Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




zaterdag 29 augustus 2009

"Rommel"markt te Oudenaarde

Je moet niet altijd geloven wat er geschreven of gezegd wordt. Als ik lees dat de jaarlijkse rommelmarkt weer zal plaatshebben, moet ik alleen maar glimlachen. Ik sta er altijd vroeg voor op. En kom altijd terug zonder de minste rommel mee te dragen. Ik koop namelijk geen rommel. Tenzij ik dat echt wil.

Ik kom ook nooit met lege handen terug. Zoals vandaag. Zes boeken in uitstekende staat. Géén rommel. Verkopers blij, ik blij. Ik heb zelfs niet gemarchandeerd: de prijzen waren meer dan redelijk.

Prins Karel Seigneur van Raversijde, petites histoires door Michel Capon is een informele verzameling feiten en weetjes, meer dan een biografie. Verwacht geen wetenschappelijk onderbouwde stellingen. Men gaat nergens zwaar in op de politieke en persoonlijke kwesties die zijn leven vorm gegeven hebben. Maar het is aangename en leerrijke lektuur, met ook interessant fotomateriaal van de Prins en zijn entourage. Ik stel vast dat enkel het gedeelte foto's is bekeken, de rest ziet er onaangeroerd uit. Zoals gezegd, dit is geen rommel, en zijn euro meer dan waard.

Zeker geen rommel, net even onaangeroerd, en zijn euro tienvoudig waard, is het Verzameld Werk van Willem Elsschot, uitgegeven bij Querido als 14de druk van 1992. Het is zelfs een schande te noemen dat het werk van één van de grootste Nederlandstalige auteurs uit de twintigste eeuw bij wijze van verzameld werk slechts een uitvoering krijgt in een wel verzorgde, maar niet in het oog springende uitvoering. Het is een schande dat iemand dit boek in handen gehad heeft, en het niet gelezen heeft. Het is ook een schande vast te stellen dat deze verzamelde werken zovele herdrukken gekend hebben, maar in hun nieuwe hemd op een tapijt op een rommelmarkt ... als rommel verkocht worden. Goed voor mij, bedenkelijk als het gaat over een mogelijke waardeschaal waarmee de behandeling van onze literatuur van de hoogste plank ingeschat wordt.

Van een totaal andere orde, maar lijdend aan dezelfde kwaal als beide vorige boeken, zijn de twee boekdelen: De Eerste en de Tweede Wereldoorlog Dag na Dag, van Ian Westwell (W.O.I) en Anthony Shaw (W.O.II). Hoogst interessant fotomateriaal, gedegen tekstbegeleiding, en zoals de titel van de boeken aangeeft: een chronologische beschrijving van de gebeurtenissen dag na dag. Ik heb hier nog een paar boeken met een gelijkaardige benadering liggen, zodat ik interessant vergelijkingsmateriaal ter beschikking heb. Elk boek heeft twee euro gekost, een prikje. Het is dan ook maar rommel.

En ten slotte uit de reeks Vlaamse Volksboeken de twee delen "De bende van Baekelandt", van Victor Huys en Hans Van Duyn (origineel werk van 1860). Omtrent die beide namen moet ik nog één en ander natrekken, zaak blijkt dat het niet echt duidelijk is wie welk werk gedaan heeft bij het originele boek. In het voorwoord bij deze uitgave van 1980 bij Beckers te Kalmthout wordt duidelijk gewezen op allerhande rare toestanden bij het tot stand komen van de uitgave van 1860. Volgens wat ik ervan begrijp, diagonaal bekeken, is dat de auteur van het oorspronkelijke werk de priester Victor Huys moet zijn, maar dat Hans Van Duyn het werk in een vlottere taal overgezet heeft. We zien wel hoe het totale verhaal in mekaar steekt. Beide boekdelen zijn uitstekend bewaard, ooit voor 6 euro aangeboden, maar nu voor twee euro per stuk in mijn handen gekomen.

Zeg nooit rommel tegen rommel. Ook in W.O.II heeft er één nog wat wapenfeiten op zijn naam gezet, maar objectief bekeken werd hetgeen hij afleverde slechts door één Korporaaltje wegens overspannen niet ten volle op zijn militaire waarde gewaardeerd. Als die dat rommel noemde, kan het best zijn dat hij de naam van zijn generaal verwarde met het door hem afgeleverde produkt.

zaterdag 22 augustus 2009

Even in de oudheidkunde gedoken


De geschiedenis van Nendje en jetje heeft me ertoe gebracht een paar specialisten te raadplegen omtrent een gedenkplaat die ik van Harieke "geërfd" heb. Ik heb het om in juiste termen te spreken, gekocht uit zijn inboedel.

Dit bericht is dan ook speciaal bestemd voor de mensen van het Forum Eerste Wereldoorlog. Deze foto, en nog twee andere met een gelijkwaardige inhoud heb ik naar de website van de Ijzertoren gemaild, die tot hun verbazing evenmin iets van dit soort van gedenkplaat schenen af te weten. Maar zij onderzoeken dat nog. Laat dus al je relaties maar even zoeken naar gelijke, gelijkaardige en gelijkwaardige afbeeldingen met dezelfde functie. De beschrijving kan gelezen worden op het betrokken forum. Ik hoor het natuurlijk graag als iemand nog in het bezit is van een dergelijke gedenkplaat.

Mooi is ook dat de grote grafsteen op de gedenkplaat dezelfde is die ook afgebeeld staat op de foto's onder deze koppeling. Laat me ook over iets anders even duidelijk zijn: de afbeelding op deze blog valt onder mijn copyright.

vrijdag 21 augustus 2009

Ik, Oostvlaamsche Zanter

Een tijdschrift dat toch al een behoorlijk aantal jaren is meegegaan, blijkt het Tijdschrift van de Bond der Oostvlaamse Volkskundigen en van de Dienst voor Volkskundige Opzoekingen, kortweg genaamd: Oostvlaamsche Zanter geweest te zijn. Ik heb hier het nummer 5 van de 38ste jaargang (sept-okt) van 1963 voor me liggen. Mogelijk ligt daar nog een terrein voor leuke ontdekkingen, als het maar mogelijk zou zijn een voldoende aantal nummers te verwerven.

De artikels zijn mooi en soms geestig geschreven, en ook voor mij verrassend: na een "Portret van Viktor van Dokus, de laatste ganzen- en schaapherder van de Denderstreek", dat een boel elementen uit het volksleven naar bovenhaalt, volgt er een artikel over de Gentse Feesten in de Literatuur. We schrijven 1963, bedenk dat wel. En inderdaad, het artikel geeft me een eerste klap met de inleiding:

In "Het land van Rubens" vertelt Conrad Busken Huet hoe E. J. Potgieter, die België altijd een goed hart toedroeg, in de zomer van 1871 met een bepaald doel een Vlaamse pelgrimstocht ondernam.

Het blijkt dat Potgieter in 1828 reeds kennis had gemaakt met Jan Frans Willems, en dus wilde Potgieter het graf van de grote Vlaming bezoeken. Hij maakte bij diezelfde gelegenheid ook kennis met "De juffrouwen Rosalie en Virginie Loveling". Op de Kouter, toen de Place d'Armes genoemd, was er illuminatie en volksdans: immers, de Gentse Feesten vielen samen met de herdenking van het 25 jarig overlijden van J.F. Willems. En ik die dacht dat deze Feesten een aangelegenheid van de tweede helft van de twintigste eeuw waren!

Dit is te lezen, te bestuderen, en bovenal uit te breiden.

Een zeldzaamheid die me vandaag in handen gevallen is, is de poëtische aanklacht van Filip De Pillecijn: Het boek van de man Job, uitgegeven waarschijnlijk in 1956, maar dit exemplaar is de heruitgave op 30 december 1962 ter gelegenheid van de Filip De Pillecijn-herdenking te zijner nagedachtenis ingericht door de Bond der Oostvlamingen te Brussel. De oorspronkelijke uitgave is een zeldzaamheid, en betreft een tiental kartons, los van mekaar, in een beperkte uitgave van 300 exemplaren. Het wordt op Kapaza te koop aangeboden tegen 50 euro. Geen kleinigheid, maar als het inderdaad slechts op 300 exemplaren gedrukt is, dan is dat natuurlijk wat anders. Wanneer er naast deze 300 exemplaren nog een serie op gewoon papier gedrukt is, bestemd voor het publiek, dan ligt dat al heel wat gevoeliger. Deze heruitgave is gebeurd op glanspapier, en bevat geen persoonlijke gegevens. Het is goed verzorgd, komt waarschijnlijk uit dezelfde bibliotheek als het hogergenoemd tijdschrift, en is ondanks zijn nietszeggende uiterlijk een verzamelstukje. Spijtig is wel dat de teksten telkens rond een gravure opgesteld zijn, of beter is de gravure met de tekst als doel gemaakt, maar nergens staat de naam van de kunstenaar vermeld. Toch een mooie aanwinst.

Vermoedelijk nog uit dezelfde bibliotheek komt de brochure: Herdenking van en Hulde aan Z.E.H. Cyriel Verschaeve te Alveringem met Tentoonstelling 27e en 28 spetember 1969, door het "Verschaeve - Komitee te Alveringem" v.z.w.

Reeds op 6 september 1969 schrijft Pater M.S. De Laere o.p. het woord vooraf, en refereert op het einde daarvan naar "Streuvels, ons onlangs ontvallen", om een vergelijking te maken tussen beide kunstenaars. Streuvels staat in het beschermkomitee, net na een aantal namen van hoge religieuze excellenties vermeld als eerste burgelijk beschermheer, met voor zijn naam "wijlen" en achter zijn naam voor alle duidelijkheid het overlijdensteken (een kruisje) tussen haakjes. Ik heb de volledige lijst nog niet doorlopen, dat vergt een paar minuten geconcentreerd lezen, want elke naam kan plots een aha-moment oproepen, zoals ook Streuvels dat doet. Hij was dan wel flamingant, maar niet genoeg om tijdens de oorlog zijn nek daarvoor uitgestoken te hebben. In tegendeel: hij knorde behoorlijk wanneer door oorlogsdaden zijn bezittingen beschadigd waren, en het kon hem weinig schelen of dat door vriend of vijand gedaan was. Andere namen hadden dan toch dadelijk een connotatie met meer rechtse aangelegenheden. Tot drie maal toe is er een vermelding van een V.O.S.-afdeling in deze lijst, naast een St.-Maartensfondsafdeling. Dat kan mij niet beroeren, maar zij die nog steeds Verschaeve's rechtsheid en collaboratie willen in het licht stellen, hebben daar natuurlijk ... gefundenes Fressen aan. Dat anderzijds een paar ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders hun bijdrage geleverd hebben, kan dan ook niet onopgemerkt blijven.

Na de inleiding doet ook Dan. Vandenbunder s.j. zijn woord. Uitdagend. Onomwonden. Hij begint met: "Cyriel Verschaeve ... und kein Ende!" en hij weet dat hij provoceert. Maar daar geef ik deze Jezuïet gelijk: degenen die in 1969 nog steeds staan de huilen en de roepen dat hun zoveel onrecht is aangedaan, hebben evenveel tijd verloren met te roepen als zij hadden kunnen gebruiken om op creatieve manier mee te helpen opbouwen aan een nieuwe maatschappij. Kijk toch eens wat ze me hebben misdaan! roepen ze dan. Ware het niet beter geweest te werken en daarmee in stilte te "zeggen": kijk toch eens wat ik sindsdien heb gedaan?

Deze brochure
was, of had moeten zijn, de herdenking van het overlijden van een groot literair persoon. De rest zinkt weg in een oeverloze discussie, die toch nooit tot een oplossing zal kunnen komen. De tijd doet zijn werk.

Nog een schat op zolder: Uit donkere dagen, van dr Albert Van Driessche (Berto van Kalderkerke), met tekeningen van jawel, hier is hij weer: Tony Van Os. Een uitgave van de Naaml. Venn. Standaard-Boekhandel Brussel, 1926. Het boekje heeft zijn leeftijd, maar de harde kartonnen kaft heeft zijn werk goed gedaan: binnenin staan regelmatig de stempels van de "Openbare Boekerij Volksontwikkeling te Galmaerden", waar het boekje het nummer 6695 gedragen heeft, en de vorige eigenaar heeft het gekocht op 2-12-67. De ouderdomsvlekken, de beduimeling door zovele handen kunnen zijn mooie uitelijk niet teniet doen. Het is het nummer 5 van de Guldensporenreeks. Alleen, ik weet nog helemaal niets over dit werk, meer nog, ik moet ook nog uitvlooien wie de schrijver dan wel mag zijn.

De eerste hit op google deed me naar adem snakken: 55 euro vraagt men ervoor ...

Maurice Maeterlinck heeft als negenentwintigste een plaats gekregen in de reeks Pantheon der Nobelprijswinnaars Literatuur. Wel bekend, maar ik kon niet weerstaan aan het haast onberispelijke uiterlijk van dit boek. (nota op 24/08/2009: het blijkt bovendien dat ik Maeterlinck niet in de verzameling had, zoals je op deze bladzijde kunt vaststellen. Mooi meegenomen, dus)

Een curiosum om af ter sluiten: Had je me maar. Een naam die waarschijnlijk bij de lezers van deze blog uit Amsterdam en omgeving vele belletjes zal doen rinkelen. Het boek gaat over bekende straatfiguren uit Amsterdam tussen 1900 en 1940, en blijkbaar liep daar een sigarenverkoper rond die het wel bijzonder ver geschopt heeft in de showbizz-wereld. Hij is er namelijk in geslaagd zijn eigen naam te laten vergeten, en heeft de naam van één van zijn liedjes aangenomen: Had je me maar. Hij was echt niet de eerste de beste zatlap, die bedelend en rommelverkopend aan de kost wilde komen. Hij had er al een carrière opzitten als cabaretartiest, maar raakte aan lagerwal toen zijn vrouw overleed. Toch is hij er op zeker ogenblik in geslaagd zich in te schrijven voor de raadsverkiezingen te Amsterdam, en tot groot ongenoegen van velen haalde hij meer dan 14.000 stemmen! De vader van niemand minder dan Wim Kan is toen nog tussengekomen om één en ander "tot een goed einde te brengen". Een hilarisch en echt verhaal. Mooi. Zo staan er tientallen weetjes in over allerhande straatfiguren uit die mooie stad, en dat nodigt uit tot lezen. En lachen. De tekst is van Pieter van der Zwam, de interviews en redactie van Tom Weerheijm. De vele zwart-witfoto's zijn prachtig, de tekeningen idem dito. Een werkje dat de rand van de maatschappij mooi beschrijft. Uitgegeven door de Postgiro en Rijkspostspaarbank in 1979.

Wie wil er geloven dat ik voor deze zes titels tesamen slechts de ronde som van één euro betaald heb? Zoals vroeger nog al eens gezegd: mag ik me vandaag een beetje rijk voelen?

woensdag 19 augustus 2009

Hendrik Prijs, en zijn dochterken

Daarnet heb ik een informatie bezocht over dingen die ik totaal niet wist, maar die tegelijkertijd voor mij zeer bekend materiaal bevat: het stripverhaal dat de dochter van Hendrik Prijs publiceerde in de naoorlogse krant uitgegeven door Concentra: Het belang van Limburg. En daar is spake van BNB, een verzetsbeweging die mij zéér bekend voorkomt. Nandje en Jetje Pek, en hun hondje. Een trein opblazen? En Slangmens, die dat verraadt? Bekend, zeer bekend. Dat verhaal heb ik als kind horen vertellen, thuis, door Harieke, die me op zijn kniëen genomen had, op een zondagvoormiddag, en met de geur van koeienmest, sigaar en jenever (een drupke) rond zich een kort verhaaltje vertelde. Daarna gaat het licht uit, en de kinderlijke herinnering verdwijnt. Maar het is blijven plakken.

Hoe Annemarie Prijs dat verhaal kende, weet ik niet, want ik kende Annemarie niet, en Mevrouw Prijs heeft haar verhaal reeds in 1945 geschreven, het is geëindigd in 1946, toen er nog geen sprake was van mij. Maar Harieke heeft het me verteld. In 1957. Of 1958.

Ja, ik weet nog hoe in het verhaal van Harieke Nandje (Nendje, in ons dialect, want iets anders kon hij niet) in een kamp terecht kwam, kennis maakte met Den Hollander, kon ontsnappen, en naar Engeland vluchtte. Daar leerde hij vliegen, en met de vlieger heeft hij vele bommen op Duitsland gegooid. En na den oorlog kwam Nendje terug thuis, zwaar gekwetst, en trouwde toch met Jetje, en ze kregen nog veel kindertjes. Brave kindertjes. De stank van de koeienmest en de sigarenrook en de jenever is voor eeuwig aan Harieke gebonden, is deel geworden van mijn jeugd, iets gewoons, iets dat door mij voor eeuwig aan boerenmensen gebonden is, net zoals het verhaal van Nendje en Jetje gebonden is aan Harieke. Zijn "Gedenkplaat van Den V.O.S." hangt hier nog aan de muur. Een held uit de loopgraven, die ook nog kon meespreken over "'40-'45". Heb ik niet ooit iets geschreven over Harieke, die de laatste jaren in gedachten met me meegegaan is als ik voor Amnestie International rond 11 november hier in de wijk meehelp met de geldophaling?

Het verhaal van Harieke kwam niet helemaal overeen met dat van Annemarie Prijs, zoals ik het teruggevonden heb, of misschien is het wel omgekeerd? Ik vind het verhaal van Harieke authentieker, echter. En dat Nendje zwaar gekwetst was, toen hij van den oorlog terug thuis kwam, dat was niet erg, zijn vriendjes en ook een beetje familie hadden allemaal doden in de familie, dat had iedereen bij ons, daar werd niet vreemd over gedaan. Het was allemaal erg geweest, maar voorbij. Wij moesten blij zijn dat er genen oorlog meer was, zo zei Harieke, en ga maar spelen, menneke, plezant spelen. De Witten en de Zwarten, die hebben hier in de streek heel hard gevochten, maar dat is allemaal voorbij. Als ik toen begrepen had wat ik nu begrijp, zou ik er misschien anders over praten. Maar ik heb gedaan wat men me zei: gespeeld.

Harieke zijn longen waren kapot van 't gas, in de loopgraven, en zijn broer Gus was er kinds van geworden. Je kunt er nog veel van vertellen, en 't is allemaal mooi en lelijk tegelijkertijd. Maar als Harieke ervan vertelde, was het zoals hij er middenin gestaan had. En toch zei hij: ga maar spelen, menneke, plezant spelen. Want hij was ne boerenmens, en het leven staat voor hen nooit stil. Ook als dat van anderen dat wel deed.

Hendrik Prijs had een dochter, en zij heeft een zeer mooi verhaal getekend. Zeer mooi.

dinsdag 11 augustus 2009

VAKANTIIIIIIIEEEEEEE ! ! !

Vandaag mijn eerste echte vakantiedag van deze zomer, en dat gaat nog zo verder tot 31 augustus. Ik had al thuis moeten zijn sinds 1 augustus, en eigenlijk was het de bedoeling vanaf de geboorte van KZ2 om een permanente en lange rustperiode te houden. Maar de Goden van de Olympos en vooral het werk hebben daar anders over beslist.

Vandaag was het voornamelijk een afkickdag: ik liep gespannen rond, achter elke hoek kon een stapel werk op loer liggen die me laffelijk in de rug zou overvallen. Pogingen om me in de tuin aan het werk te krijgen waren tevergeefs: ik wil niet. Enkel een ritje naar de garage, een bezoekje van het zeer korte soort aan een boekenwinkel, en een namiddaglijk slaapje dat zoals het hoort bij grootvaders, afgekeken is van KZ1 en KZ2 hebben mijn dag enige kleur gegeven. Lusteloos door internet gestruind, een digipass geactiveerd, enige interessante websites gevonden, een hap gegeten, en nu wat bloggen.

Straks begint er een echt feest: 11 augustus is de start van een drienachtelijk spektakel: les nouveaux vallende sterren sont arrivés! Ik ga dan weer tot een gat in de nacht buiten zitten in de kou, onder een deken en met mijn hond als onwillig gezelschap. En drinken van elke ster die ik zal zien. Helaas is de omgeving hier niet zo geschikt voor observatie van sterren, wegens veel te veel licht, maar hetgeen er toch te zien is, wil ik niet missen. De vorige jaren waren zeer mager van oogst, de bewolking liet geen ruimte voor een would be-sterrenkijker. Maar voor vannacht is er een heldere hemel aangekondigd.

De boekenoogst van de laatste dagen is niet groot geweest: alle dagen doodmoe van het werk thuis gekomen, en wanneer ik dan eens vrije tijd had, was er weer één en ander te doen dat ernstige literaire bezigheden in de weg stond. Maar van het volgende heeft men mij niet kunnen weghouden.

De geschiedenis van de Nederlandse literatuur tot de 20é eeuw, door Prof. dr. J. C. Brandt Corstius uit de reeks Het Nederlandse pocketboek van Prisma is één van die goedgeschreven, éénvoudig verwoorde werken die rechtstreeks de betekenis van de aangehaalde werken verklaart. Het is een gezaghebbend werk dat iedereen die wat wil weten over de Nederlandse literatuur moet doornemen.

Een klassieker van formaat heb ik gevonden in Jane Austen's Mansfield Park. Daar ga ik nog een mooie kluif aan hebben: het is één van die boeken die ik echt wil lezen. Wanneer, dat is de enige vraag. Uitgegeven bij het Spectrum als Spectrum klassieker in 1986.

Pegasus Amsterdam gaf een zeer kleurloos boekje uit, Multatuli aanklager strijder realist door F. W. Driessen, en dat in 1960. Een prachtige afbeelding van de streng kijkende Eduard Douwes Dekker opent het boek. Leven, werk en betekenis worden uiteengezet. Het is een mooie aanvulling van de verschillende werken die ik reeds over Multatuli heb.

Dat voor het literaire gedeelte, minder literair is hetvolgende.

Willem van der Does stelde een boekje samen, met tekeningen van Peter van Straaten, een man die een tekenpen als wapen gebruikt tegen de mens. Hij geeft met zijn zure humor aan elk menselijk wezen dat geniet van egoïsme, misantropie, brommerigheid of generatieclovitis een verfrissend juist beeld: dat van egoïst, misantroop, brombeer of belijder van het generatieclovisme. Het boekje heet Zo ben ik nu eenmaal! Lastpakken, angsthazen en buitenbeentjes.

Het concept is mooi van opzet. van der Does schrijft een tekst over pakweg "de antisociale persoonlijkheid", beschrijft daar in duidelijke bewoordingen de eigenschappen en de soorten van, en na elke beschrijving staat er een nummer, dat overeenkomt met de gelijkgenummerde cartoon van van Straaten. Je krijgt met andere woorden niet alleen de hilarische tekeningen van van Straaten, een psycholoog heeft ze, hoewel dat in omgekeerde volgorde gebeurd is, wetenschappelijk verklaard. Dat diept elke cartoon verschrikkelijk uit. Hadden de cartoons als verzamelbundel tesamen gestaan, dan zou het boekje een glimlach, een grimlach of een brulpartij tot gevolg gehad hebben, maar het zou na lectuur in een kast belanden om enkel nog als sierobject te fungeren. Hetzelfde met de teksten: op zich een vulgariserend geschrift, dat voor één keertje interessant is, en waar de liefhebber dan wel vakman of -vrouw niets aan heeft, als het zo aangeboden zou worden. De combinatie van de twee levert echter iets subliems op: humor met een grote H, ook Humor genoemd. Je bekijkt de tekeningen op een andere manier, je leest de tekst niet zoals je dat zou doen zonder de tekeningen.

Ik wil toch een poging doen om een beschrijving te geven van één van de tekeningen, dan merk je dat van Straaten best in staat is niet alleen een tekst van illustraties te voorzien, maar in de illustraties zelf nog eens een dubbele bodem te leggen. De cartoon is niet wat hij is: hij is meer!

Het hoofdstukje "Schaamte en faalangst - vermijdende persoonlijkheid" beschrijft precies wat het zegt. Mensen met faalangst, zegt van der Does, hebben een grotere kans om echt te zien gebeuren dat waarvoor ze bang zijn: blozen, stoteren, nerveus doen, want door er bang voor te zijn, gaan ze... juist ja.

Dus gaat van Straaten aan het werk, en zet een jong koppel in een parkachtige omgeving, in de nabijheid van een hekken. Enige meter verder staat een man met de rug naar hen gekeerd, bij het hekken te kijken naar een appartements- of kantoorgebouw. Het meisje keert zich naar de man, en zegt klaarblijkelijk tegen haar vriend: "O, dat is m'n vriend. Hij is een beetje verlegen."

Je bekijkt de cartoon, en krijgt een beetje een raar, onvervuld gevoel. Is het dat maar? Maar dan valt de frank. Het meisje is niet de vriendin van de jongen, maar van de verlegen man - lees het onderschrift opnieuw. Zij staat blijkbaar te praten tegen een toevallig voorbijkomende kennis, en stelt haar vriend voor. En plots keert de hele situatie: daar waar de tekst je een mooie beschrijving van een minder aangenaam verschijnsel geeft, toont de cartoon hoe mensen die hiervan op de hoogte zijn, op een negatieve en onhandige manier trachten positief te staan tegenover dit verschijnsel. Het meisje pakt dit volkomen verkeerd aan. Feitelijk is zij, en niet de met faalangst behepte man, de pineut, het slachtoffer van de scherpe tekenpen van van Straaten. Van de geniale van Straaten. De faalangst druipt van de man af, maar het is het meisje dat faalt in haar onbeholpenheid.

De tekst op de achterflap is al even tekenend: Roularta heeft niet gezien of vindt het niet nodig aan te geven hoe de geniale hand van Peter van Straaten meer is dan alleen maar een illustratieve aanvulling van de tekst.

"Aan de hand van de tekeningen van Peter van Straaten biedt Willem van der Does u een kijkje in de keuken van klinisch psychologen en psychiaters, en geeft hij een rake schets van de soms tragische, soms hilarische aspecten van de menselijke persoonlijkheid. Hij geeft echter ook omgangstips, waardoor dit boek nuttig kan zijn voor iedereen die wel eens met een lastig of moeilijk te doorgronden individu te maken heeft - ook als u zélf dat individu bent."

Men zegt nergens, en dat is volkomen onterecht, dat Peter van Straaten bij het samenstellen van dit boekje een even grote rol gespeeld heeft, dat hij zelf veel meer diepgang ingebracht heeft dan de weliswaar zeer mooi geschreven teksten. Het zijn vooral de grafische dubbele bodems die dit werkje zo waardevol maken.

Roularta Books heeft er een sublieme hardcover van gemaaakt, zeer tegen de tijd bestand. Het mag dan nog maar van 2004 dateren, hier zie je een fysiek overlever. En zoals zo dikwijls, is het nauwelijks met de hand aangeraakt.

De twee andere werken komen morgen of zo aan bod.

dinsdag 4 augustus 2009

De Virtuele Nationale Bibliotheek

Om de planning van de Directie van de Nationale Bibliotheek dan maar volledig te maken, laat ik de tien nooit gepubliceerde titels van de vierde jaargang, onder de hoofding Sagen en Legenden, en onder redactie van Prof. vander Linden, hier volgen. Het weze wel verstaan: ik vind geen enkel bewijs van publicatie. De nummering, volgorde en jaargang zijn dan ook hypothetisch.

1949-1: Het boek van Thot (Egypte)
-2: De terugkeer van Odusseus (Griekenland)
-3: De roof van het Gulden Vlies (Griekenland)
-4: De betoverde Zwanen (Ierland)
-5: De zieke Prins (Vlaanderen)
-6: Poeska, de koene Held (Canada)
-7: Nala, de Wonderprins (Sanskriet)
-8: De trap der Reuzen (Ierland)
-9: De Vlucht van de Kalief (Perzië)
-10: Kalewala, het land der Helden (Finland)

Het doet wat eigenaardig aan, tien titels van niet gepubliceerde werken. Sommige ervan worden op Google herkend, of beter gezegd: ze leiden naar een gekende legende, sommige leveren geen echt duidelijke gegevens op. Rrrrraaarrrr.

zaterdag 1 augustus 2009

Nationale Bibliotheek De Ooievaar

Ik heb ze vandaag persoonlijk afgehaald, alsof het een schat betreft: de drie jaargangen 1946-1947-1948 van de Nationale Bibliotheek De Ooievaar, geschreven door Rob. De Graeve, Inspecteur L.O. De vriendelijke verkoper heeft ze me overhandigd aan de deur, en we hebben nog een gezellig praatje over deze boekjes gedaan. Ze blijken van een dame afkomstig te zijn, die ze al die jaren zorgzaam bewaard heeft. Helaas ontbreken er vier nummers, en dat vind ik niet eens erg, dat kan ik later nog altijd goedmaken. Een toemaatje van formaat vind ik het extra nummer, buiten reeks, dat allerhande informatie verschaft over de boekjes van de reeks, en een korte inhoud van de twintig eerste nummers.

Zoals gegeweten, Rob De Graeve heeft de eerste drie jaargangen integraal voor zijn rekening genomen, de vierde reeks had moeten geschreven worden door Prof. vander Linden. Dit laatste is klaarblijkelijk niet gebeurd, en zo de professor dit toch zou gedaan hebben, is zijn werk mogelijk niet gepubliceerd, of heeft hij dit (misschien onder een andere naam) ergens anders uitgegeven. Zijn naam en de volledige reeks staan wel vermeld op de achterkant van de derde reeks boekjes, maar sporen van het fysieke werk zijn er nog niet. En er blijkt in het begin van de uitgave nog al wat verwarring bestaan te hebben over de volgorde van verschijning. Noch de titels, noch de naam van de professor doen echter een belletje rinkelen bij tante Google.

Hier alvast de volgorde zoals ze in realiteit uitgegeven zijn.

1946-1: De oude Viking en zijn Zoon
-2: Willy Stormvogel en zijn club
-3: Het Sprookje der goede Koningin (ontbreekt)
-4: Artevelde, dat was een Man
-5: Wij de Vlaamse Gentlemen I
-6: Het geheim van de oude Toren (ontbreekt)
-7: Een Kerel met de Daad
-8: Wij de Vlaamse gentlemen II
-9: Godfried de Kruisridder
-10: Vrouw Nielsen en haar zeven Zorgen

1947-1: De schone Legende van Edelvrouwe Rosamonde
-2: Het drama der woelige Zee
-3: De Zoeker naar het zwarte Goud
-4: Het Meisje met de blonde Haren
-5: Damiaan, de Held zonder zwaard (ontbreekt)
-6: Het Oude Roelandslied
-7: Drie Jongens op Avontuur
-8: Toen Marieken van Nijmegen het Klooster verliet
-9: Rubens, de koning der glanzende Kleuren
-10: En dit is een Kerstverhaal

1948-1: Voetsporen in de sneeuw
-2: Marleentje van het Molenhof
-3: Dr Notenkraker en zijn Orkest
-4: Jawel, er zijn nog Kabouters
-5: De Zoon van de Bezembinder
-6: Helden van het IJzerslijk (ontbreekt)
-7: De gebroken Spiegel
-8: Onder de Zonnegloed van Congoland
-9: De verzegelde Deur
-10: Als de Winter komt.

Als wij de volgorde bekijken op de binnenkant van het voorblad van het eerste nummer, blijken de Vlaamse gentlemen op de plaatsen 2 en 3 te komen, Willy Stormvogel op 4, Artevelde op 5, de oude toren op 6, de kerel op 7, de goede koningin op 8; Godfried op 9 en vrouw Nielsen op 10. Was Rob De Graeve niet tijdig klaar met de Vlaamse gentlemen? Of zijn er andere redenen geweest voor die ommezwaai? Alleszins lijkt het slordig iets aan te kondigen en dat later te veranderen, maar ik denk niet dat daar veel lezertjes over gevallen zijn. (noot 02/08/2009: er zijn zeer zware andere redenen geweest, heb ik ondertussen uitgevlooid)

In 1946 kon men de boekjes vanaf de leeftijd van 12 jaar kopen bij hun meester(es) tegen 6 fr. per nummer, of 55 fr. voor de heele jaarreeks. Niet-schoolgaanden "wenden zich voor losse nummers, tot den Boekhandel of, voor een abonnement, rechtsreeks tot het Beheer van de Nationale Bibliotheek De Ooievaar in de Montereystraat 1b te Gent." Ouders en schoolhoofden werden aangespoord hun kinderen van af 12 in te schrijven bij de Nationale Bibliotheek De Ooievaar. Beheer en Redactie zaten inderdaad bij het Uitgeversbedrijf FIAT, waarvan ik de naam niet meer kan verklaren. Reeds bij de uitgave van Willy Stormvogel (wel degelijk nummer twee) is de definitieve volgorde vastgelegd. Op de boekjes staat echter de prijs niet vermeld, dat gebeurt pas vanaf het nummer vier van de tweede reeks. Daar staat boven rechts vermeld Fr. 6,-. Vanaf het nummer vijf staat die aanduiding in de linkerbenedenhoek. Enige nummers verder staat er vermeld dat de losse nummers 6 frank kosten, met abonnement is dat 5 frank.

Een interessant gegeven is het bestaan van de zogenaamde liseuse. Daar is een mooie geschiedenis aan verbonden. Ik citeer letterlijk van de mededelingen van de directie op de achterkant van de voorpagina:

Een huisvader - vooraanstaand nijveraar - sprak ons over: "wat mijn kinderen allemaal lezen"
Hij is zodanig ingenomen met de OOIEVAAR-boekjes, dat hij, om ze netjes te bewaren, duizend "liseusen" wil fabriceren in similileder... en ze schenken aan evenveel nieuwe abonnementen.
Wij hebben gevraagd en verkregen, dat de helft daarvan zou toegekend worden aan 500 bestaande klienten, aan de 500 eersten onder U, die ons een nieuw klient aanbrengen op de 3 reeksen (150 fr.) of een koper van vijfmaal 5 bundels (27,50 fr. X 5) speciale jongens- of meisjesboeken : zie "nieuwigheid" in nr 3 van deze reeks.
U zelf en uw klient, ontvangt dan ieder een "liseuse" ter waarde van 25 fr.; U ontvangt daarenboven nog - als propagandist - het driekleurig Ooievaar-kenteken (waarde 10 fr.), een speld voor de jongens en een broche voor de meisjes.
( ... )
Wij danken hier openlijk de milde schenker, die onbekend wil blijven... en indien er nog zulke goedhartige mensen bestaan, die iets willen doen voor de Belgische jeugd... dan heten wij ze welkom als erelid van onze Ooievaar-Club !

Ook op vlak van marketing waren de uitgevers niet vies van enige extra uitleg. Zo wordt er gewezen op scholen waar nog steeds slechts één abonnement lopende was. Of op het feit dat de jongere leerlingen, die nog niet "rijp" waren voor de aangeboden lectuur toen ze voor het eerst verscheen, nu toch ook netjes een abonnement konden nemen, of dat de oude uitgaven per 5 in één album verschenen? of dat de 10 verhalen van reeks drie mooi gebonden te koop aangeboden werden?

Uit het referendum dat hieromtrend gehouden werd, is besloten om na de dertig boekjes voorlopig geen nieuwe reeksen meer uit te geven. Er werd besloten dat 30 titels nog enige jaren mee konden draaien in een circuit, dat hierboven uitgelegd wordt. Tevens bestaat de bijna unamieme wens de 30 boekjes te laten herdrukken, om de verkoopprijs op 5 frank te brengen. Hieruit kan ik niet opmaken of de boekjes van Prof. vander Linden, betreffende de sagen en legenden (ondermeer Het boek van Thot; Odusseus, De zieke Prins...) dan zoals voorzien wel uitgegeven zijn. Ik vermoed van niet. (noot 02/08/2009: zie noot hierboven)

Tijdens de treinreis van Leuven naar Oudenaarde heb ik het verhaal van de oude Viking en zijn Zoon half uitgelezen. Als je enige moeite doet, de doelgroep van zestig jaar geleden in acht neemt en de tijdgeest laat meespelen, is dat aangename lectuur: spannend en leerzaam. Ik, die zelf in de jaren zestig geabonneerd was op de Vlaamse Filmpjes,
begrijp daaruit dat er toch wel van enig succes sprake was. De vraag rijst dan ook waarom en wanneer de reeks uiteindelijk stopgezet is. Het opzet van bij de aanvang moet alvast groter geweest zijn dan de 30 titels van Rob. De Graeve die ik opgesomd heb. Ook de 10 van Prof. vander Linden moeten in achtgenomen worden. Dan blijkt dat Rob. De Graeve eigenlijk de supervisie over de reeks deed. Dus moet er ergens een knoop in de kabel gelegd zijn, waarover de reeks uiteindelijk gesneuveld is. (noot 02/08/2009: inderdaad, zie bovenstaande noot). Weer wat op te zoeken.

Ook het extra-nummer, met de beschrijvingen van de eerste twintig titels moet ik nog bekijken, om er wat zinnigs over te kunnen zeggen.

Deze tekst, bewerkt en aangevuld zal ik bij mijn documentatie over Rob. De Graeve steken. Het is slechts zijdelingse informatie, maar zij geeft toch de geest en het tijdbeeld weer waarin deze auteur zijn werk verricht heeft. En ik weet ook weer wat te doen...