Pagina's

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

woensdag 20 augustus 2008

Bevallige Godin baart jonge God te Oudenaarde


Het is gebeurd: deze literaire antieke filosoof heeft door middel van een doorgedreven inspanning van zijn dochter het Walhalla van het vaderschap bereikt.

Noa is geboren halleluja, hallo!, heeft eigenwijs gekozen om op de sterfdag van de Goddelijke Elvis (en dus niet Costello, noch Peeters, maar wel de Goddelijke) de wereld te betreden, en heeft daarbij zoals het hoort nog vlug de medische staf die mijn dochter uitgebreid omringde een neus gezet door deze kleine stap voor de mensheid, doch grote voor hetzelfde mensje bijna twee weken voor datum te zetten.

Moeder, vader, zoon en grootvader stellen het wel, of, zoals kwatongen het een ietsje anders uitdrukten:

alles is goed verlopen,
(behalve voor de grootvader,
die was na een uur al bezopen).

Een leugen, een pertinente leugen! En ik kan het weten, want ik was er zelf bij.

zondag 3 augustus 2008

surfen

De vakantie blijkt niet ideaal te zijn om bibliotheken uit te breiden, zelfs niet om ze op te bouwen, te kuisen, te herschikken of te catalogiseren. Een voor elke huisvader afgrijselijke combinatie van een in opruimwoede ontstoken echtgenote, en een ruimte parasiterende terug thuiskomende studente hebben mijn zolder voor mij tijdelijk onleefbaar gemaakt.

Die opruimwoede van mijn echtgenote is dan wel geïnitieerd door mijn verlangen om overtollige zeer nuttig geachte spullen, die nu nog de zolder als veilige haven hadden, containerparkgewijs, zo al niet kringloopwinkelgewijs uit mijn lebensraum te verbannen, het resultaat is dat de vrijkomende ruimte door de stapels prullaria, die een studente van kot terug in huis brengt, onmiddellijk gecomsumeerd wordt en voor het belgische bibliotheekwezen voor lange tijd nog verloren blijkt en blijft. Volzin waarover ikzelf niet weinig tevreden ben.

Aldus blijven natuurlijk de drie grote kartonnen kisten, vol met de laatste veroveringen op bibliofiel gebied en door deze nederige auteur veroverd in kringloopwinkels, op rommelmarkten en door niet aftrekbare giften (spijtig dat dat laatste nog niet mogelijk is) vierkant op de tafel staan, en vormen het onderwerp van verwijten die door het plaatsvervangend zuchten, en gezien hun oorsprong uit de echtelijke neus, voor dezelfde auteur nog draaglijk blijven en dus nog zolang mogelijk genegeerd.

Zodoende ben ik dan maar internet gaan exploreren, mijn zoon als grootste verbruiker van bandbreedte afwezig zijnde en mij aldus de gelegenheid latend het toetsenbord te bedienen. Een aantal links naar boekenblogs trok mijn aandacht, en ik verdronk weldra links en rechts overstappend in de boekeninformatie.

Zo verzeilde ik dan ook op de blog van niemand minder dan Kate Sutherland, Canadese jonge schrijfster van kinderboeken: http://www.katesbookblog.blogspot.com/. Moet je, via haar profiel, even die blogs bekijken waaraan zij meewerkt, of die ze geïnitieerd heeft! Alleen al zulk één personnage op internet legt via de honderden links die je dan kunt aanklikken een totaal nieuwe wereld open.

Maar niet alleen Kate Sutherland heeft deze namiddag mijn weliswaar korte aandacht gekregen. Er zitten hier op blogspot nog honderden andere mensen, bekend of minder bekend, die via hun blog een uitnodiging vormen om de wereld gewoon eens op een andere manier te bekijken. Hoeveel levens heeft een mens nodig om één honderdste van alle goede dingen te proeven?

donderdag 31 juli 2008

Wie, zoals ik

Wie, zoals ik, de nacht niet bemint,
wie, zoals ik, het zwart van de nacht
het zwart van de slaap als verloren aanziet,
die houdt van de nacht, het zwart van de lucht,
die houdt van de nacht die hij toch niet bemint.

Ik ben de kampioen van het eerste vers. Tientallen wegen ontsporen uit deze aanzet. Ik daag elke lezer uit om nog een andere weg toe te voegen aan de mijne. Laat de bliksem en de donder, de regen, de plotse koude, de eenzaamheid van het tikkende uurwerk, de flauwte van de schemerlamp of het gesnurk van uw geliefde u inspireren tot een reactie. Een poëtische reactie. Ooit gehoord van interactieve poëzie? hier is de gelegenheid.

Ik daag iedereen uit, die zijn pen heeft gescherpt,
die zijn inkt heeft gestort in de pot van de nacht
in zijn strijd met de slaap toch het onderspit delft,
ik daag elkeen uit om zijn woorden te schenken,
aan de nacht van de zang, van de dichter die slaapt.

En als ik morgenavond, na een lange dag werken, ook slechts één dichtwerk vind dat mijn nacht kleuren kan,
zal het zwart van dees nacht, die de dichter bezang, in een vuurwerk van kleuren naar de nieuwe nacht gaan.

maandag 21 juli 2008

Een student is een vent...

Commilitones, Commilitoneskes!

Via LibraryThing doe ik de laatste dagen weer een boel nieuwe ervaringen op. Het is zulk een website waar de bezoekers een community vormen, en als je een beetje sociaal aangelegd bent, eindig je zoals elke (ex-) studax van schuimende in lege in schuimende in lege pint... Het kan een tijdje duren.


Literatuur, taalkunde, geschiedenis, in geen van deze vakgebieden draag ik een titel mee, maar als er maar niet al te diep op de onderwerpen ingegaan wordt, zodat je lekker badinerend toch een hele boel dingen opsteekt, kun je de gekste dingen tegenkomen.

Een van de bezoekers van die site heeft een opmerkelijke en zéér uit de hand gelopen hobby. Hij verzamelt alles wat het studentikoze leven aangaat, meerbepaald de mooie studentenliederen en alles wat erbij hoort. Zulk een persoon noem ik een echte ezel!

Beledig ik hem daarmee, Commilitones, Commilitoneskes? Ik hoop dat hij mijn epitheton ornans "echte" opmerkt, als hij puur toevallig deze bladzijde zou openslaan. Want dit hoort er echt bij, via de link "taalkunde". Welke student die ook maar een halve cantus heeft meegebalkt, kent het studentenlied "Student zijn" op de muziek van Armand Preud'homme niet? En is het niet de ridderlijke Eugeen die deze wijze woorden geschreven heeft? Juist.

Maar waarom zal iemand die een echte ezel genoemd wordt, zich beter niet beledigd voelen? Vraag dat een zichzelf respecterende ezel. Hij zal je meteen vertellen dat alleen een ezel met beperkte aansprakelijkheid zich een vent kan noemen. En een vent is een gecastreerde ezel, een ezel met beperkte aansprakelijkheid. Dus, Comilitones, Comilitoneskes, voor je begint te zingen tijdens een cantus, denk tweemaal na! En laat voortaan alleen de porren dat liedje maar zingen. Ze zullen er met misplaatst plezier aan beginnen. Alleen sommige heren met een verdacht hoog stemmetje mogen dan nog meezingen.

De geëerde woorden van Eugeen De Ridder krijgen plots een andere dimensie. De cantus wordt een bedenkelijke aanval op de mannelijkheid van de woerden. Zullen zij na de lektuur van deze blog nog met smaak en genoegen dit lied kunnen zingen? En zullen de porren, die met hun lief de zaal zijn binnengetreden, nog met zo'n vent naar buiten willen?

Ik stel voor bij het beëindigen van elke cantus een nieuwe gewoonte in te lassen, en aan de heren studenten toch eventjes de gelegenheid te geven met lage stem, en niet met een hoog piepstemmetje (tenzij de natuur het zo beschikt heeft...) balkenderwijs te bewijzen dat hij een vent dan wel een echte ezel is. Met uw relaties kun je dat toch wel bewerkstelligen, heer Praeses?

Geïnteresseerden kunnen de link onderaan de bladzijde onder vermelding van een gepaste titel terugvinden.

Een student is een vent
http://bibliothecastudentica.blogspot.com/

dinsdag 15 juli 2008

Een boontje voor Boontje

Tijdens mijn zoektocht naar info over Jeanneke Boon, de in 2005 overleden weduwe van Louis Paul Boon den anarchist, stootte ik op een webbladzijde die er mag zijn: nooit heb ik een vollediger overzicht gevonden van het werk en de wapenfeiten van de Aalsterse schrijver.

Het heeft geen enkele zin fragmenten hieruit weer te geven, alles staat er zo klaar en duidelijk, en hemels overzichtelijk opgesomd, dat het banaal zou zijn daar iets te willen aan toevoegen.

Ik hou het dus bij het zo tekenend citaat, waarmee die bladzijde afgesloten wordt, en raad iedere Boonliefhebber aan daar een link op vast te kleven.

Ik heb ze steeds opnieuw gezegd:
Ook al schop je 99 mensen op 100 een geweten,
er blijft dan nog een smeerlap over en die wordt president.
En als je naar die durft schoppen, vlieg je de gevangenis in.

http://www.geocities.com/Athens/Ithaca/2249/boonlouispaul.html

donderdag 3 juli 2008

Mijn Vaderlijk Erfdeel, ook Patriomium genoemd

Mijn zoveelste strooptocht langsheen Vlaanderens ramsj heeft me een pareltje opgeleverd, dat ik niet onvermeld wil laten.

In 1876 werd in Nederland een werkliedenvereniging opgericht, van christelijke signatuur, door een man die zijn jeugd heeft weten voorbijgaan in een weeshuis, waarna hij een waterval van verschillende beroepen uitgeoefend heeft.

Klaas Kater, zoals hij heet, heeft ginder hetzelfde werk verricht als bijvoorbeeld een Pieter Daens gedaan heeft in Vlaanderen: de werklieden van de 19de eeuw een stem geven.

Dit boek, in 1927 uitgegeven onder de titel, die ook de naam van het Verbond was, en later ook het orgaan van de vereniging, namelijk "Patrimonium Vaderlijk Erfdeel", heeft een titel die zo richtinggevend is als de pest: men legde de christelijk geïnspireerde medemens met handen en voeten uit dat het woord Patrimonium niets anders betekende als het Vaderlijk Erfdeel, het bezit dat van vader op zoon werd doorgegeven. Materieel stelde dat in arbeidersmiddens wellicht niet veel voor, dus zocht men het in hogere sferen, en werd de samenwerking met als resultaat de materiële en geestelijke verheffing het doel dat in de christelijke omgeving moest verwezenlijkt worden.

Het vijftigjarig jubileum van de vereniging in 1927 was een uitstekende gelegenheid om terug te blikken, en de samensteller, de heer Hagoort, heeft dit op een schitterende manier gedaan: hij geeft een schets van de belabberde economische omstandigheden die de 19de eeuw kenmerkten. Daarna volgt een minitieuze beschrijving van de strijd om de arbeiders samen te brengen, en ze bijeen te houden in het Verbond. Hij doet dat op wetenschappelijke wijze, met zeer veel verwijzigingen en voetnoten, doch dat vreet de leesbaarheid niet aan, ook niet voor de ondertussen reeds meer gevormde arbeider.

Het boek bevat zeer fraaie fotografische portretten van de protagonisten van dit epos. De tand des tijds (om in den schonen stijl van weleer de pen te blijven voeren) heeft ingewerkt op het boek, maar het is prachtig in zijn ouderdom: de ouderdomstekens zijn eerder decoraties dan fouten. Bovendien heeft niemand ooit de eigendom van het boek opgeëist, zodat het originele beeld van het arbeidersfeestboek ten volle blijft verder bestaan. Het komt dan ook op een hoge plank te staan.

woensdag 2 juli 2008

This is a Librarything

Als ik nu zeg dat ik sinds 1999 met internet om ga, lieg ik niet. En toch kom ik nog alle dagen dingen tegen die me voorheen onbekend waren, en die me nu hoogst interessant en nuttig toeschijnen.

Enige maanden geleden ben ik zo de website: www.librarything.com tegengekomen, zonder er verder iets mee te doen. Ik had het wel opgeslagen in mijn favorieten, maar tot nog toe wist ik niet wat ik ervan moest denken. De commentaren waren unaniem: mooi, maar met nog te veel feilen in de werking. Eén van de ergste verwijten was dat het contact met de grote wereldbibliotheken moeilijk waren. Sommige bibliotheken wilden wel hun catologus publiceren, maar laten gebruiken, dat ging al minder vlot.

Die euvels zijn voor de meeste bronnen nu uit de weg geruimd, er blijven nog wel bugs, maar goed, globaal gezien enzovoort.

Gisteren kom ik die verder ongebruikte link naar deze "favoriet" tegen, en ik besloot opnieuw een kijkje te nemen. Gevolg: vandaag heb ik me ingeschreven, en een eerste bespreking gedaan van het boek dat ik net uitgelezen heb: het in de vorige bijdrage besproken boek "Literaire Gids voor West-Vlaanderen".

Je kunt deze bijdrage lezen op : Literaire gids voor West-Vlaanderen door Fernand Bonneure , als de link van hieruit werkt natuurlijk. Zoniet, je kunt me vinden op :

http://www.librarything.nl/rss/reviews/Danny-Bloemenhof .

We zullen wel verder zien wat er van komt.

woensdag 4 juni 2008

Further oh tempora...

Ik heb nooit een letter van hem gelezen, en toch werd hij op school aangeprezen als één van de beste Vlaamse auteurs van zijn periode: Emiel Van Hemeldonck. In 1956 werd in de Gulden reeks van het Davidsfonds onder het nummer 438 (1956-1) een turf uitgegeven genaamd: "Vogelensanck". De rug van het boek heeft de kenmerkende plooien, en ouderdomsvlekken vullen het beeld perfect aan. Ik kan me moeilijk voorstellen dat in 1956 nog boeken uitgegeven werden die moesten opengesneden worden, zelfs de oude schoolboeken die ik in het eerste leerjaar voorgeschoteld kreeg, waren weliswaar kapotgebruikt door mijn voorgangers, maar hadden glad papier en perfecte randen.

Reeds in mijn verzameling aanwezig, maar eerder een oud, gebruikt en verbruikt exemplaar, dat wordt vervangen door dit hanteerbaarder en leesbaarder exemplaar: "Kopstukken" van Godfried Bomans. De man had een gouden pen, en toch begint dit verzamelbandje met zijn minst goede werk ooit: De Brandmeester. Er is geen inleiding, en misschien deed hij dat opzettelijk: je wordt gewoon van het ene moment op het andere in het vuur gegooid, hilariteit alom, maar niet voor mij, het is te bruusk. Zijn verdere verhalen zijn een stuk beter opgebouwd, en verteerbaarder. Maar het blijft Bomans, natuurlijk.

Elfride Jelinek met "Die Liebhaberinnen" en Nadine Gordimer met "July's people" vertegenwoordigen het ernstige gedeelte van mijn veroveringen
, Elfride zelfs in het Duits, zodat ik alles uit de kast zal moeten halen om dat te lezen.

Een pure bron van literaire kennis is het werk van Fernand Bonneure: "Literaire Gids voor West-Vlaanderen", waarin de gemeenten van de provincie in alfabetische volgorde een beschrijving krijgen met vermelding van de literaire en artistieke parels die daar begraven liggen, aan muren hangen, aan ingangen van kerkhoven en op dorpspleinen staan, en waar in vergeten straatjes en verdwenen huisjes hun herinnering met een enkele foto en een paar woorden tekst te zoeken zijn. Op bladzijde 109 zijn we in Ieper, en vind ik een Vlaamse vertaling van "In Flanders Fields the Poppies Blow" van de Canadese Luitenant-Kolonel John Mc Crae.

De overgang naar "Te Saam Vereend", een uitgave van de vzw Bedevaart naar de graven van den IJzer, een werkje dat de legende van de gebroeders Van Raemdonck in stand houdt, is bijna vlekkeloos. Dit boekje geeft ook een mooi beeld van hoe de toestand van onze soldaten in die oorlog moet geweest zijn. Het geeft eveneens een beeld van hoe de legende in stand gehouden werd, en misschien nog steeds wordt.

Eentje om te lezen, na te denken, en er het zijne van te denken. Dat is ook ten volle de bedoeling geweest van de drie jonge oost-Vlaamse studenten, die dit dichtbundeltje in eigen beheer uitgegeven hebben, ik weet er alleszins geen raad mee; "dilettanterig verdwaalden", van P.N.R. Anthierens, Francis Wilrijk en M. Celien, pseudoniemen van voor mij waarschijnlijk voor de eeuwigheid onbekende denkers.

Nog een onverwachte schakel (De Schakel: het cultureel centrum te Waregem heet zo) naar de Literaire Gids is in de reeks Zelfportret en Documentatie van Hautekiet: Walter Van Den Broeck. Waarom: het boekje is afgevoerd uit de bibliotheek Deken De Bo te Beveren aan de Leie. De priester-dichter-taalgeleerde De Bo die zijn terechte vermelding ook krijgt in de gids, is maar al te zeer achter zijn gedenkplaat verdwenen. Van Den Broeck zelf is hier in huis nog niet nadrukkelijk aanwezig, iets waar dit werkje wat moet aan doen.

Hugo Claus, je moet tegenwoordig wat van Claus in huis hebben, en toch blijf ik hem maar niets vinden. Maar zijn plaats in de Vlaamse literatuur kan ik hem natuurlijk niet betwisten. Hier nu het dichtbundel "Zeezucht", in samenwerking met Jan Vanriet uitgegeven.

En de rest zal wel komen wanneer het weer zoals vandaag niet goed genoeg is om ontspannen te kunnen tuinieren; nu ga ik de chefs van Mijn Restaurant laten watertanden: kippenbil comme chez moi.

Het is nu tien voor tien in de avond. Gezelle zou op een dergelijke mooie, ietwat winderige zomeravond misschien ergens in de tuin van zijn pastorie op een stoel gezeten hebben om te luisteren naar de avondzang van de merel, het ruisen van de wind in de bomen, en biddend en mijmerend zou er dan misschien een gedicht in hem opgeweld zijn, dat hij met enige vertraging aan zijn schrijftafel zou neergeschreven hebben, waarna de nachtrust hem naar bed zou gelokt hebben. Romantische visie op laatnegentiende-eeuws dichterschap.

Ik zal vandaag nog wat wat meer boeken de revue laten passeren, romantisch voor mijn computerscherm. De werkdruk is hoog, de rust is welkom. Daarnet heb ik mijn schildpadden vers water gegeven, mijn vissen eveneens, het gewonde pootje van Tante Jeanne (mijn schildpad-vondeling) verzorgd, en mijn hond die vandaag een verdoving gekregen heeft wegens een tandoperatie, gezelschap gehouden tot hij niet meer als een zatteman door de living stommelde.

Tijd dus voor: "Les Grands Mythes de l'Histoire de Belgique de Flandre et de Wallonie", sous la direction de Anne Morelli. Ik ben benieuwd of de mythen ook echt worden ontmaskerd, en hoe francofoon dit werk is, of hopelijk niet is. Neutraliteit is voor een historica het grootste goed. Zie ook mijn bericht van 16 februari 2008!

Uit de reeks "Bibliotheek van de Tweede Wereldoorlog" heb ik het zesentwintigste (en waarschijnlijk laatste) nummer in bezit gekregen: "
Londen in de Blitz". Dit boekje bevat een schat aan zwart-wit fotomateriaal, en als alle zesentwintig delen evenveel foto's bevatten, staat de ganse reeks op mijn verlanglijstje.

Ik heb mijn beestjes al vernoemd, en door toeval heb ik een boekje van de uitgeverij Thieme op de kop getikt: "Sierschildpadden Aanschaf - Verzorging - Voeding". Leuk, en toch met een boel nieuwe kennis. Jongerenliteratuur van een voorbijgestreefd soort, maar goed genoeg voor een leerling-senior.

Ongemeen boeiend, maar oh zo onleesbaar, want in het Chinees en in het frans: Tao Tö King. Vertaald, of als ondertitel: Le Livre de la Voie et de la Vertu. Uitgegeven bij J. Maisonneuve te Paris in 1981. Netjes van achter naar voor te lezen. Eh, lezen?

En het toeval bestaat niet, of toch wel? Op de omslag van het "Bevers Schetsboek" staat het eerste vers van een gedicht:

Een kerksken langs de koutervelden
bij 't kronkelen van de Lei,
Schier onbekend en waar men zelden
of nooit entwat van zei.

Geschreven door dezelfde Leonard Lodewijk (Deken) De Bo. Bevers, dat wil zeggen, van Beveren-Leie, nu deelgemeente van Waregem. Uitgegeven in 1982, bevat dit boek een schat aan gegevens over de geschiedenis en folklore van een dorp. Mooie tekeningen zijn het uitgangspunt, de vertelling van de lokale geschiedenis en de historische ontwikkelingen zijn ongemeen boeiend. Dit is een prachtwerk.

Van hetzelfde kaliber, maar mooier uitgegeven is "Heusden in woord en beeld", met pentekeningen en begeleidende teksten van Michel De Baere. Zeer verzorgde, luxueuze uitgave van 1973, waarin de pentekeningen de aandacht vragen, de tekst had, zo bewijst het Beverse broertje, veel uitgebreider mogen zijn. Maar dat is allemaal relatief: dit boek is het andere niet. Een pareltje alleszins. Heusden, voor alle duidelijkheid, ligt tegen Gent, en is dus niet het Limburgse Heusden.

Omdat Google uiterst karig voorzien is met informatie over zowel dit boek als over de auteur, geeft ik hier de persoonsbeschrijving mee, zoals die letterlijk in het boek opgenomen is. Heusdenaars, uw artiest heeft een prachtig boek samengesteld, verzorg uw artiest!

De Baere Michel, Leopold, Jozef, Urbain, - geboren te Kruishoutem, de 17 maart 1905.

Hij is de jongste zoon uit een zeer talrijk gezin. (15) Vader, moeder evenals acht gebroeders verdienden hun brood in het onderwijs.

Hij studeerde aan de Bisschoppelijke Normaalschool te St. Niklaas en behaalde er in het jaar 1924 met "grote onderscheiding" het Diploma van Onderwijzer.

Hij begon zijn loopbaan als interimaris aan de katholieke school te Dendermonde, werd op 2de Kerstdag 1924 definitief benoemd aan de gemeenteschool te Overmere, waar hij 8 volle jaren in dienst bleef, om over te gaan op 1 januari 1933 naar de gemeenteschool te Heusden. Hij werd aldaar aangesteld tot schoolhoofd op 16 oogst 1939 en bleef in dienst tot 31 oogst 1960.

Hij woont nu te Heusden, dorpplaats 13 - p.nr 9210.

Wie wil zo vriendelijk zijn mij verdere gegevens over de artistieke loopbaan
van deze verdienstelijke man te bezorgen?

zie ook mijn artikel van zaterdag 20 februari 2010

Kijk trouwens wie we daar hebben: in de opsomming van het Huis van Gent, als lijst van de Kasteleinen en Burggraven van Gent, Heren van Heusden vanaf de XIIIde eeuw, vinden we onder a terug: Zeger III (overleden 1227), gehuwd met Beatrix van Heusden.

Onder b staat diens zoon Hugo I, (overleden 1237) zoon van Zeger III en broeder van Gerard de Duivel! ! ! Marc Sleen zal het graag gelezen hebben.

woensdag 28 mei 2008

Oh tempora...

Als de lente in het land is, staat de computer toch altijd een eindje verder. Dat ondervind ik nu; de tuin, de hond, de schildpadden, de kamerplanten ... ze vragen meer tijd, en vreten er dus van anderen.

Maar niet getreurd. Boekenland leeft verder, en rijgt zijn veroveringen weer aan zijn musketiersdegen. Die musketiers, ik heb het boek in één zéér lange ruk uitgelezen. Ik kan niet zeggen dat ik nog onder de indruk ben, driekwart ervan zou moeten geschrapt worden, evengoed geeft het een perfect beeld van hoe de schrijver destijds trachtte zijn brood te verdienen.

Naast mij ligt een tweede uitgave van het bij Standaard-Boekhandel in 1942 verschenen "En de Rechter vertelt..." van August Van Cauwelaert. Mooi bewaard, met zorg behandeld, de oorlog en de daaropvolgende opbouw en weelde hebben het boekje niet kapot gekregen. De eigenaar had er dan ook een heus ex-libris in gekleefd, en zo het ongewilde teken gegeven dat hij een kenner was. Twee verhalen herinner ik me nog: "En toen begon de ezel", en "Buken". De rest is van voorafaan te hernemen. Ik weet er niets meer van.

Van Saint Exupéry heb ik twee boekjes in de oorspronkelijke taal: "Vol de Nuit" en "Le Petit Prince", en ze staan beide op het zeer gekende lijstje. Het zijn beide herinneringen, aan mijn scholierentijd, aan mijnheer Johan Van Lishout, leraar frans, en aan mijn studententijd te Leuven.

Een pareltje van een bedenkelijk soort: "Poetic Gems" van William McGonagall. Bedenkelijk omdat in de recencies achteraan geschreven werd: The greatest bad verse writer of his age. En: A real genius, for he is the only truly memorable bad poet in our language. Ook: He managed to do what far better poets have failed to do: he added to the stock of folklore. Als mijn dichtkunst het ooit zo ver brengt, zal ik reeds een tevreden poëtertje zijn. De andere verzamelbundels van zijn werk dragen titels die ik je niet wil onthouden: naast Poetic gems zijn er:
- Further poetic gems
- Yet further poetic gems
- More poetic gems
- Yet more poetic gems
- Still more poetic gems
- Last poetic gems

Wie doet beter?

Even bedenkelijk is het werkje: "Het Fin de Siècle Alfabet" van F.L. Bastet. Het gaat om dichtkunst van een uiterst bedenkelijk allooi, voor het gemak vrij inspiratieloos in alfabetiche volgorde geklasseerd tot een poëtisch ... eh ... alfabet. Het begint bij de Acrobatische Miss Belinda, ontmoet het Beestmens ; bezingt de Châtelaine in haar boudoir, en eindigt bij de ondertussen wereldberoemde Zoeloe, die zwarte Toverkracht heeft. Fin de sciècle? Het is uitgegeven in 1984. De colofon achteraan helpt je verder: het betreft werk uit de nalatenschap van Vincent Vere, de neef van. Het gaat dus over het fin van een andere sciècle, en het wordt er alleen maar bedenkelijker om.

De Huurkoetsier wil ik toch even googlegewijs de wereld rondsturen:

De Huurkoetsier bespiedt cliënten
per omgekeerde periscoop,
en dat bij voorkeur in de lente
zo'n negen maanden voor de doop.
Want veert het koetsje extra krachtig
dan weet hij: liefde maakt één drachtig.

Enige ernst is echter ook gepast: van A. Den Doolaard: "Het Verjaagde Water". Een uniek boek, maar ga ik het aankunnen?

Totaal onbekend voor mij, maar onder de vorm van een verzameld werk zeer interessant: Maria Dermoût. Ik vraag u vergeving, Maria, ik heb nooit van u gehoord, tenzij ik u heb ontmoet in één van de zovele werken waarin andere literatoren uw naam hebben laten vallen, maar niet voldoende geduid om tot leven gekomen te zijn. Voor het opzoekingswerk, en het lijstje, wie weet?

En nog eentje voor de eeuwigheid: in de Pantheon-reeks: John Galsworthy. Alsof The Forsyte-saga televisiegewijs de jaren zeventig van vorige eeuw geen kleur gegeven zou hebben. Laat Soames maar komen!

De rest is voor later.

dinsdag 25 maart 2008

Wat hebben Gorbatsjov, Tecumseh en Vera Lynn met mekaar gemeen?

Dat weet ik niet. Dat heb ik nooit geweten, en dat zal ik ook nooit weten. Toch heb ik van deze drie personen een boek in handen gekregen, tussen anderen, met als gemene deler dat hun boeken ofwel nauwelijks aangeraakt zijn, ofwel uiteindelijk toch in de ramsj terecht gekomen zijn. Goed voor mij.

Michail Gorbatsjov bekijkt me met zijn rood geverfd voorhoofd aan vanachter de plastiek waarin zijn boek in de boekhandel werd ingepakt. Het is er nooit uitgekomen, en als het van mij afhangt, zal dat ook niet gebeuren. Wegens te veel te lezen, en wegens al te gedateerd om nog de moeite te doen. Het is geschiedenis, maar je kunt niet alles verteren, nietwaar.

Vera Lynn daarentegen heeft mijn jeugdjaren verblijd met Bluebirds te Dover en nieuwe meetings, haar zwoele stem deed het kind in mij verlangen naar oorlogsverhalen, die mijn vader en moeder soms vertelden, en al lag het allemaal nog zo vers in hun geheugen, voor ons was het een onvatbaar verleden. Ik kon dan ook alleen maar de romantiek van de oorlog snappen, niet de dramatiek.

Tecumseh, één van de helden uit mijn jongensjaren, krijgt in het boek van James Alexander Thom de geromantiseerde versie van zijn ware, historische leven aangeboden in een lijvig, door Van Holkema & Warendorf/Houten zeer degelijk uitgegeven werk van liefst 828 bladzijden literatuur. Ik geloof mijn ogen niet, men zocht (en vond) een koper die voor dit kleinood zestig eurocent wilde neertellen. Iets om naast Sacajawea te zetten (ik hoop dat ik die naam correct spel), het indianenmeisje van de Slangenindianen, die met de eerste ontdekkingsreizigers langsheen de Mississippi van Oost naar West trok en het gehele continent hielp in kaart te brengen. Maar dat iemand zo iets koopt, en het dan niet leest...

In het Pantheon der Nobelprijs Winnaars (tegen mijn gewoonte, met een zekere afkeer en enkel om puur technische redenen splits ik dit woord dat niet gesplitst mag worden) krijgt nu ook Pär Lagerkvist een plaats. Dit tweede boek in een reeks, die ik als jonge lezer reeds alle wilde bezitten, valt nu eindelijk in mijn handen. Eigenlijk is dit het veertiende deel in de serie. Prachtig, haast ongeschonden, het krijgt eveneens een ereplaats in mijn boekenkast.

Twee gigantische kleppers moeten zeker ook vermeld worden.

Eén is het tweede deel van "Geschiedenis van Vlaanderen - De middeleeuwen, XIII° en XIV° eeuw". Uitgegeven op zeer dik kwaliteitspapier voelt het ouder aan dan het is. Dit boek is duidelijk wel in gebruik geweest, en vertoont hier en daar reeds ouderdomsvlekjes. Dat mag, het is onze geschiedenis, en die mag niet onaangeraakt in een kast staan te pronken.

De andere klepper is "Vlaanderen Vandaag" van Frans Verleyen, uitgegeven onder auspiciën van de Vlaamse Executieve, bij brd/Lannoo in samenwerking met Knack uitgegeven. Een titel is maar wat hij is, maar Vlaanderen Vandaag is niet meer het Vlaanderen van vandaag (die kapsels alleen al...). Toch reuze interessant.

Een Vlaamse Pocket om de betere lectuur af te ronden: de Gezellebrevier van Bert Ranke. Die reeks is echt een belangwekkende. Maar natuurlijk is de uitgeverij dan ook goed gelegen! Zo heb ik als jonge kerel van Lode Baekelmans "Mijnheer Snepvangers" leren kennen, en van August Van Cauwelaert de "Vertellingen van de Rechter", en staat van Hugo Verriest zijn "Keurbladzijden" nu ook in mijn Streuvelshoek.

Van een heel ander kaliber, door mij niet gekend, en dus met de nodige omzichtigheid gekeurd alvorens gekocht is "Peter Schlemihls Wundersame Geschichte" van Adelbert von Chamisso. Dit zijn 79 zéér kleine bladzijden zéér klein lettertype Duitse klassieke literatuur. Ik ben benieuwd.

Opnieuw een totaal andere vorm van literatuur zijn de "Notions d'Economie domestique (La Petite Ménagère), een handboekje voor de derde en vierde graad van het in 1937 schoolgaande meisje. Ter informatie: mijn moeder was er in 1937 vijftien, en liep school in het pensionaat van de zusters van het Heilig Hart in Petit-Rechain, vlakbij Verviers, waar haar oudere halfzus voltijds haar tijd bestede aan mijn Tante Nonneke te zijn. Voor haar geen voordeel, zo bleek uit haar verhalen. Ze kan dit werkje best wel eens in de hand gehad hebben. Misschien.

In de oorlogsatmosfeer heb ik er al een paar van dit soort gehad, en nu kan ik kennis maken met een getuigenis, door Joseph Wilkens, genaamd "In de hel van Dora". het boekje is uitgegeven in 1945 of 1946, google spreekt zich op dat vlak tegen. Maar ondanks de relatief goede staat, is de omslag zwaar vervuild. Toch een echte schat te noemen.

Echte varia vormen de drie laatste "boekjes".

"Een verhaal over passie" verhaalt de geschiedenis van het automerk Mercedes. Keurig uitgegeven hardcover fotoreclame voor een terecht mooi genoemde auto. Gekocht dan ook omwille van mooi. Twintig cent.

Pure nostalgie. De BRT gaf destijds boekjes uit als een merchandising avant la lettre. Ik had er onder meer van Johan en de Alverman, het vlaggenschip van de BRT-feuilletons. Ik aarzelde dan ook niet toen ik de kleurenfoto van Schipper Mathias, de onvergelijkbare Mathilde, het lieve Marieke (waarop niet alleen Walter Grootaers verliefd werd, hoor makker), Madame Krielemans, Hyppoliet en Philidoor zag.

En mijn meest nutteloze aankoop ooit: een muziekschriftje, onbeschreven, maagdelijk blank. Maar oh zo mooi.

De voorgaande weken heb ik nog veel meer gekocht, te veel om op te noemen. Wanneer ga ik dat toch allemaal lezen?