschrift van de Bond der Oostvlaamse Volkskundigen en van de Dienst voor Volkskundige Opzoekingen, kortweg genaamd: Oostvlaamsche Zanter geweest te zijn. Ik heb hier het nummer 5 van de 38ste jaargang (sept-okt) van 1963 voor me liggen. Mogelijk ligt daar nog een terrein voor leuke ontdekkingen, als het maar mogelijk zou zijn een voldoende aantal nummers te verwerven.

De artikels zijn mooi en soms geestig geschreven, en ook voor mij verrassend: na een "Portret van Viktor van Dokus, de laatste ganzen- en schaapherder van de Denderstreek", dat een boel elementen uit het volksleven naar bovenhaalt, volgt er een artikel over de Gentse Feesten in de Literatuur. We schrijven 1963, bedenk dat wel. En inderdaad, het artikel geeft me een eerste klap met de inleiding:

In "Het land van Rubens" vertelt Conrad Busken Huet hoe E. J. Potgieter, die België altijd een goed hart toedroeg, in de zomer van 1871 met een bepaald doel een Vlaamse pelgrimstocht ondernam.

Het blijkt dat Potgieter in 1828 reeds kennis had gemaakt met Jan Frans Willems, en dus wilde Potgieter het graf van de grote Vlaming bezoeken. Hij maakte bij diezelfde gelegenheid ook kennis met "De juffrouwen Rosalie en Virginie Loveling". Op de Kouter, toen de Place d'Armes genoemd, was er illuminatie en volksdans: immers, de Gentse Feesten vielen samen met de herdenking van het 25 jarig overlijden van J.F. Willems. En ik die dacht dat deze Feesten een aangelegenheid van de tweede helft van de twintigste eeuw waren!

Dit is te lezen, te bestuderen, en bovenal uit te breiden.

Een zeldzaamheid die me vandaag in handen gevallen is, is de poëtische aanklacht van Filip De Pillecijn: Het boek van de man Job, uitgegeven waarschijnlijk in 1956, maar dit exemplaar is de heruitgave op 30 december 1962 ter gelegenheid van de Filip De Pillecijn-herdenking te zijner nagedachtenis ingericht door de Bond der Oostvlamingen te Brussel. De oorspronkelijke uitgave is een zeldzaamheid, en betreft een tiental kartons, los van mekaar, in een beperkte uitgave van 300 exemplaren. Het wordt op Kapaza te koop aangeboden tegen 50 euro. Geen kleinigheid, maar als het inderdaad slechts op 300 exemplaren gedrukt is, dan is dat natuurlijk wat anders. Wanneer er naast deze 300 exemplaren nog een serie op gewoon papier gedrukt is, bestemd voor het publiek, dan ligt dat al heel wat gevoeliger. Deze heruitgave is gebeurd op glanspapier, en bevat geen persoonlijke gegevens. Het is goed verzorgd, komt waarschijnlijk uit dezelfde bibliotheek als het hogergenoemd tijdschrift, en is ondanks zijn nietszeggende uiterlijk een verzamelstukje. Spijtig is wel dat de teksten telkens rond een gravure opgesteld zijn, of beter is de gravure met de tekst als doel gemaakt, maar nergens staat de naam van de kunstenaar vermeld. Toch een mooie aanwinst.

Vermoedelijk nog uit dezelfde bibliotheek komt de brochure: Herdenking van en Hulde aan Z.E.H. Cyriel Verschaeve te Alveringem met Tentoonstelling 27e en 28 spetember 1969, door het "Verschaeve - Komitee te Alveringem" v.z.w.

Reeds op 6 september 1969 schrijft Pater M.S. De Laere o.p. het woord vooraf, en refereert op het einde daarvan naar "Streuvels, ons onlangs ontvallen", om een vergelijking te maken tussen beide kunstenaars. Streuvels staat in het beschermkomitee, net na een aantal namen van hoge religieuze excellenties vermeld als eerste burgelijk beschermheer, met voor zijn naam "wijlen" en achter zijn naam voor alle duidelijkheid het overlijdensteken (een kruisje) tussen haakjes. Ik heb de volledige lijst nog niet doorlopen, dat vergt een paar minuten geconcentreerd lezen, want elke naam kan plots een aha-moment oproepen, zoals ook Streuvels dat doet. Hij was dan wel flamingant, maar niet genoeg om tijdens de oorlog zijn nek daarvoor uitgestoken te hebben. In tegendeel: hij knorde behoorlijk wanneer door oorlogsdaden zijn bezittingen beschadigd waren, en het kon hem weinig schelen of dat door vriend of vijand gedaan was. Andere namen hadden dan toch dadelijk een connotatie met meer rechtse aangelegenheden. Tot drie maal toe is er een vermelding van een V.O.S.-afdeling in deze lijst, naast een St.-Maartensfondsafdeling. Dat kan mij niet beroeren, maar zij die nog steeds Verschaeve's rechtsheid en collaboratie willen in het licht stellen, hebben daar natuurlijk ... gefundenes Fressen aan. Dat anderzijds een paar ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders hun bijdrage geleverd hebben, kan dan ook niet onopgemerkt blijven.

Na de inleiding doet ook Dan. Vandenbunder s.j. zijn woord. Uitdagend. Onomwonden. Hij begint met: "Cyriel Verschaeve ... und kein Ende!" en hij weet dat hij provoceert. Maar daar geef ik deze Jezuïet gelijk: degenen die in 1969 nog steeds staan de huilen en de roepen dat hun zoveel onrecht is aangedaan, hebben evenveel tijd verloren met te roepen als zij hadden kunnen gebruiken om op creatieve manier mee te helpen opbouwen aan een nieuwe maatschappij. Kijk toch eens wat ze me hebben misdaan! roepen ze dan. Ware het niet beter geweest te werken en daarmee in stilte te "zeggen": kijk toch eens wat ik sindsdien heb gedaan?

Deze brochure
was, of had moeten zijn, de herdenking van het overlijden van een groot literair persoon. De rest zinkt weg in een oeverloze discussie, die toch nooit tot een oplossing zal kunnen komen. De tijd doet zijn werk.

Nog een schat op zolder: Uit donkere dagen, van dr Albert Van Driessche (Berto van Kalderkerke), met tekeningen van jawel, hier is hij weer: Tony Van Os. Een uitgave van de Naaml. Venn. Standaard-Boekhandel Brussel, 1926. Het boekje heeft zijn leeftijd, maar de harde kartonnen kaft heeft zijn werk goed gedaan: binnenin staan regelmatig de stempels van de "Openbare Boekerij Volksontwikkeling te Galmaerden", waar het boekje het nummer 6695 gedragen heeft, en de vorige eigenaar heeft het gekocht op 2-12-67. De ouderdomsvlekken, de beduimeling door zovele handen kunnen zijn mooie uitelijk niet teniet doen. Het is het nummer 5 van de Guldensporenreeks. Alleen, ik weet nog helemaal niets over dit werk, meer nog, ik moet ook nog uitvlooien wie de schrijver dan wel mag zijn.

De eerste hit op google deed me naar adem snakken: 55 euro vraagt men ervoor ...

Maurice Maeterlinck heeft als negenentwintigste een plaats gekregen in de reeks Pantheon der Nobelprijswinnaars Literatuur. Wel bekend, maar ik kon niet weerstaan aan het haast onberispelijke uiterlijk van dit boek. (nota op 24/08/2009: het blijkt bovendien dat ik Maeterlinck niet in de verzameling had, zoals je op deze bladzijde kunt vaststellen. Mooi meegenomen, dus)

Een curiosum om af ter sluiten: Had je me maar. Een naam die waarschijnlijk bij de lezers van deze blog uit Amsterdam en omgeving vele belletjes zal doen rinkelen. Het boek gaat over bekende straatfiguren uit Amsterdam tussen 1900 en 1940, en blijkbaar liep daar een sigarenverkoper rond die het wel bijzonder ver geschopt heeft in de showbizz-wereld. Hij is er namelijk in geslaagd zijn eigen naam te laten vergeten, en heeft de naam van één van zijn liedjes aangenomen: Had je me maar. Hij was echt niet de eerste de beste zatlap, die bedelend en rommelverkopend aan de kost wilde komen. Hij had er al een carrière opzitten als cabaretartiest, maar raakte aan lagerwal toen zijn vrouw overleed. Toch is hij er op zeker ogenblik in geslaagd zich in te schrijven voor de raadsverkiezingen te Amsterdam, en tot groot ongenoegen van velen haalde hij meer dan 14.000 stemmen! De vader van niemand minder dan Wim Kan is toen nog tussengekomen om één en ander "tot een goed einde te brengen". Een hilarisch en echt verhaal. Mooi. Zo staan er tientallen weetjes in over allerhande straatfiguren uit die mooie stad, en dat nodigt uit tot lezen. En lachen. De tekst is van Pieter van der Zwam, de interviews en redactie van Tom Weerheijm. De vele zwart-witfoto's zijn prachtig, de tekeningen idem dito. Een werkje dat de rand van de maatschappij mooi beschrijft. Uitgegeven door de Postgiro en Rijkspostspaarbank in 1979.

Wie wil er geloven dat ik voor deze zes titels tesamen slechts de ronde som van één euro betaald heb? Zoals vroeger nog al eens gezegd: mag ik me vandaag een beetje rijk voelen?

zaterdag 27 juni 2009

Márquez, intens kort

Ik heb het verhaal van Gabriel Garcia Márquez Het vliegtuig met de schone slaapster ge- of herlezen, en ik moet inderdaad toegeven dat ik me er geen letter meer van herinner. Ge-lezen, dus. Maar zoals altijd is het intrigerend, omdat hij een feit uit het dagelijkse leven aangrijpt om iets totaal anders te vertellen. Hij stapt in een vliegtuig op Charles de Gaulle, komt terecht naast de mooiste vrouw van zijn leven voor die dag althans, maar in plaats van een romance of een gruwelijk verhaal over menselijk onbegrip te lanceren, dwalen zijn herinneringen af via een sonnet van Gerardo Diego naar het boek "De schone slaapsters" van Kawabata Yasunari, en zo naar een ontmoeting met een aantal andere Japanse auteurs eerder in Parijs. Hij grijpt (een beetje vervelend) de gelegenheid aan om zijn belezenheid te demonstreren en een aantal Janpanse auteurs op te noemen, ook deze Nobelprijswinnaar, die op zeker ogenblik in hun carriëre de dood boven het leven verkozen hebben. Het is ook een korte aanraking van zijn mogelijk lot als Nobelprijswinnaar '82, lot dat hij weliswaar streng afwijst. Maar op het einde van het verhaal gaan deze auteurs en hijzelf toch hand in hand. KawabataYasunari won de Nobelprijs in 1968, en pleegde Harakiri in 1972. Kan het zijn dat daar destijds televiesiebeelden van gemaakt zijn? Ik meen me zo iets te herinneren.

Het verhaal, één grote reflectie, eindigt abrupt met het ontwaken van de voortdurend slapende medereizigster, die het vliegtuig verlaat, en dat was het.

Marquez heeft in al zijn verhalen, daar waar het nodig was, een portie erotiek gelegd die zijn personnages tot echte mensen maakt. Nooit te veel, nooit te weinig. In dit verhaal zit die erotiek ook, maar zeer verborgen, en op een plaats waar je ze niet verwacht. De vrouw slaapt, de schrijver bekijkt haar, maar geeft bijzonder weinig prijs over zijn nochtans voor de hand liggende gevoelens en gedachten. Hij kan ze echter niet verbergen.

Het boek waarover zijn gedachten gaan speelt zich af in een soort van bordeel in Tokio, waar bejaarde mannen heen gaan om van een verfijnde vorm van liefde te genieten: ze betalen om naast een vrouw te mogen liggen, naar haar te kijken, en verder zich van alle andere activiteit te onthouden. Deze omstandigheid is de brug die hij bewandelt tussen Parijs en New York. Veel later, in 2004, zou Marquez dit thema opnieuw, en nu in extenso, gebruiken in zijn mooie boek: Herinnering aan mijn droeve hoeren. Daarin is de ik-figuur een 90-jarige journalist die precies dat doet waar Márquez in dit verhaal naar alludeert. Het is een rechtstreekse toegeving aan enige woorden in dit verhaal: hij vertelt hoe hij gedurende één jaar weinig anders gelezen heeft dan Japanse literatuur, waarvan hij meer en meer overtuigd raakte dat deze veel gemeen heeft met de zijne. Maar, en ik citeer letterlijk: 'Toch is het enige wat ik geschreven zou willen hebben De schone slaapsters, van Kawabata, (...)".

Dat precies dit thema in zijn gedachten opkomt, dat hij na 5 uur eerst het sonnet van Diego tot in detail terug samengesteld heeft, en dat hem ten slotte de roman van de Japanse auteur en Nobelprijswinnaar voor de geest komt, bewijst dat de erotische spanning voortdurend en inwendig aanwezig is. En dat hij op het einde van dit verhaal om zich te legitimeren voor een inreisvisum zich als een Japans schrijver identificeert op de leeftijd van 92 jaar, is een perfecte band tussen zijn literaire voorganger en zijn overigens correcte erotische relatie met de slapende hoofdfiguur van zijn verhaal: de schone slaapster. Vier bladzijden in de Snoeks '84, twee bladzijden illustratie van Jan van Riet. Zes zéér mooie bladzijden.

donderdag 25 juni 2009

heel kort

Een heel kort bericht, want ik moet eigenlijk al lang in mijn bed liggen. Het is al morgen, en gisteren is voorbijgevlogen zonder ik mijn eigen ding heb kunnen doen. Spijtig.

Maar deze 4 boeken zijn opnieuw bestemd om de rest, of hopelijk een deel van hun carrière bij mij door te brengen.

De grote Snoecks 84 ligt hier naast mij, en begint met Snoecks literair. Eén van mijn absolute favorieten, die eigenlijk in deze blog niet de plaats gekregen heeft die hij verdient, is Màrquez. Net zoals De Hartog mij op 17 of 18 jarige leeftijd de keel heeft dichtgenepen, heeft Màrquez dat gedaan toen ik pas getrouwd was. Was het Liefde in tijden van cholera, of Honderd jaar eenzaamheid, iets heeft toen bij mij een draad doorgesneden, en een nieuwe draad gelegd, naar twee totaal verschillende punten. Mijn leven en mijn gedachten over literatuur, maar ook over menselijke verhoudingen, over het menselijk bestaan in het algemeen, een nieuwe vorm gegeven. Datzelfde heeft een paar jaar later L.P. Boon ook gedaan, met Pieter Daens, maar ook met figuren zoals Mijnheerke Brys en zijn menigvuldige kornuiten, die in De Kapellekensbaan en te Termuren ronddartelen. Hoe komt een eenvoudige arbeider toch erop om zo diep te graven in het naakte menselijk bestaan. Mieke Maaike, een sletje dat tienmaal zo mooi is als Lolita van Nabokov, of als Nana van Zola. Schrijvers uit totaal verschillende omgevingen, totaal verschillende ismen, totaal verschillende benaderingen van de (slechte, of ten minste onrijpe) vrouw, van de naïeve of scherpzinnige volksmens.

Dat kan alleen verklaard worden door zijn Aalsterse wortels, waar sociale gevoelens inVlaanderen het tienvoudige waren van de rest van dat land. Zo ook met Màrquez. Hij was een journalist, die een passie had voor het verklaren van onverklaarbaar menselijk gedrag. En hij schreef dat neer in boeken die naast zijn fijne humor, je ook een gevoel van verlatenheid meegaf, een gevoel dat die mensen fout reageerden, maar je kunt het hen niet vertellen. Je ziet ze in hun menselijke ongeluk lopen, en de schijver schermt hen af: niet voederen!. Het verhaal Het vliegtuig met de schone slaapster is er één dat ik meen gelezen te hebben, maar ik kan me er niets meer bij voorstellen. Herlezen dus. En zelfs als ik het niet gelezen blijk te hebben is het nog steeds een mooie herinnering. Want het is Màrquez.

Tegelijkertijd staat er van Jeroen Brouwers De zondvloed in. Ik ben argwanend als het over Brouwers gaat, omdat hij me zwaar teleurgesteld heeft met zijn vervloekte boek Bezonken rood. Maar toch maar lezen, wie weet of ik mijn mening niet moet herzien.

Een leuk detail: zonder het te zien, zijn de illustraties bij dit compartiment van de kalender van Snoeck gemaakt door ene Jan van Riet, hopelijk is hij dezelfde Jan van Riet van wie ik hier het dichtbundel Staat van beleg voor me liggen heb. werk uit 1978, in opdracht van BRT1. Diezelfde Jan Van Riet heeft ook in samenwerking met Hugo Claus Zeezicht gemaakt, werk dat ik in dubbel in mijn afdeling Poëzie op zolder liggen heb. Altans, ik hoop dat het dezelfde Jan van Riet is.

Puur voor de schoonheid gekocht: Kalligrafie van A tot Z, door Timon Stevens, een leidraad voor het schrijven en tekenen van letters en teksten, uitgegeven bij cantecleer. Ik herinner me een collega die kon kalligraferen, en wondermooie teksten kon schrijven. Een kunst waarvan ik nu tenminste een handboekje liggen heb, zodat ik er toch al de geur van kan opsnuiven.

En dan het belangrijkste werk van vandaag: Zoology, van Dorit-Walker-Barnes, een standaardwerk van Saunders College Publishing. Een pil van meer dan drie kilo, maar met een intrigerende aanpak. Reeds vanop de eerste bladzijden wordt er een regelrechte aanval op het creationisme gelanceerd, en dat is uit de pen van Amerikaanse (ook wetenschappelijk gevormde) auteurs vloeiend, een daad van onverholen moed. Maar ook de rest is voldoende om het een prachtwerk te moemen.

donderdag 4 juni 2009

Een appeltje voor de dorst: de Schone van Miskoop

Als het een keertje minder meevalt, moet je het ook durven zeggen, natuurlijk. In mijn aankoop van 20 mei steken ook zeven titels uit de reeks Panthéon. En daar ik mijn "boodschappenlijstje" niet bij me had, dat wil zeggen het lijstje van de boeken die ik niet moet aankopen, wist ik niet met zekerheid welke van de Nobelprijswinnaars ik al dan niet reeds in het rek heb staan. Blijkt dat zes van de zeven aankopen dus een dubbelslag zijn, en gelukkig maar heb ik ze voor een prikje binnengehaald. Alleen Halldór Laxness, het nummer 3 uit de reeks, mag bij op het rekje staan. De rest ligt in de verkoopafdeling. De volledige reeks kan gelezen worden op 05 september 2008.

woensdag 3 juni 2009

Ludwig Fernbach

Vervolg van het vervolg van het vervolg...
  1. Waar ligt België, vroegen een boel grote namen zich af toen ze toevallig of omdat God het zo gewild heeft langs ons land moesten, om er de schoonheid van op te nemen dan wel om er zaken te doen of om hun maîtresse te ontmoeten. De heren Jan Ceuleers en Mark Schaevers stelden dit boekje, dat bij Kritak in tweede druk uitgegeven werd in 1987 samen, en lieten een aantal grote literatoren, zoals Victor Hugo, De Nerval, Dumas en Baudelaire, ook Van Gogh hoewel die meer geschilderd dan geschreven heeft, met open mond vaststellen dat er in Europa een eiland lag, bijna gans ingesloten door het vasteland van Frankrijk en Duitsland, alleen maar een beetje bevochtigd door de Noordzee, en waar ze zowaar ook te eten, drinken en slapen kregen, als ze er maar naar vroegen en ervoor wilden betalen. Kuifje in Kongo? Chesterton in Belgium, of Stefan Zweig, of Ungaretti, of Miller, of Stevenson... Een beschamend eerlijk boek. Vooral beschamend voor hen.
  2. Geef me dan maar Jos Ghysen. Er komen betere tijden, denkt hij, en zijn mager spaarvarken staat roze te likkebaarden op de cover. Ik kan maar niet genoeg krijgen van zijn lectuur, waarbij ik steeds weer die lijzige voorleesstem van hem hoor, terwijl de geur van moeders' soep ons naar de tafel lokte. Het was middag, en het schurend scharniertje, dat ook later op de dag nog eens kraakte, bevestigde de onvergankelijkheid van de wereld. Hij is toch vergaan, hij vergaat nog steeds en hij zal blijven vergaan... Echt iets voor Jos.
  3. Ludwig Fernbach, Louis Verbeeck voor de vrienden, is nog zo een figuur, die blijft plakken in mijn schrijversaspiratieve jeugdherinneringen. Van hem liggen hier nu vier titels voor me: De schuintamboer, die ook nog gesigneerd is, hoewel het om een bibliotheekexemplaar gaat, De morgenman, Het kleine kaskroetboek, en Kijk eens naar het vogeltje.
  4. Een prachtige uitgave van Zeemeeuw Brugge uit 1936: Uren bewondering voor Groote Kunstwerken (steden, schilderkunst, toonkunst) van Cyriel Verschaeve. Het boek is van een degelijkheid die niet meer bestaat, of alleen maar die indruk geeft door zijn stoere soberheid. Zelfs zijn monogram die de cover siert, is van een onvergelijkbare schoonheid. In zijn lyrische stijl beschrijft hij een aantal steden, schilderwerken en muziekstukken en geeft alzo een stuk van zijn ziel bloot. Een mooi stuk toe te voegen aan mijn bibliotheek.
  5. Louis-Paul Boon, de goddeloze, zoals ik hem hiervoor genoemd heb, schreef een aantal merkwaardige boeken. Eigenlijk leiden al zijn werken aan dat gebrek: ze zijn hoogst eigenaardig. En dat maakt de auteur zo uniek: hij wa een gek Aalsters manneke, dat in een karnavalstoet naast een praalwagen zou gelopen, zonder daarbij op te vallen, maar dat wel de koppen er bovenop ontworpen, getekend en geschilderd heeft. Wie hem op straat ontmoette, zou hem de communie zonder biecht gegeven hebben, maar zijn genie heb ik vele jaren geleden al ontdekt toen ik De Kapellekensbaan voor het eerst las, in de trein, en ik elk stukje van een bladzijde of hooguit twee bladzijden las en onmiddellijk herlas, omdat het zo beklijvend was. Ook de drie werken in deze omnibus van de Nederlandse Boekenclub leiden aan het zelfde gebrek: je kunt ze niet in een vakje stoppen. De voorstad groeit, Vergeten straat en Mijn kleine oorlog, uit resp 1942, 1944 en 1947 zijn elk op hun manier meesterwerken. Die gemiste nobelprijs voor Boon was echt een gemiste kans voor het Comité, als je bekijkt wie in die tijd dan wel de Nobelprijs in de wacht gesleept heeft. Hij zou er met kop en schouders bovenuit gestoken hebben. (Geen kwaad woord overigens van die winnaars, maar ik ben al andere critici tegengekomen die het onomwonden over behangselschilders durven hebben in een werk waarin hij zijn eruditie betreffende de Hollandsche Schilderkunst breeduit smeert, dus een beetje vergelijkende reclame voor de Vlaamse Meester kan geen kwaad.)
  6. En dan weer zo een merkwaardig geval. Die Jubiläums-Wallfahrt von Cöln nach Rom zur Feier des 50. Jahrestages der verkündigung des Glaubenssalzes der Unbefleckten Empfängenis Mariä 8. Dezember 1904. Het is een prachtig verzamelstuk, dat druk gelezen werd, maar even goed bewaard. Slechts één blad is losgeraakt, voor de rest is alles in orde. Enige bevuilingen en normale sleet zijn inherent aan zijn leeftijd te noemen. Ook de 116 foto's zijn schitterend. Op de achterkant van het werk wordt melding gemaakt van "Nach Rom und Jeruzalem", Erste Deutsche Männerwallfahrt im Jübeljahre 1900. Als dat werk in dezelfde vorm, en met dezelfde zorg uitgegeven zou zijn, is dat een mooi duo!

vrijdag 5 september 2008

Pantheon

Ik heb gisteren een gelukkige aankoop gedaan. Niet minder dan 15 boeken uit de reeks Pantheon van de Winnaars van de Nobelprijs voor Literatuur. Helaas met veel gaten in de nummering, en met een dubbel erin, terwijl ik op zolder nog een hier reeds besproken boek liggen heb. Een korte opsomming.

16 november 2008. Ik voeg een aantal boeken toe die ik gisteren 15 november gekocht heb. Kwestie van het overzicht alhier tenminste volledig te houden.
04 juni 2009. Ik voeg een aantal boeken toe die ik op 20 mei 2009 gekocht heb. Idem.

23 augustus 2009. Ik voeg een aantal boeken toe die ik op 08 juli 2009 gekocht heb. Idem. Ik heb de lijst ook verduidelijkt door de ontbrekende nummers reeds in te voegen.


09 september 2009. Ik voeg een aantal boeken toe die ik op 08 september gekocht heb. Idem.

17 november 2009. Ik voeg het nummer 47 in de reeks toe.  (een bibliotheekboek uit de uitverkoop).
01. Sigrid Undset, 1928 (Boek I)
02. Sigrid Undset, 1928 (boek II) (cfr 15 nov. 2008)
03. Holldór Kiljan Laxness, 1955
(cfr 04 juni 2009)
04. Synclair Lewis, 1930 (cfr 23 aug. 2009)

05. Iwan A. Boenin, 1933 (cfr 15 nov. 2008) (boek 2de maal - cfr 04 juni 2009)
06. Winston Leonard Spencer Churchill, 1953 (cfr 15 nov. 2008)
07. Anatole France, 1921,
(cfr 09 september 2009)
08. Rabinfranath Tagore, 1913, (cfr 09 september 2009)
09. José Echegaray, 1904, en Jacinto Benavente, 1922 (boek 2de maal - cfr 04 juni 2009)
10. Rudyard Kipling, 1907 (cfr 23 aug. 2009)
11. Roger Martin Du Gard, 1937 (cfr 03 dec. 2008)
12.
Roger Martin Du Gard, 1937 (cfr 09 sep. 2009)
13. Theodor Mommsen, 1902 (cfr 15 nov. 2008)
14. Pär Lagerkvist, 1951 (boek 2 maal)
15. Knut Hamsun, 1920
16. Theodor Mommsen II, 1902, (cfr
09 september 2009)
17. Frans Emil Sillanpaa, 1939 (cfr 15 nov. 2008)
18. François Mauriac, 1952 (cfr 15 nov. 2008) (cfr 15 nov. 2008)
19. Henryk Sienkeiwicz, 1905
20. Giosue Carducci, 1906; Grazia Deledda, 1926; Luigi Pirandello, 1934
(boek 2de maal - cfr 04 juni 2009)
21. Wladyslaw Stanislaw Reymont I, 1934 (cfr 23 aug. 2009)
22. Wladyslaw Stanislaw ReymontII, 1922
23. Romain Rolland, 1915
(cfr 15 nov. 2008) (boek 2de maal - cfr 04 juni 2009)
24.
25. Pearl S. Buck, 1938 (cfr 23 aug. 2009)

26. Sully Prudhomme, 1901; Frederi Mistral, 1904; Gabriela Mistral, 1945 (boek 2 maal)
27. William C. Faulkner, 1949
(cfr 09 september 2009)
28. Thomas Stearns Eliot, 1948 (cfr 15 nov. 2008)
29. Maurice Maeterlinck, 1911 (cfr 22 aug. 2009)
30. Thomas Mann, 1929 (cfr 23 aug. 2009)

31. Bjornstjerne Bjornson, 1903
32. André Gide, 1947 (cfr 23 aug. 2009)
33. Rudolf Eucken, 1908; Henri Bergson, 1927; Bertrand Russell, 1950
34. Karl Gjellerup, 1917; Henrik Pontoppidan, 1917
35. Paul Heyse, 1910; Carl Spitteler, 1919
36.
W.B. Yeats, 1923, Bernard Shaw, 1925, Eugene O'Neill, 1936 (cfr 09 september 2009)
37. Gerhart Hauptmann, 1912, Herman Hesse1946, (cfr 09 september 2009)
38. John Galsworthy, 1932
39. Verner Von Heidenstam, 1916; Johannes V. Jensen, 1944
(boek 2de maal - cfr 04 juni 2009)
40. Ernest Hemmingway, 1954 (cfr 23 aug. 2009)

41. Michail Sjolochow, 1965 (cfr 15 nov. 2008) (boek 2de maal - cfr 04 juni 2009)
42.
43.

44. John Steinbeck, 1962 (boek I)
45. John Steinbeck, 1962 (boek II)
46.
47. Nelly Sachs, 1966, Samuel Joseph Agnon, 1966 (aankoop 17 november 2009)
48.
49.

50. Miguel Angel Asturias, 1967; Juan Ramón Jiminez, 1956 (cfr 15 nov. 2008)

dinsdag 25 maart 2008

Wat hebben Gorbatsjov, Tecumseh en Vera Lynn met mekaar gemeen?

Dat weet ik niet. Dat heb ik nooit geweten, en dat zal ik ook nooit weten. Toch heb ik van deze drie personen een boek in handen gekregen, tussen anderen, met als gemene deler dat hun boeken ofwel nauwelijks aangeraakt zijn, ofwel uiteindelijk toch in de ramsj terecht gekomen zijn. Goed voor mij.

Michail Gorbatsjov bekijkt me met zijn rood geverfd voorhoofd aan vanachter de plastiek waarin zijn boek in de boekhandel werd ingepakt. Het is er nooit uitgekomen, en als het van mij afhangt, zal dat ook niet gebeuren. Wegens te veel te lezen, en wegens al te gedateerd om nog de moeite te doen. Het is geschiedenis, maar je kunt niet alles verteren, nietwaar.

Vera Lynn daarentegen heeft mijn jeugdjaren verblijd met Bluebirds te Dover en nieuwe meetings, haar zwoele stem deed het kind in mij verlangen naar oorlogsverhalen, die mijn vader en moeder soms vertelden, en al lag het allemaal nog zo vers in hun geheugen, voor ons was het een onvatbaar verleden. Ik kon dan ook alleen maar de romantiek van de oorlog snappen, niet de dramatiek.

Tecumseh, één van de helden uit mijn jongensjaren, krijgt in het boek van James Alexander Thom de geromantiseerde versie van zijn ware, historische leven aangeboden in een lijvig, door Van Holkema & Warendorf/Houten zeer degelijk uitgegeven werk van liefst 828 bladzijden literatuur. Ik geloof mijn ogen niet, men zocht (en vond) een koper die voor dit kleinood zestig eurocent wilde neertellen. Iets om naast Sacajawea te zetten (ik hoop dat ik die naam correct spel), het indianenmeisje van de Slangenindianen, die met de eerste ontdekkingsreizigers langsheen de Mississippi van Oost naar West trok en het gehele continent hielp in kaart te brengen. Maar dat iemand zo iets koopt, en het dan niet leest...

In het Pantheon der Nobelprijs Winnaars (tegen mijn gewoonte, met een zekere afkeer en enkel om puur technische redenen splits ik dit woord dat niet gesplitst mag worden) krijgt nu ook Pär Lagerkvist een plaats. Dit tweede boek in een reeks, die ik als jonge lezer reeds alle wilde bezitten, valt nu eindelijk in mijn handen. Eigenlijk is dit het veertiende deel in de serie. Prachtig, haast ongeschonden, het krijgt eveneens een ereplaats in mijn boekenkast.

Twee gigantische kleppers moeten zeker ook vermeld worden.

Eén is het tweede deel van "Geschiedenis van Vlaanderen - De middeleeuwen, XIII° en XIV° eeuw". Uitgegeven op zeer dik kwaliteitspapier voelt het ouder aan dan het is. Dit boek is duidelijk wel in gebruik geweest, en vertoont hier en daar reeds ouderdomsvlekjes. Dat mag, het is onze geschiedenis, en die mag niet onaangeraakt in een kast staan te pronken.

De andere klepper is "Vlaanderen Vandaag" van Frans Verleyen, uitgegeven onder auspiciën van de Vlaamse Executieve, bij brd/Lannoo in samenwerking met Knack uitgegeven. Een titel is maar wat hij is, maar Vlaanderen Vandaag is niet meer het Vlaanderen van vandaag (die kapsels alleen al...). Toch reuze interessant.

Een Vlaamse Pocket om de betere lectuur af te ronden: de Gezellebrevier van Bert Ranke. Die reeks is echt een belangwekkende. Maar natuurlijk is de uitgeverij dan ook goed gelegen! Zo heb ik als jonge kerel van Lode Baekelmans "Mijnheer Snepvangers" leren kennen, en van August Van Cauwelaert de "Vertellingen van de Rechter", en staat van Hugo Verriest zijn "Keurbladzijden" nu ook in mijn Streuvelshoek.

Van een heel ander kaliber, door mij niet gekend, en dus met de nodige omzichtigheid gekeurd alvorens gekocht is "Peter Schlemihls Wundersame Geschichte" van Adelbert von Chamisso. Dit zijn 79 zéér kleine bladzijden zéér klein lettertype Duitse klassieke literatuur. Ik ben benieuwd.

Opnieuw een totaal andere vorm van literatuur zijn de "Notions d'Economie domestique (La Petite Ménagère), een handboekje voor de derde en vierde graad van het in 1937 schoolgaande meisje. Ter informatie: mijn moeder was er in 1937 vijftien, en liep school in het pensionaat van de zusters van het Heilig Hart in Petit-Rechain, vlakbij Verviers, waar haar oudere halfzus voltijds haar tijd bestede aan mijn Tante Nonneke te zijn. Voor haar geen voordeel, zo bleek uit haar verhalen. Ze kan dit werkje best wel eens in de hand gehad hebben. Misschien.

In de oorlogsatmosfeer heb ik er al een paar van dit soort gehad, en nu kan ik kennis maken met een getuigenis, door Joseph Wilkens, genaamd "In de hel van Dora". het boekje is uitgegeven in 1945 of 1946, google spreekt zich op dat vlak tegen. Maar ondanks de relatief goede staat, is de omslag zwaar vervuild. Toch een echte schat te noemen.

Echte varia vormen de drie laatste "boekjes".

"Een verhaal over passie" verhaalt de geschiedenis van het automerk Mercedes. Keurig uitgegeven hardcover fotoreclame voor een terecht mooi genoemde auto. Gekocht dan ook omwille van mooi. Twintig cent.

Pure nostalgie. De BRT gaf destijds boekjes uit als een merchandising avant la lettre. Ik had er onder meer van Johan en de Alverman, het vlaggenschip van de BRT-feuilletons. Ik aarzelde dan ook niet toen ik de kleurenfoto van Schipper Mathias, de onvergelijkbare Mathilde, het lieve Marieke (waarop niet alleen Walter Grootaers verliefd werd, hoor makker), Madame Krielemans, Hyppoliet en Philidoor zag.

En mijn meest nutteloze aankoop ooit: een muziekschriftje, onbeschreven, maagdelijk blank. Maar oh zo mooi.

De voorgaande weken heb ik nog veel meer gekocht, te veel om op te noemen. Wanneer ga ik dat toch allemaal lezen?

woensdag 6 februari 2008

Björnstjerne Björnson

Hoeveel is een antieke Nobelprijs Literatuur waard? Björnstjerne Björnson heeft die prjs in 1903 gekregen, en heeft de beker nog zeven jaar op zijn schab laten staan, alvorens het tijdelijke met het eeuwige te wisselen.

Misschien heeft in gans Vlaanderen nauwelijks iemand van deze Noorse schrijver gehoord, maar tussen één van de kenners van de toenmalige vernieuwende literatuur was er een schrijvertje klein en fijn die wel wist wat hij deed: meerdere werken van Björnson werden door hem vertaald uit het Noors en bewerkt tot bevoorbeeld "Noorse Kleinvertellingen". Zijn naam was Stijn, en het is geweten dat Streuvels er niet voor terugdeinsde Noors en Russisch te studeren, voor het plezier van het lezen van oorspronkelijke, eigentijdse literatuur van de groten uit zijn vak. Zo is ook de Edda door zijn vingers gegaan: hij wou deze sagen beslist lezen in de taal waarin ze geschreven waren. En als je dan bovendien weet dat een taal steeds evolueert, ook oude talen als het Noors, moet dat al bij al toch een behoorlijke opgave geweest zijn.

Op mijn geliefde strooptochten heb ik dus de "Gesammelte Werke" in vijf banden van deze Nobelprijswinnaar gevonden tussen een paar boekensteunen, om een oud kastje een beetje uitstraling te geven. En stralen deed het: de werken zijn weliswaar in het Duits uitgegeven, bij S. Fisher Verlag in Berlin, en als bijzonderheid staat er geschreven: "Gedrükt wärend der Kriegszeit, auf Papier mit Holzschliffzusatz.", maar dat kan de pret voor mij niet drukken. Noch de oorlogsuitgave, noch de mindere kwaliteit van het papier verlagen de waarde van deze verzamelbanden. Het is een oorlogsuitgave, maar kunstig uitgevoerd, naar de oorspronkelijke uitgave van Julius Elias, wiens voorwoord van 13 März 1911 hernomen wordt. Vandaar kan ik alleen maar besluiten dat de Krieg in kwestie de grote oorlog moet geweest zijn, daar de bombarie in de uitvoering van de jaren 40 totaal ontbreekt.

Niets is eeuwig, maar ook deze negentiger ziet er voor zijn leeftijd nog kranig uit: getaand, en de eerste band heeft schade opgelopen, maar niets belet de lectuur. De prachtige facsimile handtekening en de laatste foto die van Björnson genomen werd, maken van het geheel iets bekijkbaars, iets persoonlijks, iets echt.

Nergens echter kan ik ook maar een spoortje van persoonlijk bezit terugvinden dan enkel de normale gebruiksschade, die elk boek van die leeftijd moet ondervinden. Geen potloodstreepje, geen vergeten briefje met een paar woorden, die het geheim aanwijzen, geeft een hint naar wie dit boek ooit mocht bezeten hebben. Slechts de leeslinten van beide eerste banden hebben de tijd niet weerstaan: ze zijn door gebruik zo versleten, dat ze nu los in het boek steken. Maar ook dat is onzeker: want in de drie andere banden komt geen leeslint voor. Dus moet ik mijn besluit maar herzien: uit andere boeken is misschien een nuteloos leeslint geknipt, en dat is als bladwijzer gebruikt. Dus toch een vingerwijzing naar de eigenaar.

Of toch, en bijna: helaas toch wel, staat er in de vijfde band een stempeltje, die de identiteit van de eigenaar ontsluiert.

Hoeveel is een antieke Nobelprijs Literatuur waard? Het verzamelde werk is al eerder van eigenaar gewisseld, of toch te koop aangeboden, voor de som van "125 -" munteenheden werden de "5 v"olumes aangeboden. Marken? Belgische franken? Euros? Chouette, ik heb er één euro en dertig cent aan besteed. Gedurende enige tijd heb ik weer het recht verworven mij een rijk man te voelen.