ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

dinsdag 26 april 2011

Secretaressendag? Vijftien kilogram graag.

Met of zonder tussen-n, secretaressendag kan ook wel eens een prettig gevolg hebben. De video's die je van Tante Google mag bekijken liegen er niet om, maar ons werk speelt zich niet in die atmosfeer af. Dit ernstige bloggertje (geen commentaar graag) heeft als bijkomende taak: het invullen van de lege plaatsen op het secretariaat van de baas, wanneer één van de vaste secretarissen (m/v) afwezig is. Een taak die ik steeds met groot plezier vervul.

Toen op dinsdagochtend 19 april de telefoon rinkelde, en ik de naam van de baas van het schermpje aflas, wist ik niet waar het over ging. Maar hij stond me in zijn bureau op te wachten met een brede glimlach, en zei dat hij iets voor me had. Een lange bruine envelop, in een geschenkverpakking: het deed me twijfelen, maar het was echt wel voor mij bestemd. Er bleek een geschenkbon van de Fnac-keten in te zitten, en het bedrag mocht er wel zijn. Ik ben dus officieel bevorderd tot rechthebbende secretaresse, en ik vind het dus maar normaal dat ik ook officieel verklaar dat ik dat heerlijk vind.

Vanmorgen ben ik het Kialapunt van mijn keuze gaan bezoeken om een pak(je) te gaan afhalen, en toen ik terug thuis kwam, bleek ook de postbode een pakje in mijn brievenbus achtergelaten te hebben. Hoewel geen van beide afkomstig is van Fnac, bombardeer ik de beide leveringen al even officieel tot geschenken, verworven ter ere van Secretaressendag. De prijs van de gezamenlijke aankoop, verzendingskosten inbegrepen, komt aardig dicht in de buurt van de geschenkbon, en aangezien Fnac in Brussel niet echt op mijn weg ligt, Fnac Gent daarentegen komt bij onze periodieke strooptochten doorheen het Veldstratelijk landschap (waarbij De Slegte nooit vergeten wordt) wel degelijk in het visier, moet de bon op zulk een gelegenheid dan maar wachten.

Beide paketten bevatten een paar zeldzaamheden, die het vernoemen wel even waard zijn. Maar eerst moet er een beetje middagmaal op tafel komen voor de schoolgaande jeugd met domicilie in dit huis.

Nog terwijl de jeugd de buik vult en met aandacht en eerbied, met ootmoed (oot·moed de; m gevoel van nederige onderworpenheid) en volharding uitkijkt naar het vervolg van de eerste na-paasvakantiële schooldag, val ik weer op mijn bibliofiele en secretariële veroveringen terug. [Ja, dag, tot straks.  Met choco, met confituur of met koude kip en warme rabarbermoes? - Natuurlijk met choco, ik kon het maar proberen].

Wat zit er vandaag in de pot? Gewoon omdat ze bovenop de stapel liggen, mogen vier delen van Cyriel Verschaeve, Verzameld Werk, huldeuitgave 1874 - 1934, Uitg. Zeemeeuw MCMXXXVI, delen I tot III en V, de reeks openen. Ik heb reeds van een zeevaardige piraat, kapitein van een zinkend schip, die op zoek is naar een bergtop om daar definitief te stranden (maar Noah is hem reeds lang geleden voor geweest), de volledige werken gekocht. Vorig jaar. Maar deze toevoeging aan mijn Blumengarten Bibliothek is alleen maar gedaan met het oog op ruilmogelijkheden, om andere bibliofielen te laten meegenieten van deze onvolledige reeks, waarmee zij eventueel hun bezit kunnen aanvullen, en waarmee ik ruilend één of ander door mij graag gezien stuk kan veroveren. Het nadeel is dat deze reeks genummerd is (117 in mijn geval), maar omdat de reeksen toch al uit mekaar gehaald zijn, is de volledigheid primordiaal, de nummering in eerste instantie bijkomstig. Wie de andere nummers 117 in bezit heeft, en zijn verzameling wil voltooien, mag me steeds contacteren. Ook anderen die aan deze nummering geen belang hechten, maar toch een reeks willen vervolledigen, mogen zo doen.

De boeken zijn niet alleen inhoudelijk zeer belangrijk. Verschaeve, controversieel of niet, was een belangrijk figuur in de Vlaamse beweging. Zijn Deutschlandfreundlichkeid weegt niet - altans voor mij niet, voor anderen wel - op tegen zijn literaire en zijn Vlaams-moreel-sociaal-politiek belang op. Ik ga de discussie niet aan. In deze blog is voor mij de dichter en denker belangrijk. Andere bedenkingen maak ik in andere omstandigheden.

Naast mij ligt het werk van Pieter Dorlant, Kartuizer: Viola Animae. Het betreft de herdruk  van de Samenspraak tussen Maria en de Ziel over Jezus' Bitter Lijden, uitgegeven bij Lannoo, Tielt, in 1954, vertaling van dr. Moereels, S.J., praeses van het Ruusbroecgenootschap, dat gesticht werd door niemand minder dan Pater dr. D.A. Stracke S.J., naast Verschaeve nog zo één van die Vlaamse denkers uit het interbellum. Het is een schitterend bewaard werk, dat zijn ouderdom slechts verraadt in de stofwikkel, die enige scheuren en bevuilingen opgelopen heeft in zijn nu reeds 77-jarige beschermende taak. Ook het prospectus is er bijgevoegd, en ik begrijp nooit waarom de uitgevers, die het coördinerend werk moeten doen om alles een gevoel van eenheid te geven, dit prospectus niet gemaakt hebben op een formaat dat perfect past bij het boek. Ook bij de Volkshuisraad in Vlaanderen van dr. Jozef Weyns merk ik datzelfde feilen: de trotse eigenaars gooien het prospectus, dat onafscheidelijk bij het werk behoort, niet zo maar weg, maar steken het tussen de hardcover en de titelbladzijde, met lelijke verplooiingen als gevolg.

Dit boek heeft zijn imprimatur gekregen van A. Van den Dries op 31 october (met c, zoals het hoort) 1953, toen deze kleine maar fiere blogger net één jaar oud werd. Kun je je het kroontje op zijn toen ook niet zo harige kop voorstellen?

Het boek zelf verscheen in 1499 te Keulen, vijfhonderd jaar voor het overlijden van mijn moeder, om maar iets te vernoemen, en werd door Pieter Dorlant van Diest, Kartuizer, geschreven. De datum van herdruk is niet toevallig: precies 100 jaar daarvoor heeft Pius IX de Onbevlekte Ontvangenis als Kerkelijk Dogma naar voor geschoven, en de lektuur van vele gedichten van ondermeer Guido Gezelle leren me dat deze gebeurtenis inderdaad niet zonder weerklank geweest is in de kerkelijke geschiedenis. Het jaar 1954 werd dan ook uitgeroepen tot een Maria-jaar. Het colofon vermeldt dat de uitgave gebeurde om de nieuwe bibliotheek van het Ruusbroec-Genootschap te financieren. Ik citeer letterlijk:

Deze vertaling van Viola Animae werd gezet uit de Garamond-letter 18 punt en verlucht met vijftien houtsneden, waarvan drie in vierkleurendruk met goud, de tweekleurige sierletters en sluitstukken werden uit oude Plantijn-drukken genomen. De uitgave wordt verkrijgbaar gesteld in luxe-, speciale en gewone uitvoering. De luxe-exemplaren, gedrukt op handgeschept van Gelder Zonen en genummerd van 1 tot 100, worden gebonden in vollederen stempelband en afgeleverd in een mooi foedraal. Bij inschrijving vóór het verschijnen wordt op verlangen de naam van de intekenaar bij het nummer van zijn exemplaar gedrukt. De prijs van deze luxe-exemplaren bedraagt 1.000 fr. waarvan 500 fr. bedoeld zijn als gift voor de uitbouw van de Ruusbroec-bibliotheek. De speciale uitvoering wordt gedrukt op hetzelfde handgeschept Van Gelder Zonen, doch gebonden in halflederen stempelband : deze exemplaren zijn genummerd van 101 tot 300 en kosten 480 fr. De gewone gebonden exemplaren op houtvrij papier kosten 285 fr.

Bovendien werden 26 groot-luxe-exemplaren gedrukt, gemerkt van A tot Z, die echter niet in de handel komen.
In dit werk komen dus ook twaalf houtsneden voor van de oorspronkelijke verluchter, die er blijkbaar zijn werk aan gehad heeft. Jacob Cornelisz van Oostzanen, ook genaamd van Amsterdam, maakte een verzameling houtsneden genoemd de Vierkante Passie, en de twaalf naar de smaak van de uitgevers mooist bevonden werken werden in deze heruitgave hernomen. Deze Jacob Cornelisz was niet alleen houtsnijder, maar ook etser en schilder. Zijn werk, zo blijkt, getuigt van een volkse eenvoud en gereserveerdheid (A. Deblaere). Naast deze Vierkante Passie heeft hij ook een Maria-Cyclus (1507) en grote Ronde Passie (1511-1514) uitgegeven. Dezelfde A. Deblaere zegt over deze laatste reeks bijna letterlijk:
Deze houtsneden willen niet meer wedijveren met schilderkunst of kopergravure: hij laat niet alleen de houtvezel meespreken in plaats van ze te doen verdwijnen, maar hij wendt zich mét en in zekere zin trots al zijn verworvenheden opnieuw tot een meer volkse traditie.
 Deze kunstkenner, die over andere artiesten schrijvend aandurfde een kat een kat te noemen, looft Jacob Cornelisz dus behoorlijk. De Vierkante Passie is trouwens voor de eerste maal in 1523 in boekvorm verschenen, maar er bestaat waarschijnlijk geen volledig exemplaar meer van, slechts losse gravures zijn nog te vinden in musea en in het tweedehands- en kunstcircuit. Een tweede uitgave kwam er in 1530, onder de titel: Hier begint de scoene Stomme Passye... met 80 houtsneden, maar deze zijn niet alle van Jacob Cornelisz.

Gewone afdrukken van de houtneden uit de Stomme Passye zijn nog wel in de grotere bibliotheken te vinden, maar de gekleurde afdrukken zijn uiterst zeldzaam geworden. Vermoedelijk zijn ze alle afgedrukt na de volledige uitgave van de Stomme Passye, maar dan als afzonderlijke prenten. In het Staatliches Kupferstichkabinett van Berlijn en in het Britisch Museum rustten tot begin de jaren '50 van vorige eeuw de enige gekende exemplaren. Het is slecht met de heruitgave door de Ruusbroec-bibliotheek dat de drie hier hier toegevoegde gekleurde afdrukken, in het bezit van het Ruusbroec-Genootschap te Antwerpen, voor het eerst gereproduceerd werden,  terwijl ze in geen enkele catalogus van Jacob Cornelisz' werken werden geciteerd.

Ook de auteur van de Viola Animae, hetgeen niet meer betekent dan Zieleviooltje, is niet de eerste de beste. Pieter Dorlant (van Diest) een kartuizer monnik, werd vermoedelijk geboren in 1454, en vatte in 1472 studies aan aan de Leuvense Alma Mater. Hij blijkt middels zijn inschrijving afkomstig te zijn uit Walcourt. In 1475 treeds hij in in het kartuizer klooster te Zelem bij Diest, vandaar zijn bijnamen Diesthemius of Diestensis. Hij schreef voornamelijk in het Latijn, meestal dialogi, zoals deze Viola Animae, maar ook in het Diets, en daar duikt, niet zonder controverse en onzekerheid, ook het toneelstuk Elckerlyk op.

In "Ons Geestelijk Erf", 1952, het tijdschrift uitgegeven door het Ruusbroec-Genootschap, wordt zijn Elogium aangehaald, dat niet zo lang voorafgaand aan de publicatie van de Ruusbroek Bibliotheek, teruggevonden was in de Bibliothèque Nationale te Parijs. Hij wordt daar genoemd als iemand met een alzijdig aanpassingsvermogen, waardoor hij "leraar met de leraren, dichter met de dichters en redenaar met de redenaars" was.

Deze aanwinst van mijn Blumengarten Bibliothek is dus behoorlijk belangwekkend. De prijzen in het tweedehandscircuit zijn voor de niet genummerde exemplaren, zoals dit er een is, niet opvallend. Maar een degelijke lectuur van de inleiding en het prospectus leert een blogger heel wat.

De nabeschouwing bij de herdruk moet ik nog volledig doornemen, maar oppervlakkig gezien wordt daar ook reeds een aanvulling gegeven op al deze elementen betreffende zowel de Viola als over de gravures van Jacob Cornelisz. Toch durf ik het reeds aan een openlijke vraag aan mijn geëerde collega-blogger Perkamentus te stellen om mijn summiere opsomming van feiten en feitelijkheden te onderzoeken, zo nodig te corrigeren, en er zo mogelijk nog een vervolg aan te breien. Hij is in het wereldje van de Amsterdamse graveurs, publicisten, drukkers en handelaars behoorlijk thuis. Ik ben zeer nieuwsgierig naar zijn bevindingen.

(vervolgt)

zondag 17 april 2011

twaal ven nen nalven euro

De jaarlijkse rommelmarkt hier in de wijk heeft me al meermaals leuke dingen opgeleverd, en dit jaar is het niet anders geweest. De lichtjes kriptische titel verraadt veel over de financiële implicaties die deze korte voormiddag in mijn leven, doorgebracht op mijn knieën voor al dan niet ordeloze dozen met 'boeken', rommel en oud papier, en hier en daar een brave verkoopster, die echt wel wist wat boeken zijn, maar die er de prijs toch niet helemaal goed voor wist te plaatsen, heeft meegebracht.

Ik verbaas me er nog steeds over dat mensen voor een doorsnee boek, dat in de jaren zeventig als bestseller door het leven ging, nog steeds zes of zeven euro hopen te vangen, terwijl ze andere werken, die ik op internet over de schermen zie schuiven voor vijftig of zestig euro, nu aanbieden voor vijftien euro, en dan ook nog bereid zijn iets van de prijs te laten vallen, om het toch maar verkocht te krijgen.

Dat is natuurlijk het plezier van de rommelmarkt, en heel af en toe ga je zelf in de fout, met een aankoop tot gevolg die de prijs toch niet waard blijkt te zijn. Geen neerbuigende praat dus. Maar deze keer zul je me niet horen klagen. Voor de luttele som van twaalf en een halve euro heb ik uiteindelijk vier boeken gescoord.

Doctor Jozef Weyns heeft hier al eens hoge ogen gegooid, ik doe er nog een oogje bij, met zijn mooie uitgave van "Het verhaal van ons huis" in de Keurreeks van het Davidsfonds nr 56, 1954-3. Voor één euro.

Eindelijk heb ik nog eens een boek van Paul Koeck meegebracht: "Het Plantenoffensief", uitgegeven in de reeks Literauur Vandaag van de Standaard Uitgeverij in 1969. De stofwikkel heeft zijn werk gedaan, en vertoont vele scheurtjes en bevuilingen, maar het boek zelf heeft daardoor zijn frisse uiterlijk bewaard. De bovenkant is door de jarenlange afwezigheid van een zorgzame hand zwaar bestoft, en mijn steeds klaarliggende handborsteltje, dat in deze rol die nederige arbeid met lijdzame zwijgzaamheid vervult, krijgt wel het stof, maar niet meer het ingevreten vuil wel. Boeken leven, en daar kan ik dan weer mee leven. Een niet onbelangrijk detail in dit leven is voor mij de opdracht op de titelbladzijde: een niet helemaal duidelijke zin, die in grote vaart geschreven is, en waarvan de betekenis mogelijk de volgende is: "Dit boek na enkele ontmoeting(en, nvAndebijk) met Etjèn waarbij we in elkaar(s, nvAndebijk) ziel hebben gekeken. Vriendschappelijk, (get.) Paul, 08/10/'71." Een gesigneerde Paul Koeck, voor één euro.

Mijn zoveelste exemplaar van "De Vlaschaard" (met één s), ditmaal de versie van de Lijsternestreeks nummer XII, zijnde meteen ook de twaalfde druk, zou eigenlijk maar een fait divers zijn, mijn vrouw laat dan ook nogal eens zuchtend de opmerking vallen bevattende de vraag hoeveel exemplaren van De Vlasschaard ik dan al in bezit heb, en hoeveel ik er nog denk aan toe te voegen, maar deze is meer dan alleen maar zo nog een exemplaar. Hoewel het uitzicht van het boekje duidelijk laat vermoeden dat het geleefd heeft, en mijn stofborsteltje ook weer enig werk had om tenmiste dat deel van het uitzicht te corrigeren,  is het net zoals dat van Paul Koeck toch specialer dan alleen maar een bundeltje oud papier. Geen opdracht, maar de in potlood geschreven als ex-libris aangebrachte naam van de vroegere eigenaar is weer een lichtpunt te meer: het is ooit eigendom geweest van niemand minder dan Renaat van Elslande. Het stak in een doos met rommelboeken die alle weg mochten voor ... een halve euro. Met mijn manie om elk exemplaar dat er ligt vast te nemen, te bekijken en te besnuffelen, lag het voor de hand dat de tijd nodig om aan dit exemplaar te komen, sommige mensen op de zenuwen werkte, maar het resultaat is er toch maar.

En dan moeten we natuurlijk nog het vierde boek bekijken. Dit is dus zo een werk, waarvan de verkoper niet echt goed de waarde ingeschat heeft, en het enigzins te goedkoop aangebood. Andere boeken uit zijn aanbod waren dan weer ver erover. Wel verleidelijk, maar onredelijk van prijs. Een andere handelaar had dat goed gezien, en ik kon nog maar net dit boek uit zijn commerciële klauwen redden. Een ander werk was te ver van mij af om nog door mij ingepikt te kunnen worden, hetgeen dan weer het nadeel van mijn koopwijze blijkt te zijn. De herdruk van "Van der naturen bloeme" van Jacob van Maerlandt ging voor mijn neus weg. Ik wou de vier quasi-nieuwe boekdelen voor veertig euro wel meenemen. 

Maar deze "Livre d'Or de la Résistance Belge", een gigantische hardcover in bruin linnen met gouden diepdruk erop, versierd met een Art Nouveau-versie van de Belgische leeuw (zonder klauwen welsiwaar) mocht voor de mooie som van tien euro mee naar huis. Het boek heeft geleefd: het linnen is lichtjes bevuild, de bovenkant bevat ook vele bruine vlekjes en een inktvlek, en op de rug zijn er zeer kleine spatjes van een wasachtige stof, die met de vingernagel gemakkelijk kunnen verwijderd worden. Vermoedelijk zijn dat de restanten van de lijm waarmee het linnen op de hardcover bevestigd is, maar dat is beslist niet storend. Ook een paar lichte vlekken op dat zelfde linnen, maar nauwelijks zichtbaar, en waarschijnlijk van dezelfde oorsprong als de vlek op de bovenste snee zijn te zien.

Binnenin bevinden zich eveneens twee driekleurige linten, bewijs dat de eigenaar mogelijk één van de geciteerde personen in het boek was, of misschien toch wel rechtstreeks door gebeurtenissen die verband houden met weerstandsactiviteiten, betrekking had.

Het boek is monumentaal van afmetingen, de uitgave werd verzorgd door "Les Editions Leclercq Bruxelles", in opdracht van "La Commission de l'Historique de la Résistance instituée par le Ministère de la Défense Nationale". Spijtig genoeg bevat het boek nergens een duidelijke colofon, zodat het een beetje te raden valt wanneer het werk tot stand gekomen is. Maar dit is zeker, eens dat de twee linten door de droogkuis gegaan zijn, en zij in hun volle glorie over het boek mogen gedrapeerd worden, zal deze uitgave met trots naast de "Volkshuisraad" van dr. Weyns mogen staan.

zondag 10 april 2011

Intens, zwart, onveilig en echt

Heel soms plooi ik voor een auteur, die op de schaal van de LeeftijdsRichter een paar decennia onder mij zijn staart roert. Maar deze kerel is er één die er bovenuit steekt. Niet in productie, hij wordt blijkbaar nog niet gesmaakt door degenen die er voor zorgen dat Namen Genoemd Worden. Dat gebeurt wel door de lezer die, zoals deze jongen, wel eens beweert geen hedendaagse literatuur te smaken en dus ook niet meer te proeven, maar die zich hoofdzakelijk in de richting van het verleden keert om de boekenkast te vullen. In afwachting van een volwassen interview en en volwassen recensie door een volwassen redacteur van een volwassen blad, deze impressies.

Met La Maîtresse du Pirate is een verhalenbundel uitgegeven waarin bdsm- en andere toestanden de kleur leveren, maar waarin neuken, tieten en orgasmen niet alleenzaligmakend zijn. Geen porno, wel erotiek. De auteur van elk verhaal heeft een schrijfstijl die hem en haar waardig is, en kwaliteit zie je zo wel bovendrijven. Het Slachtoffer van ene Akim A.J. Willems is zo een verhaal dat de donkere nacht vol jaloezie, bedrog, hoop, verwachting en verrassing opvult, en dat mensen van vlees en bloed de kans geeft mens te zijn, mens te blijven en op hun eigen manier mooi laat zijn, hoe lelijk en hard de achterliggende realiteit ook is.

Gisteren viel in mijn brievenbus een omslag (dat gebeurt), waarop de naam van de auteur prijkte. Erin stak een brief, in zijn eigen komische en kosmische stijl, mij medelend dat ik de bijgevoegde brochure moest beschouwen als een literair unicum. Het was namelijk genummerd als 13 van 25, terwijl elders op de brochure te lezen staat dat er vijftig van uitgegeven zijn. Het zijn er, voor alle duidelijkheid, wel degelijk 25. Dat zijn er 5 voor de Bibliotheca Studentica & Erotica, en 20 voor relaties ad random. Voor mij is dit nummer dus een soort van vrijdag de dertiende in positieve zin. En daar ik geboren ben op 31 oktober, is Halloween nooit ver weg. Het omgekeerde van 13 is...

De versie van het verhaal was de franstalige, bibliofiele, genaamd "La Victime". Ooit heeft een literaire relatie van de auteur zijn verhaal zeer op prijs gesteld, het doorgegeven aan een franstalige zwaargewicht, die zonder meer alludeerde op de vertaling en later publicatie ervan in het Frans. De hele toedracht kun je lezen op de website van Akim Willems. Zoeken aldaar. Opname in een bloemlezing van erotische literatuur behoort nu ook tot de net gerealiseerde of weldra te realiseren wapenfeiten.

Ik heb het verhaal herlezen, en raakte in de ban door de veel literairder taal die hier te lezen valt. Dat maakt deze versie geheimzinniger: als Vlaming moet ik toch wel enige moeite doen om een franstalige tekst te lezen, maar precies daardoor lees ik ook veel aandachtiger en trager. De nacht is, in het Frans, intenser, zwarter, onveiliger en echter dan in het Vlaams. En de personages zijn van vlees en bloed. De termen Bospoeper en Joepie zijn echter dan op TV.

De brochure in kwestie, aangevuld met een droedel op een lekker ouderwetse schooletiket, waarop wij vroeger onze naam, klas en het vak van het boek op de blauwe kaft waarvan dit kleinood geacht werd geplakt te worden, schreven, moet hier een bestemming krijgen, want het is meer dan alleen maar een brief in een envelop. We zien wel. Een ereplaats krijgt het zeker.

Willems, zoek je richting, en programeer je schrijven. Je taal is literair rijp, je verhaal goed in mekaar gestoken, je personnages zijn echt, en ademen de vuile stadslucht in en uit, gefilterd door een handvol bomen dat het laatste restje natuur in Vlaanderen en in de rest van de wereld voorstelt. Ik ben je dankbaar voor dit geschenk, en je krijgt mijn steun.