Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




maandag 13 juni 2011

Moedertaal van Roc Aly

Brief aan Arsène

Grote, oude en eerbiedwaardige Arsène, gij die nog relaties met het verleden onderhoudt, gij die nog kunt putten uit bronnen die voor ons jonge snaken die baby-boomsgewijs de wereld zijn gaan bevolken, en te jong waren om na de verkiezing van Kennedy al iets anders te zien als Jacky, door ons moeder gepromoveerd tot de mooiste vrouw ter wereld, droog gebleven zijn, hebt gij ooit gehoord van de grote dichter Roc Aly?

Sommige dichters, zo is algemeen geweten, schrijven niet voor de lezer, maar enkel voor zichzelf. Het gevolg is, dat dichtwerken, op de wereld losgeschoten in 1958-1959, door Tante Google, nochtans de goedheid zelf, niet meer teruggevonden worden. Twee werken van de hand van deze meester zijn bij haar bekend, een één daarvan is het exemplaar zelf dat ik hier voor me liggen heb: het nummer 511 van de achthonderd die uit de persen gerold zijn. Waar zijn de overige 799 exemplaren? Ongetwijfeld hebben een aantal ervan in bibliotheken een wezenbestaan gekend. Sommige zijn in handen gekomen van genadevolle mecenassen, maar de rest?

Roc Aly kan ik dus niet van een korte biografie voorzien, en zijn bibliografie wordt beperkt tot dit bundel, "Water", uitgegeven in 1959, en "Maar van rozen", waar ik geen verdere letter van kan vertellen, tenzij ik het wil kopen, want een aantal mensen willen deze nobele onbekende dichter en zijn werk toch nog voor de kar spannen om enige centen binnen te rijven.

Hij is een filosoof, zoveel is duidelijk. Hij doorzwemt heel het leven en geeft commentaar op alles wat met het zijn te maken heeft. Maar dichten doet hij niet echt. Hij begint elk werk, of nee, sommige werken is beter, met een mooie dichterlijke frase, maar zijn drang om de filosofische kant van zijn wezen naar buiten te brengen remt hem af. Het eindigt steevast, in de overige 90 % van het gedicht, in een beschouwing die voor hem ongetwijfeld zeer interessant geweest is om aan zijn gehoor kond te doen, maar die toch niet kon wedijveren met andere filosofen die in die jaren tegen de rockzangers moesten opboksen, en dit op hun eigen terrein soms zelfs met succes deden.

Tracht dit maar eens op een pinkstermaandag te verteren:

RUIMTERIJK

De mens ordenen
De tijd en de ruimte
BEHEERSEN

Dat is de ware
Taak van de mens
VANDAAG

Ruimtelijk ordenen
Begint met zich zelf
Daarna met iedereen
Eindelijk alles
DAARBUITEN

ZO MOET HET
ZO ZAL HET
13_12_1958

Gelukkig was het niet lang daarna, zoals gij, grote Arsène ongetwijfeld nog in uw geheugen kunt terugvinden, Kerstmis en heerste er, als je de dreiging van het communisme niet meetelde, weldra weer een ogenblik vrede op aarde. Een dichterlijke inleiding is zelfs hier ver te zoeken. Een statement, een verklaring, een verzuchting. Maar ik snap er gewoon weer niets van, dat zal het zijn.

De volgende vind ik al begrijpbaarder. Maar veel dichtkusnt vind ik toch niet terug.

MOEDERTAAL

Kon ik maar de chinese taal
Schrijven - zeshonderd miljoen
Mensen - halve, stukken of gehele -
Zouden mij begrijpen - ik zou de
WARE VLAMING ZIJN

Was ik maar een amerikaan
Of een britse werker of geleerde
Wat zouden die vierhonderd
Miljoen angelsaksers mij goed
BEGRIJPEN

En als hindou mij met meer
Dan driehonderd millioen van
Dezelfde beschaving voelen of gelijk
Een sovjet minstens tweehonderd
Millioen etend van dezelfde tafel

Was er maar een wereldtaal
Om als moederspraak door drie
Miljard mensen te worden gezongen,
Want als vlaming moet ik mij
Nog vergenoegen met gevoels-
Argumenten, iets dat moet
VERDWIJNEN

Help! Afgezien van het feit dat het begrijpbare van dit werk ligt in de strijd van een kleine taalgroep om begrepen te worden over de ganse mensheid, kan ik uit deze woorden niets meer dan een noodkreet van een individu uit een kleine groep puren, die zijn idee aan de ganse wereld wil verkopen, en het daar moeilijk mee blijkt te hebben. Terecht. Want als je wat te vertellen hebt, en je vindt papier daarvoor de beste weg, moet je een en ander goed formuleren, en kiezen: proza of poëzie.

Hij heeft poëzie gekozen. Van Ostayen ligt niet ver van hem vandaan op de loer, en fluisterde in zijn oren dat het visuele aspect van een bladzijde poëzie het halve gedicht is. En dus wordt er druk geëxperimenteerd met bladschikkingen, en doemt het woord "Boem" zowaar op om nog wat meer variatie in de uitdrukkingsmogelijkheden te gebruiken.

Het enige echt poëtische onderwerp dat ik heb teruggevonden is ondergebracht in het gedicht: De Dood. Dit gedicht is ook Van Ostayaans van bouw, en ik rijf de woorden dus maar horizontaal aan mekaar, anders lijkt mijn bijdrage helemaal op niets.

En ik lach - Omdat - ik haar - Voel - Wij - LACHEN -  - Omdat - Een mens - Zo'n - Aardig - Kruipdier - IS - - VEEL - STAART - EN - WEINIG - KOP - MAAR - EEN - GROTE - BEK

Ik kan er niet van wakker liggen, en als ik het te veel lees, kan ik er niet van slapen. Dus grote Arsène, help mij: wie is die Angy Young Man, die lang nadat Jack Kerouac reeds uitgepraat was, nog Young en Angry tegen de wereld aanschopte, in een moedertaal die te klein is om wereldwijd begrepen te worden, en dus de dood zijn te grote bek verweet? Hij is zo lief geweest het dichtbundeltje te signeren, en droeg aan Jacky en aan nog iemand dit werkje"van harte" op, en deed dat op 13.9.1970. God, De Slang, de Dood, het Heelal, Het communisme, het Vlaams... hebbe(n) zijn ziel.


zondag 12 juni 2011

De Vlaamse taal is wonderzoet

voor wie haar geen geweld aandoet.

Soms krijg je zo van die mailtjes in je brievenbus, die net dat ietsje boven de andere uitsteken. Een of andere dichteraar heeft een en ander op een rijtje gezet, en deze wil ik de lezer niet onthouden. Want weet je, hij heeft best gelijk: de Nederlandse taal is best moeilijk om aan te leren. Lees maar.

Men spreekt van één lot, en verschillende loten,
maar 't meervoud van pot is natuurlijk geen poten.
Zo zegt men ook altijd één vat en twee vaten,
maar zult u ook zeggen: één kat en twee katen?
Laatst ging ik vliegen, dus zeg ik vloog.
Maar zeg nou bij wiegen beslist niet: ik woog,
want woog is nog altijd afkomstig van wegen,
maar is dan 'ik voog' een vervoeging van vegen?

Wat hoort er bij 'zoeken'? Jazeker, ik zocht,
en zegt u bij vloeken dus logisch: ik vlocht?
Welnee, beste mensen, want vlocht komt van vlechten.
En toch is ik 'hocht' niet afkomstig van hechten.
En bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.
En evenmin zegt men bij slopen 'ik sliep'.
Want sliep moet u weten, dat komt weer van slapen.
Maar fout is natuurlijk 'ik riep' bij het rapen.
Want riep komt van roepen. Ik hoop dat u 't weet
en dat u die kronkels beslist niet vergeet.

Dus: kwam ik u roepen, dan zeg ik 'ik riep'.
Nu denkt u: van snoepen, dat wordt dan 'ik sniep'?
Alweer mis, m´n beste. Maar u weet beslist,
dat ried komt van raden, ik denk dat u 't wist.
Komt bied dan van baden? Welnee, dat wordt bood.
En toch volgt na wieden beslist niet 'ik wood'.
'Ik gaf' hoort bij geven, maar 'ik laf' niet bij leven.
Dat is bijna zo dom als 'ik waf' hoort bij weven.

Zo zegt men: wij drinken en hebben gedronken.
Maar echt niet: wij hinken en hebben gehonken.
't Is moeilijk, maar weet u: van weten komt wist,
maar hoort bij vergeten nou logisch vergist?
Juist niet, zult u zeggen, dat komt van vergissen.
En wat is nu goed? U moet zelf maar beslissen:
hoort bij slaan nu: ik sloeg, ik slig, of ik slond?
Want bij gaan hoort: ik ging, niet ik goeg of ik gond.
En noemt u een mannetjesrat nu een rater?
Dat geldt toch alleen bij een kat en een kater.

U ziet, onze taal beste dames en heren,
is, net als ik zei, best moeilijk te leren!