Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




donderdag 21 oktober 2010

Oudenaardensia

Het geluk en het toeval gaan steeds hand in hand. Toen ik gisteren één en ander opzocht over Jules Boulez, een Oudenaards kunstschilder (1889-1960), kwam ik toevallig op de website van de Stad terecht. En daar zag ik een lijstje met boeken, die te koop gesteld werden. Mijn oog viel meteen op de Oudenaardse Biografieën, waar ik op het ogenblik veel mee bezig ben. En er stonden nog mooie titels op, die al bij al voor weinig geld aangeboden werden.

Vanochtend, na het bezoek aan mijn kapper, die van mij weer een toonbaar mens gemaakt heeft, wandelde ik enige meters verder, stapte de glazen winkel binnen, en de oogst is de moeite waard.

Acht werken heb ik meegebracht, en ze passen zeer goed in hetgeen ik op mijn wie wat waar - blog aan het bewerstelligen ben. Zo is er het werk Jules Boulez, dat me meteen de nodige bijkomende informatie geeft die ik zocht na de lektuur van het eerste deel van de Oudenaardse Biografieën uit 1976, waarin deze schilder de eerste behandelde persoonlijkheid is in een lijst van 34 namen. Mijn vragenlijstje op www wordt meteen een stukje korter.

In 2000 werd een brochure uitgegeven door de Oudenaardse Geschied- en Oudheidkundige kring, over het dorpje Volkegem, dat in 1964 met Oudenaarde fusioneerde. Op die wijze sluit het perfect aan bij de Biografieën, en levert me weer een paar vondsten op, die dit soort van opzoekingen net zo boeiend maken.De schilder Leo Piron, mij verder onbekend, heeft blijkbaar in de Villa Maria in de Tivolistraat gewoond. Die villa is de laatste tijd meermaals in mijn visier gekomen, bij de lectuur van de tijdschriften van Vlaamse genealogische vereniging, meer bepaald toen het over de familie van brouwers ging, die het huis gebouwd hebben, en waarvan een deel van de familiewortels via Hasselt verder verwezen naar Nederland. En de schrijfster Angèle Dalschaert, het kan niet anders dat ik weer op jacht moet naar meer informatie over haar. Laat me maar toegeven dat ik over haar niets weet.

Oudenaarde mag dan bekend zijn om zijn prachtige wandtapijten, maar de Stad heeft ook een uitgebreide collectie zilverwerk in bezit, die wereldwijd mag gezien worden. Toen in september en oktober 1994 een tentoonstelling georganiseerd werd, had men het gelukkige idee tegelijkertijd een wedstrijd uit te schrijven, met als thema "zilver", terwijl de actie gesitueerd moest worden naar tijd en plaats in het historische verleden van deze Stad. De zeven bekroonde kortverhalen worden in dit bundel saengebracht, en zijn zeker het lezen waard.

De historische waarde van het Stadhuis van Oudenaarde hoeft niet verder besproken te worden. met zijn brochure Het stadhuis van Oudenaarde heeft dr. Patrick Devos een mooie, maar zeer korte studie gemaakt van dit gebouw, waarbij in de inleiding gesuggereerd wordt dt dit werk moet beschouwd worden als een aanzet tot een uitgebreide monografie, die eindelijk het stadhuis zijnbeschrijving moet geven, die het meteen ook internationaal zal moeten plaatsen tussen de meest belanghebbende bouwwerken van België. De prachtige detailfoto's, maar ook de algemene fotografische overzichten van het gebouw voor, tijdens en na de restauratie van de veelvuldige onderdelen maken het weer een mooie aanwinst van mijn collectie Oudenaardensia.

Als landelijke buurgemeente van Oudenaarde is het gerechtvaardigd een prentenboek over de mooie gemeente Moregem niet te versmaden. Iedereen kent ze wel, de mooie fotoboekjes in oblong, waarin met heimwee het oude opgehemeld wordt. Aangezien Moregem een interessante geschiedenis heeft, waarin een heleboel verrassende namen opduiken, vond ik het opportuun ook dit werkje mee te nemen in deze reeks "oudenaardensia".

Dezelfde dr. Patrick Devos, die hierboven ook het Stadhuis beschreven heeft, deed dat ook met het befaamde Vleeshuis van Oudenaarde, waarin thans de Stedelijke Bibliotheek in is ondergebracht. En dat gebouw heeft een veel rijkere geschiedenis dan alleen maar zijn huidige functie van bibliotheek. Gelegen aan de rand van de Markt, en vlak tegenover de Walburgakerk, staat het in een historisch kader, waarbij oud en nieuw hand in hand lopen. Het Centum Ronde van Vlaanderen is dan weer een modern gebouw, dat uitgeeft op de nabijgelegen rotonde, en uitziet over een stuk natuur dat enkel door de spoorweg Oudenaarde-Ronse belemmerd wordt. De overgang van Stad naar platteland gaat hier zeer bruusk. Ook hier is er weer zeer mooi fotowerk te zien.

Ooit ben ik er eens binnen geweest, ter gelegenheid van een Open Monumentendag, in het huis van de Zwarte Zusters van Pamele. Het was wondermooi, een verborgen parel in de stad, maar door zijn aard begrijpelijkerwijs zeer ontoegankelijk. Als kloostergebouw levert het zeer veel architecturele, maar ook artistieke informatie op. In 1984 werd een brochure samengesteld door de Lions Club Oudenaarde, en eens te meer krijg je een prachtig foto-overzicht van deze bijzondere gebouwen. Triest detail is de zogenaamde "zomerkeuken", die op de foto nog staat in zijn volle glorie van met Delftse tegels bezette muren. Bij ons bezoek was de zomerkeuken tot een kleuterklas ombebouwd, maar helaas had men het daarbij noodzakelijk geacht de tegeltjes van de muur te breken. De nog overblijvende tegeltjes waren op sommige plaatsen beklad met viltstifttekeningen van ijverige, en zeer onschuldige kinderen. Het bleef helaas een dissonant in het bezoek te moeten vaststellen dat de zusters het belang van deze fraaie muurbekleding niet inzagen. Onthechtheid aan materiële zaken is één ding, maar misprijzen voor fraai erfgoed was ook niet nodig.

Het laatste werk in deze reeks is een waar fotoboek. Het gaat over de fotograaf Jozeph Remmlinger, die van 1898 tot 1914 in Oudenaarde gewerkt heeft. Zijn talrijke bewaarde foto'z zijn ware pareltjes, en talloze gekende en minder gekende personen zijn voor zijn lens gepasseerd. Ik kan niet aan de neiging ontsnappen om werkelijk de foto's één per één te bekijken, de onderschriften te lezen, en de schoonheid van zelfs de eenvoudigste werkjes te bewonderen. Zo zijn er de afbeeldingen van Dame Marie-Joseph Braet en Dame Thérèse Provoyeur, priorinnen van de orde, zijn van uitzonderlijke schoonheid. De Dames Bernardinen droegen van 1232 tot 1966 een prachtig habijt, dat door de Dames Prieure met nog meer tekenen van waardigheid (ondermeer een hermelijnen mantel, die getuigt van de luister waarmee de liturgische feesten werden gevierd) gedragen werd. Dame Thérèse is ook één van de figuren die in de eerste uitgave van de Oudenaardse Biografieën (1976) beschreven wordt.
wat zei ik: ik ben overgelukkig met deze nieuwe aanwinsten. Ze worden mooi ingepast in mijn verzameling, en zijn elk zeer geschikt als studiemateriaal.

Eén ding is me niet gelukt: de Oudenaardse Biografieën, reden waarvoor ik op stap gegaan ben, heb ik niet aangetroffen. Maar ik zal ze nog wel krijgen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen