ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

woensdag 26 november 2008

Edward Poppe en Hendrik Prijs

De aankoopwoede is na mijn laatste exploot enigzins gestopt. Enigzins, want vanmorgen kon ik mezelf niet bedwingen om weer een rijtje boeken te doorsnuffelen. Eigenlijk is de oogst erg mager, maar wel interessant. Het hoeft niet altijd vijfentwintig kilo te zijn.

Ergens, heel diep verstopt tussen de andere Vlaamse literatuur ligt er op zolder een werk van Hendrik Prijs. Een leraar uit Sint-Truiden die ook schreef. Een leraar uit Sint-Truiden die door Elsschot ooit geprezen werd met de volgende woorden: "Van deze schrijver kan, als van Mefisto, gezegd worden dat hij het bal leidt als een perfecte dansmeester." Zo staat althans op de flap van de stofwikkel geschreven. Ik ben fier dat ik van deze gouwgenoot weer een werk meer in mijn kast staan heb. Marieke Bosteels, Meid voor alle werk, een Reinaert-uitgave uit 1966, waarvan de schrijver het werk beëindigde in maart 1963. En ik ben er bijna even fier op dat het boekje zichtbaar gebruikt is. Het was geen sierobject.

Wat echter bracht mij ertoe een op het eerste zicht banale levensbeschrijving van een obscuur Vlaams priester te kopen? Wie was Priester Edward Poppe, "sociaal apostel"?

In mijn schooltijd, meer bepaald in diezelfde tijd, toen Hendrik Prijs zijn bovenstaand boek beëindigde, en toen ik zowat negen jaar oud was, viel de naam van Edward Poppe voor het eerst. Hij werd opgevoerd als een voorbeeld voor de jeugd, om het geloof te verspreiden en te bestendigen. In 1962, zo leert zijn Curruculum Vitae dat de lectuur voorafgaat ons, werd hij Kanoniek ontgraven, en enige dagen later herbegraven in de Grafkapel Pius X te Moerzeke. Wij snapten nog niet de helft van wat de meester ons vertelde over die gebeurtenissen en over zijn engagement, over zijn strijd voor de kleine man, over zijn veel te korte leven. Wij hebben gedurende tien tot bijna vijftig jaar niet gesnapt dat we door onze meester gewezen werden op één van de voorvechters van de kleine man, een gelijke van Daens, een kameraad van de flaminganten van het eerste uur, maar natuurlijk bovenal een bezieler van het geloof. Als hij niet ziekelijk was, had hij waarschijnlijk op zijn manier naast Jozef Cardijn plaatsgenomen. Wij leerden over hem, maar wisten niet waarover wij leerden.

Dat laatste aspect werd naar boven getrokken omdat in de jaren zestig natuurlijk het geloof op de eerste plaats kwam, dat flamingantisme iets was dat nog steeds aan collaboratie en Duitsland gebonden werd, omdat sociaal engagement zonder geloof iets van de socialisten, zeg maar de communisten was, en in een Vrije Gesubsidieerde School kwam het geloof eerst, en de rest later.

Soit, de naam "Priester Poppe" is me nooit ontsnapt, omwille van de toen door mij niet begrepen persoonlijkheid, die aanleunde bij tiesten zoals Jan Bergmans, die veel meer gedaan hadden dan alleen maar hun knieën verslijten en paternosters tussen hun vingers pletten. Maar dat mocht men ons zo niet vertellen, dat kon toen nog niet.

Ik heb later in het college de naam Poppe weer gehoord, doch kon deze persoon niet meer binden aan de kinderverhalen in het derde en vierde leerjaar. De eigenlijke ontdekking deed ik pas, en hier komt eindelijk de reden waarom ik zo diep op dit ogenschijnlijk weinig betekenend hagiografietje inga, na de lektuur van het verhaal over de gebroeders Van Raemdonck. Temse, de sociale bewogenheid van de gebroeders, ik ben verplicht bij de lektuur van dit boek ook het al even nietig lijkende brochuurtje over beide IJzerhelden naast het werkje over Edward Poppe te leggen, om verbanden te zien, om zovele personnages en volksleiders en -opvoeders te plaatsen.

Om de atmosfeer te tekenen, dit fragment uit dit boekje:

Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van hun heldendood, schreef willy Hofmans: "In die tijd was het dat een groepje studenten, onder wie hun goede vriend Wardje Poppe - ernstige aandacht begonnen te vragen voor de sociale kwesties en de werking van Pater Rutten, die pionier. Daar hadden zowel Edward als Frans Van Raemdonck zeer speciale aandacht voor... Al woonden ze thans in een burgshuis, en al werd er in hun schoonste kamer gemusiceerd en voorgelezen, toch zochten zij direkt kontakt met de arbeiders en dagloners. Ze wilden zien, waar dat lompenproletariaat precies aan toe was; ze wilden zich een oordeel vormen, en daarna zouden ze handelen om dat volk, hùn volk, wat op te lichten uit zijn barre bestaan... Op de studentenvergaderingen protesteerden ze, spraken over de liefde tot de evennaste en over de sociale rechtaardigheid. Toèn reeds... en al waren ze nog tè jong om zich, in andere kringen, als vlaamse, sociale voorvechters te doen gelden."

Nog geen 34 jaar oud, overleed hij ingevolge een hartkwaal. Ik kan me niet voorstellen dat ik op mijn 34ste in staat zou geweest zijn het volk "bezielend" toe te spreken. Hij had er toen al een oorlog en een paar hartaanvallen opzitten. Straffe mannen...

Als je lectuur koopt, mag je je niet laten leiden door de strekking van hetgeen je leest. Je moet die strekking opnemen als iets dat nu eenmaal deel uitmaakt van het landschap, waarin de personen die je in het vizier neemt, zich voortbewogen. Ben je een rabiaat heiden, dat hoeft je er niet van te weerhouden de bijbel te lezen. En een vrome pastoor moet, om zijn biechtelingen goed te verstaan, overwegen enige porno tot zich te nemen.

Dit boekje, naast al zijn andere mogelijke kwaliteiten, hardt me in het idee, dat ik iets wil maken waarin het verband tussen boeken gelegd kan worden. De Van Raemdoncks, Pater Rutten, Kardinaal Mercier, Edmond Rubbens, Jozef Cardijn en nog zovele anderen hebben hen gekneed en gevormd, en zij komen in zovele boeken voor, als hoofdpersonnages, of als toevallige voorbijgangers, die een kort intermezzo gepleegd hebben in iemands leven. Het zou prachtig zijn dat het oproepen van een naam snel een aantal werken zou opgeven waarin zij optraden, dat zou het geïntegreerd lezen geweldig verbeteren.

Kanunnik Amaat Lerno schreef dit boek, dat in 1970 in de Sint-Franciscusdrukkerij te Mechelen werd uitgegeven.

zondag 23 november 2008

In memoriam Nonkel Jerom

Nonkel Jerom is heengegaan. Op maandag 17 november, net 87 geworden, heeft hij ons verlaten. Zoals een gelukkige mens, zich niet meer bewust van de wereld rondom hem, is de vlam gedoofd, stillekes, zonder verder vertoon.

Op 27 augustus, uitgerekend op wat de 89ste verjaardag van mijn vader had kunnen zijn, heb ik zijn literaire betekenis voor Vlaanderen toegelicht. Als je dan bovendien in acht neemt, dat hij zelfs het schrijven van facturen aan zijn broer overliet, weet je dat hij een eerder beperkt oeuvre achtergelaten heeft. Voor het dorp is echter een kleurrijk man van het toneel verdwenen. En zijn familie verliest een pater familias, en helaas in zijn laatste jaren, een bron van zorg. Maar bovenal heeft hij in die eerste functie de oude familietraditie, dat op één januari de zeer grote familie in het voorouderlijk huis tesamen kwam, in stand gehouden.

Hard werken is zijn keuze geweest, genieten van de voetbal en enige pinten bier daarna waren zijn zondagse ontspanning, de duiven kregen hun dagelijkse zorg, en bovenal de paardenkoers haalde hem in euforische stemming.

Gisteren was die zeer grote familie bijna voltallig aanwezig op zijn uitvaart. Zijn beide broers, de talloze neven en nichten, hun aangetrouwden en hun kinderen en kleinkinderen, alsmede de dorpsgenoten die de eerste aanval van de winter wilden trotseren, hebben hem een waardig afscheid bezorgd.

Literair Vlaanderen mist niet veel. Wij wel.

zondag 16 november 2008

My dear Watson,

zaterdag 15 november, 23h50. Vandaag is het weer gebeurd. Een bezoek aan één van mijn brongebieden heeft me een oogst van 45 boeken opgeleverd. Het is in meerdere opzichten een topdag geworden. Gedurende twee en een half uur heb ik alle dozen en schabben die ik in die tijd kon doorzoeken, handmatig en ambachtelijk omgekeerd, boek na boek er uitgenomen, bekeken (uitgebreid), besnuffeld (figuurlijk), betast (letterlijk), weer bekeken (heel even, of soms gedurende een paar minuten), en dan een besluit genomen: voor een ander, of voor mij (soms met pijn in het hart).

Deze was alvast voor mij, toen ik nog geen twintig seconden in dezelfde ruimte was:

"Manuel du Citoyen Belge ou Code à l'usage des personnes qui n'ont pas étudié le droit", par A.-J. Nizet. Met de hulp van Tante Google kwam ik alvast niet ver. Een paar aanduidingen wezen erop dat het boek zelf bekend is, maar de uitgave is steevast van 1889. Ik heb hier de eerste uitgave voor me, zoals letterlijk op het frontplat vermeld staat: 1er Édition. Meer nog, tous les exemplaires sont revêtus de la signature de l'auteur. En inderdaad, AJN heeft zijn "autographe" in het boek aangebracht. Hoewel het boek niet meer in de allerbeste staat is, moet je het maar vergelijken met mijn schoonmoeder. Ze staat er nog steeds, met hier en daar een plooi, maar nog steeds in opperbeste doen. De eerste eigenaar heeft het boek van notities voorzien, heeft er zelfs op het blad voor het voorplat een aantal nota's ingezet, haast onleesbaar voor mij, in dat vooroorlogs geschrift, gedeeltelijk in potlood, gedeeltelijk overschreven met pen in zwarte inkt. Maar het belangrijkste van al is zijn datering, die ik hier letterlijk overneem: "Xbre 1887". Volgens mij is die X dus de 12de maand, gezien de Latijnse oorsprong van de namen van de maanden: Xbre zou alzo "Décem" bre moeten zijn, zodat ik met goed recht meen te mogen lezen: décembre 1887.

Het voorplat en bladzijden één en twee zijn een stukje papier kwijtgeraakt, maar dat is niet hinderlijk. De eigenaar heeft echer met potlood en weer die zwarte inkt aantekeningen op aangebracht, die toch wel een beetje slordig overkomen. Verder in het boek komen deze aantekeningen nog slechts sporadisch voor.

Edoch, groot malheur op bladzijden 412 tot 418. Deze zijn aan de basis samen gekleefd, en onlosmakelijk met mekaar verbonden, hoewel de tekst overal behalve op één plaats leesbaar gebleven is. Veel erger is echter dat die ene plaats onleesbaar geworden is omdat een briefomslag, zeg maar enveloppe, gekleefd is midden op de pagina 417. Een onverlaat heeft bovendien getracht deze enveloppe met de hand te verwijderen, en heeft alzo de tekst onherstelbaar beschadigd. Ik laat de zaak zo, maar het boek heeft wel een flinke ontwaarding ondergaan; het blijft echter een groot boek.

Maar Holmes zou Holmes niet zijn, zo hij niet nog enige twijfels heeft bij zijn besluiten. Mijn oog viel zo op een nota die wel bijzonder eigenaardig is. Op bladzijde 627 namelijk wordt een wijziging aan de wet gepubliceerd onder de hoofding: "Notre ouvrage était sous presse quand fut votée la loi suivante apportant des modifications aux lois Provinciale et Communale: (....).

De eigenaar echter heeft deze titel tussen twee horizontale strepen gezet, en erbij gezet: 7bre 1887 (septembre). Raar? Ja, want het betreft een wet, getekend door Léopold, te Laeken op 30 décembre 1887. Wat meen ik te mogen besluiten uit die dataspaghetti? Dit exemplaar, moet er een geweest zijn, waarop de auteur of een redacteur kritieke lektuur heeft uitgevoerd, noodzakelijk voor de heruitgave. In 1889 namelijk moet er reeds een zesde druk uitgevoerd zijn (zoals Tante Google mij leert). De datering naast deze titel duidt erop dat de titel in een volgende uitgave overbodig werd, en dus op basis van zijn eigen, éénmalige inhoud mocht verdwijnen.

Het is ook zonder meer duidelijk dat een aantal notities aanvullend zijn, rechtstreeks de tekst beïnvloedend. Enig onderzoek op het geschrift, de gebruikte inkt dan wel potlood, en de aard van de notities zijn nodig om tot besluiten te komen. Ook zou het helpen een later exemplaar als vergelijkingsmateriaal ter beschikking te hebben. Maar bij Antiqbook moet je al 40 euro neerleggen om een exemplaar van 1889 (zesde druk) te mogen inkijken...


Andere notities zijn meer aanvullend, of bevragend. Voor mij is het echter duidelijk: dit boek is een belangrijk exemplaar. Alleen zal ik met mijn gebrekkige onderzoeksmogelijkheden niet ver komen om de heer Holmes te verslaan.

Zondag 16 november 2008, 20h45. Ook aangekocht, een handvol boeken uit de Pantheon-reeks. Je kunt de aanvulling daar zien.

Daarenboven nog een reeks diverse literaire en andere werken. Niet gesorteerd, alleen maar een lijstje in de volgorde zoals ze nu hier liggen.

Een vlekkeloos Missaal in etui uit 1965. Prachtig van uitzicht.
Tussen Maas en Schelde, van de gebroeders veen, Antwerpen.
Vincent van Gogh Zelfportret in brieven en schetsen, van de Wereldbibliotheekvereniging, met voorwoord door Ir V. W. van Gogh.
E.H. Maurits Van Caeneghem Petit Vicaire te Aalter, door Peter Laroy. Hoogst interessant boekje met veel fotomateriaal.
Democratie tussen spin en web, door Mark Eyskens.
Minister van Staat Gaston Eyskens, door Gustaaf Durant.
Madame Malou, door Marcel Braem.
Cake, door Marcel Braem.
De carrousel staat stil, door Jos Ghysen.
Lente van het hart, door Joos Florquin. Een onberispelijk boekje, ongelooflijk om te zien.
Ten huize van... 10de reeks, door Joos Florquin.
Ten huize van... 12de reeks, door Joos Florquin.
Ten huize van... 15de reeks, door Joos Florquin.
Nederduitse vertellingen, vertaald door Jozef Simons, ingeleid door Franz Fromme. Prachtige foto van Wilhelm Zierow.
Conscience, door Rob. De Graeve. Exemplaar in betere toestand dat hetgene dat ik vorig jaar in september of zo heb gerestaureerd.
August Vermeylen, door Herman Teirlinck. In de reeks Monografieën over Vlaamse Letterkunde.
Paul Lebeau, door Pieter G. Buckinx.
In de reeks Monografieën over Vlaamse Letterkunde. Vooral het feit dat PGB de auteur van de ontleding is (of van de synthese), gaf mij de aanzet om dit boekje te kopen, en dus ook om PGB beter te leren kennen.
Paul de Mont, door Pieter G. Buckinx.
In de reeks Monografieën over Vlaamse Letterkunde. Ibidem.
Boeketje Buysse, verzameld werk, uitgegeven bij Manteau, onder leiding van Karel Jonckheere. Weerom uiterst interessant fotowerk.
Inleiding tot de Congoleesche Volkenkunde, door N. De Cleene, Uitgaven Zaïre, 1943.
Toulouse-Lautrec, door Claude Roger-Marx, in de reeks Kopstukken uit de twintigste eeuw.
Antoine De St.-Exupèry, door drs Christian Angelet.
Dichtungen, door Georg Heym. Ph. Reclam Stuttgart.
De legende van de derde duif, door Stefan Zweig. Zeer merkwaardig uiterst summier (druk)werk uit 1952 van de wereldbibliotheekvereniging.
Het Leven der Romeinen in de Oudheid, door Pierre Grimal.
Vlaamse Verhalen, verzameld en ingeleid door André Demets. Mijn andere exemplaar is beschadigd, en dit is onberispelijk...
Heer van Lembeke, rijd aan. door Julien Kuypers.
Erasmus in zijn tijd, door Louis Bouyer.
De Lof der Zotheid, door Erasmus. Prisma boeken.

zondag 9 november 2008

Een nut en profijtelijk Boexken

16h30. Wat als je hond de postbode niet kan luchten, de wereld bij mekaar blaft, en deze brave en mens- en dierlievende ambtenaar met dichtgeknepen billen naar de volgende bus jaagt? Eén en andere methode wordt uitgelegd in het boek "Honden opvoeding", een boek van Duitse signatuur, waarvan de (jawel) nederlandstalige versie verzorgd werd door Studio Imago te Amersfoort, zodat de titel (waarschijnlijk enkel omwille van lay-outredenen) weer volkomen nutteloos gesplitst is in zijn twee delen. De ondertitel op de omslag bewijst de goede wil van desbetreffende Studio, zodat mijn enige vraag is of het dan wel zulk een doodzonde is een koppelteken in de titel van het boek te zetten, in plaats van het woord te splitsen.

Het boek is hoe dan ook nuttig om mijn blaffende postbode-onvriendelijke viervoeter manieren bij te brengen. Uit gesprekken met onze postbode is gebleken dat hij bang is van het nog geen 40 cm hoge stukje zenuwen, en soms vraag ik me aldus af wie er moet opgevoed worden: de hond of de postbode? Uit praktische overwegingen de hond, uit logische overwegingen zou het gemakkelijker zijn de postbode een goede hondenschool te laten volgen. Daar de geüniformeerde vijand echter langer meegaat dan de hond, zullen we maar opteren voor het eerste. En het boek, dus.


Jaren geleden ben ik nog lid geweest van de Vlaamse Wijnmakersgilde. Zelf wijn maken van allerhande vruchten, ik ben er nooit toe gekomen. En toch kon ik aan de verleiding niet weerstaan om het boek "Wijnen zelf maken" van Jac. Lambrechts, uitgegeven bij Helios te Antwerpen en La Rivière & Voorhoeve te Zwolle. Dat gebeurde dan wel namens het Verbond Amateurwijnmakers, waarvan dezelfde auteur stichtend voorzitter was. Toch nog eens overwegen iets met fruit en gist te doen, temeer daar het toch de bedoeling is in mijn tuin meerdere vruchtenbomen bij te planten, zodat misschien later het er vooralsnog van zou kunnen komen. Voorkennis is enkel in de beurswereld een zonde. Maar alleen ministersvrouwen laten zich nog wel eens met de zonde in. Schijnt het.

Onderweg in Nederland en België, samengesteld door Joep van der Liet voor Elsevier-Amsterdam/Brussel, met plaatsbeschrijvingen voor het Belgische gedeelte door Tom Bouws, is een handleiding voor wie een dagje uit wil naar een willekeurige omgeving in de lage landen en ook in de reeds niet meer zo lage landen, en die dan een eerste informatie bij de hand heeft om een ruw beeld te krijgen.

Tom Bouws? In een bijdrage van enige dagen geleden heb ik van zijn hand nog maar net het boekje "Vlaanderen o welig huis", een Vlaamse Pocket waarin hij ontmoetingen heeft met grote figuren uit onze culturele omgeving, in ogenschouw genomen. Ik heb het dezelfde dag in dezelfde winkel gekocht, zonder voorbedachtheid ten opzichte van de auteur. Van toeval gesproken.

Als Lecturama ook maar één ding goed gedaan zou hebben, is het wel de reeks Meesters der Schilderkunst, waarin een zeer goede inleiding gegeven wordt betreffende onze grootste meesters. Het spreekt vanzelf dat in een populaire reeks als deze er niet diepgravend kan gesproken worden over de kunst. Maar elke kunstliefhebber vindt hier een eerste goede introductie in het leven en werk van de besproken meesters, en heeft de vrijheid bij verdergaande interesse op zoek te gaan naar meer gespecialiseerd werk. Een goede methode daartoe is op de laatste bladzijde de bibliografie in te kijken. Ik ben niet op zoek naar de volledige reeks, maar aan één euro per stuk in de Ecoshop beschouw ik dit toch wel als een koopje. In mijn geval lag er enkel "Van Eyck" te koop.

18h20. Toch nog een woord over die voor mij tot nog toe onbekende Tom Bouws. Via Tante Google kun je gemakkelijk vaststellen dat biografische gegevens over de persoon schaars zijn. Achter op het boekje staat summier vermeld dat hij geboren is te Purmerend op 24 augustus 1911, producer geweest is bij de K.R.O., en in 1961 door Koning Boudewijn onderscheiden werd met de Kroonorde van België. "Vlaanderen, o welig huis" is een soort van dankbetuiging voor deze onderscheiding die hij kreeg voor zijn literaire radiobijdragen. Hij was een veelschrijvend reisauteur, een soort van Julien Van Remoortere.

Reeds in zijn inleiding geeft hij zich te kennen als een rasverteller, die niet ten onrechte Claes en Streuvels geïnterviewd heeft: hij vetrelt het fait-divers, maar durft ook diep op de onderwerpen in te gaan. Het is één van die inleidingen die ik op zichzelf al goed vind voor een onderscheiding: informatief, vlot, boeiend en onderhoudend. Meestal laat ik de inleiding na 3 paragrafen vallen, wegens
obligaat, saai, taai en voorspelbaar.

Zo haalt hij de anekdotiek van sommige gesprekken aan, bijvoorbeeld met Jozef Muls, die op het einde van zijn leven verlamd en op de zorg van zijn zus aangewezen was, maar de fierheid had zich voor de gesprekken op te kleden, en aan tafel te gaan met zijn gasten, en niet aan zijn onmacht wilde toegeven. Aldus gebeurde het dat hij mes en vork niet meer meester was, maar toch zonder hulp wilde eten. De gasten hebben met beminnelijke beleefdheid deze beproeving doorstaan. Ontroerend, en echt.

En dan geeft hij de wijze woorden van professor Stuiveling weer, die repliceerde op een anekdote, die afgesloten werd met de vraag of ze wel waar kon zijn: "Zulke verhalen hoeven niet direct waar te zijn, (..) laat de feiten die onaanvechtbaar zijn, aan de cultuurhistorici. Maar zulke anekdoten (..) zijn als versiering absoluut onmisbaar. Ze geven kleur en sfeer aan de altijd kille feiten die wij bijeenbrengen en ordenen." Aldus tekent de auteur de atmosfeer die hij hoopt ook in zijn boekje weer te geven, maar tekent hij eveneens de anders zo wetenschappelijk denkende professor als een mens van vlees en bloed, eerder dan als een kille wetenschapper.

Wat te denken van de anekdote op de eerste bladzijde van het gesprek met Stijn Streuvels. Als de auteur de teruggetrokkenheid van de grote man beschrijft, heeft hij het over een emotionele uitval als repliek op een woord of een uitdrukking:- "Ze kennen mijn werk niet eens," viel hij (..) smalend tegen ons uit. "Hoogstens een paar titels als De vlaschaard. Er zijn er die denken dat 'k al lang dood ben, en dat Alida van ons huis een museum heeft gemaakt met entreepapierkes. Maar ik leef nog, en ze blijven buiten 't hek!"-.

Tekenender voor Streuvels kan niet. En het zijn tegelijkertijd profetische woorden van vrees, maar woorden die bewaarheid zouden worden, gelukkig maar. Zijn erfgoed moet voor de eeuwigheid bewaard worden. In 1979 of 1980 ben ik na de restauratie van het Lijsternest naar de (her)opening van het muzeum geweest, en heb in een zéér lange rij staan aanschuiven om zijn woning, zijn creatieve burcht te bekijken. Met afgrijzen stelde ik vast hoe niets ontziende bezoekers de bloemperken naast het pad naar de achterdeur plattrapten. Later ben ik er op een rustiger moment met mijn familie tijdens of na de feestelijkheden bij de eerste communie van mijn oudste dochter nog eens geweest, en heb met open mond naar al dat moois gekeken. Tot mijn fierheid heb ik gedurende enige ogenblikken op zijn schijversstoel mogen plaatsnemen voor zijn beroemde panoramische venster. Ik zal het hele gesprek, opgenomen op zijn negentigste jaar, met veel aandacht verslinden.

vrijdag 7 november 2008

Een website om uit te pluizen

20h 49 Ik heb daarnet een website ontdekt, die op het eerste zicht erg verfrissend lijkt. Boordevol informatie, zoals ik dat eigenlijk verwacht van een website die hoopt informatief te zijn. Hoewel ik nog maar vluchtig en bijna ad random door het zeer brede aanbod van allerhande info gelopen ben, zie ik hier toch echt wel een schitterend voorbeeld van wat er kan gedaan worden met de taal en de literatuur. Mijn felicitaties hebben ze alvast!

Eigenlijk was ik op zoek naar correcte omschrijvingen van verschillende versvormen, zoals pakweg terzine, kwatrijn of sonnet. Ik vond veel meer. Wat denk je bevoorbeeld van deze one-liner van Mahatma Ghandi: "Een rechtvaardig mens is rechtvaardig, zelfs in de politiek". Die komt net op tijd, nu Obama het binnenkort voor het zeggen heeft in het Witte Huis.

De website haalt naar eigen zeggen meer dan 18 miljoen hits per maand, en staat te trappelen om uit te breiden. als ze er de nodige middelen maar voor hadden. Je vindt de website door op de titel van dit bericht te klikken.

woensdag 5 november 2008

Van Gisteren en Vandaag

Als er zoiets als "Van Nu en Straks" bestaat, dan bestaat er ook zoiets als "Van Gisteren en Vandaag". Bij deze. In mijn vorig bericht vermeldde ik de vier aankopen van gisteren, de volgende zijn van vandaag.

Op 25 maart 2008 heb ik melding gemaakt van een klein, compact Duitstalig boekje, namelijk Peter Schlemihls wundersame Geschichte van Adelbert von Chamisso. Vandaag heb ik liefst 14 van zijn kleine broertjes teruggevonden, alle bibliotheekexemplaren, en dus op de klassieke wijze ingepakt en van etiquetten voorzien, en helaas maar waar nog in zeer goede staat. De bibliotheekbeambten hadden wel even mogen opletten om de nummering op de reeds kleine rug van de boekjes niet onder hun etiqueten te verstoppen. Reclams Universal-Bibliothek is echt wel een uitgebreid werk, want meerdere van deze dwergboekjes hebben nummeringen die ver in de 8.000 doorlopen. Vandaar mijn volkomen ad random opsomming van deze werkjes, waarvoor dezelfde opmerkingen gelden als in maart:

Kleider machen Leute van Gottfried Keller, nr 7470, 1987;
Die Poggenpuhls van Theodor Fontane, nr 8327, 1985;
Die Majoratsherren van Acim von Arnim, nr 9972, 1980;
Der Sandmann, Das öde Haus, van E.T.A. Hoffman, nr 230, 1983;
Der Klassenaudsatz van Erwin Wickert, nr 8443, 1986;
Geschichte vom braven Kasperl und dem schönen Annerl van Clemens Brentano, nr 411, 1978;
Der Zweikampf, Die Heilige Cäcilie, Sämtliche Anekdoten, Über das Marionetentheater und andere Prosa van Heinrich von Kleist, nr 8004, 1986;
Ein Fall für Herrn Schmidt van Wolfdietrich Schnurre, nr 8677, 1985;
Die Marquise van O..., Das Erdbeben in Chili van Heinrich von Kleist, nr 8002, 1985;
Peter Schlemihls wundersame Geschichte van Adelbert van Chamisso, nr93, 1981;
Das Marmorbild, Das Schloss Dürande van Joseph van Eichendorff, nr 2365, 1981;
Kabale und Liebe van Friedrich Schiller, nr 33, 1985;
Der blonde Eckbert, Der Runenberg, Die Elfen van Ludwig Tieck, nr 7732, 1984;
Bahnwärter Thiel van Gerhart Hauptmann, nr 6617, 1985.

Een ander curiosum is een klein doch zeer verzorgd werkje over "Der Russische Hof zu Weimar", een kunstdruckalbum van Kunstverlag H.C. Schliedicke Leipzig, in 1989 uitgegeven. Uitermate interessant fotowerk, ik tracht de tekst te ontcijferen, maar moet toegeven dat een flinke hand hulp nu en dan welkom is om al te lange zinnen te begrijpen als ik aan het eind ervan tracht te doorgronden wat men in het begin eigenlijk wilde meedelen. Een verzamelstukje, maar toch meer dan dat. Onder meer Franz Liszt, Hector Berlioz en Franz Cerny zijn er op één lithographie verenigd. Klara en Robert Schumann bekijken de wereld eerder verveeld, Peter Cornelius en Heinrich Hoffman von Fallersleben-Stahlstich (!) staan voor de eeuwigheid romantisch artiest te wezen en zo kunnen we de waslijst van interessante en googleklare zoekpersonnages nog veel verder uitbreiden.

Cel 269 van Ernest Claes is in de vorm van Vlaamse pocket no. 220 tot mij gekomen om eindelijk eens gelezen te worden. 1967, mijn Wonderjaar. Eenenveertig jaar later en nog zulk een verzorgd uiterlijk hebben...

Pygmalion van Bernard Shaw. Een Penguin pocket. Hoogstinteressant zijn de meer dan 100 pentekeningen van Feliks Topolski. Iedereen kent de film, maar wie kent het toneelstuk?

In de reeks Ontmoetingen heb ik nu Antoon Coolen door Piet Oomes aan de verzameling toegevoegd. Mooi.

Vlaanderen o welig huis van Tom Bouws, nog een Vlaamse Pocket, geeft me gesprekken met Stijn Streuvels, Ernest Claes, Felix Timmermans, maar ook met Jos Ghysen en zelfs Arthur Meulemans; hopelijk zullen ze me weer enige nieuwe inzichten verschaffen. Om naar uit te kijken.

De rest zal ik morgen of zo bespreken.

La nouvelle litérature est arrivée

November, een maand die de ware boekenliefhebber zal bekoren: zo is er in Antwerpen de hoogmis van het boekenwezen bezig, maar ik ben daar in mijn leven nog maar één enkele keer geweest. Toch volg ik de actualiteit die eruit voortspruit op de voet. En er is in het algemeen het gevoel dat je naar een comfortabele zetel leidt, alle attributen die het gezellig lezen en studeren bevorderen, zoals daar zijn, (liste non-exhaustive), een kop lekkere koffie, warm en vers, een druppeltje of wat meer als het mag cognac, een ondertussen veelvuldig verdoemd genotsmiddel als een pijp en grove tabak (genotsmiddel dat ik in jaren niet meer aangeraakt heb), en enige raakgekozen composities van de klassieke meesters van de muziek. Een hond aan je voeten, een vrouw met dezelfde bezigheid als jezelf en een warme kachel om af en toe in te rammelen, en Streuvels zou er inspiratie van krijgen.

Om dergelijke momenten te vullen heb ik hier voor me liggen, een viertal boeken die me de eerstvolgende dagen zullen gezelschap houden. Ze zijn niet alle van hetzelfde belang, nee, verre van.

33 Kilo later, mijn verhaal, mijn recepten van Koen Crucke zal even ingekeken worden, voor de zoveelste maal is het fotomateriaal leuk en informatief, de recepten zullen eerder mijn vrouw inspireren dan mijzelf. Dat dit boek gewoon van het schab in de winkel op een schab in de woonkamer terecht is gekomen, om er slechts vanaf te gaan richting Kringloop, daar versta in deze keer helemaal niets van. Zo kan een bekend Oudenaards jurylid van vermaarde poëziewedstrijden die tot doel hebben de heer Jotie 'tHooft te eren enkel maar besluiten dat het boek in kwestie zelf misschien een geschenk geweest is. Plausibel. Maar het geeft me toch steeds weer een onprettig gevoel. De enige correcte reactie erop kreeg ik tot nu toe slechts van mezelf: zie maar dat je boeken die je nu zo veelvuldig koopt, niet hetzelfde lot ondergaan...

De Hond van de Baskervilles van A.C. Doyle. Uitgegeven in een reeks door het Laatste Nieuws, nummer 4 om correct te zijn. Jeugdsentiment, daar ik het verhaal in mijn studententijd gelezen heb, tezamen met zowat alles wat ik te pakken kon krijgen van deze schrijver. In die dagen waren er op TV ook meerdere afleveringen van een reeks gebaseerd op het werk van de beroemde schrijver te zien, en ik meen me dit werk te herinneren als één van de meest spannende, duistere afleveringen. Toen ik later in de bibliotheek van Hasselt, toen nog in het Begijnhof, zijn boeken ontdekte, kon ik zelfs niet tot thuis wachten: ik zette me op één van die banken aan de ingang van het domein, en las tot de avondschemering en de kou me naar huis dwongen, een fietstochje van drie kilometer, om daar vanzodra mogelijk te verdwijnen op mijn kamer, en verder te lezen, tot de schooltaken of het gezond verstand me van de lektuur weghaalden. Ook dit boek vertoont niet de minste sporen van gebruik.

De avonturen van Bill Clifford van Godfried Bomans heeft ook vroeger mijn aandacht reeds getrokken, maar ik moet tot mijn schande erbij zeggen dat ik het maar niets vond. Ik ga onderzoeken of ik dat nog steeds denk, en waarop dan nu deze mening gestoeld is. Een uitgave van Amsterdam-Elsevier-Brussel van MCMLXII, en gelezen door een zeer zorgzaam iemand. Ik ben hem daar dankbaar voor. Iets dergelijks is me ooit nog eens overkomen toen ik "Het Afscheid" van Ivo Michiels las voor school. De eerste keer was dat verplichte lektuur, en ik vond de ontleding van het boek onder leiding van Mijnheer Ceelen best leuk, maar jaren later heb ik het boek nogmaals gelezen, en toen was ik eerlijk gezegd zwaar ontgoocheld. Het was alsof het magisch-realisme van de schrijver dat ik bij de eerste lectuur nog meende aanwezig te zien, met de tijd ook vervaagd en eigenlijk helemaal verdwenen was.

Het volgende werkje is een klepper. De Hollandsche Natie, in zes zangen door J.F. Helmers, uitgegeven te Gouda Bij G.B. Van Goor. Het werk dateert van 1812, en is een bombastische lofzang op alles waar de doorsnee Hollandse Burger fier diende op te zijn: De Zedelijkheid, Heldenmoed te Land, Heldenmoed ter Zee, De Zeevaart, De Wetenschappen en de Schoone Kunsten. Het werk is niet zonder geschiedenis gebleven. De auteur heeft er een tiental jaren over gedaan, om door middel van studie tot de nodige kennis te komen om dit werk te voleinden. In die tijd lag Holland nog onder de Franse bezetting, en hier en daar heeft hij blijkbaar op zere tenen getrapt, want het boek heeft in zijn eerste editie op last van de Censuur enige verbeteringen en schrappingen gekend. Het heeft de auteur zelf bij de Nederlandse bevolking het nodige krediet bezorgd om als held op prijs gesteld te worden, want hij had de durf in zijn geschriften bepaalde Franse gevoeligheden te behandelen en aan de kaak te stellen. Zijn oorspronkelijke uitgever Van Immerzeel had minder moed, want hij is ergens anders (bij Allart) moeten gaan aankloppen om het werk te laten uitgeven. Volgens de overlevering heeft eigenlijk alleen maar zijn vroegtijdige dood ervoor gezorgd dat hij een proces vermijden kon, waarbij hij het reële gevaar liep jarenlang in het Huis van Bewaring te moeten dichten. Deze uitgave werd gedrukt bij Ipenbuur & van Seldam, is niet gedateerd, maar ik kan geen spoor van verbeteringen of verbeterbladen vinden, zodat ik met een gerust geweten kan zeggen dat dit misschien uitgave van 1812 is, daar het bijvoorbeeld ook als pocket is verschenen, iets dat toendertijd onder impuls van de uitgeverij Allart net een nieuwe rage werd om belangrijk werk in goedkope uitgave bij het grote publiek te brengen. Toch een aanwinst voor mijn afdeling poëzie.