ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

vrijdag 4 januari 2008

Arthur Japin

Tot mijn verbazing, zijn naam, weet je wel, tot mijn verbazing blijkt hij een Nederlander te zijn. Dat is niet denigrerend bedoeld, maar met een dergelijke naam wil een Vlaming wel al eens doen wat alle Nederlanders doen: engels denken. Arthur Japin.

Dat spreek je niet in het Rotterdams uit, dat wordt Arthur, zoals mijn alter ego Arthur King, in de literatuur beter gekend als King Arthur. Maar hoe spreek je die verrekte familienaam uit? Djijpin? Het zal wel, zeker?

Waar ik zijn naam voor het eerst ontmoet heb, weet ik niet meer, maar waarover het ging, des te beter. Twee kinderen uit donker Afrika worden als gijzelaars aan Koning Willem geschonken om een geval van lichtjes winstgevende handel te verdoezelen. De koopwaar in kwestie waren toch maar mensen, en eigenlijk hoefde je niet van mensen te spreken, apen werd ook wel verstaan, en ook een latere koning van ons latere vaderland had wel iets met die zwarten, zolang ze maar geld opbrachten natuurlijk. Dus Willem kon daar nog wel mee leven, en het boek verstaan we omwille van de morele verwantschap van beide staatshoofden net even goed als de Nederlandse lezer.

Maar enige tijd geleden las ik over de vrouw, die vanuit het min of meer Wilde Westen besloot land te claimen in Texas, een wilde en woestijnachtige streek, waar de baarlijke duivel met al te rode huid te paard dood en verderf zaaide, en dus met wortel en stam moest verdelgd worden. Helaas heeft de geschiedenis voor sommigen wel wat anders in petto gehad, en de vrouw verloor haar kinderen aan diezelfde baarlijke duivel. Gelukkig was er nog de heer Houston, en zijn Texas Rangers, maar ook een Texaanse generaal, afstammeling van een andere natie van veroveraars was niet van de poes, zodat een eerlijke land stelende familie het gedurende die heldentijd toch nog aardig te verduren kreeg. Maar mensen willen hoe dan ook overleven, en dat doen zowel de goeden als de slechten.

Als die goeden en slechten dan bovendien ook nog met hun voeten in twee werelden staan, en zowel hun eigen wortels als takken ontmoeten, is de menselijke ziel een vieze smeltkroes van goed en kwaad die hand in hand gaan, en alle littekens die menselijk gesproken mogelijk zijn, vertoont. Het is een eerlijk verhaal, waarin dat goed en kwaad niet altijd te onderscheiden vallen, en waar andere gevoelens een prominenter plaats toegewezen krijgen.

Ik moet het boek nog lezen, maar ik weet nu al dat ik een fan ga zijn van Japin. Want alles wat we al gelezen hebben over de heldenmoed van de blanke welwillende veroveraar, die hart en ziel, geest, lijf en leden veil had voor het veroveren van zijn geluk in zijn nieuwe wereld, was dat nu Afrika, Amerika, Azië of elders, steeds moeten we tot de conclusie komen dat de populaire verhalen à la Karl May pure bullshit zijn, en dat de waarheid verscholen zit in de nog steeds onbekende geschiedenisfragmenten van mensen die moordden om te stelen, stalen om te leven, en leefden om te groeien: of hoe je steeds gelijk hebt, als jij maar de overlever bent.

Toch wordt het verhaal als intrigerend omschreven, omwille van de genuanceerde waarheid en de rauwheid daarvan. Menselijk verdriet, dat nooit had mogen bestaan.

Ik ga het lezen, geklasseerd als het is onder de hoofding: prioritair. Zoals honderden andere boeken die hier en elders in mijn leven en in mijn huis rondslingeren, zal dat weldra gebeuren, binnen twintig of vijfentwintig jaar, of als ik reïncarneer als een boekenworm.

Maar fan van Japin ben ik nu al.