Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




dinsdag 20 september 2011

Dichter dan boer, alper dan pierenee

Ergens, niet eens zo ver hier vandaan, ligt er een land, waar de bergen niet bergen, maar "Alpen" genoemd worden. En ze noemen hun bergen dan niet eens Alpen, want dat kunnen ze niet uitspreken, ze zouden dan Alpén zeggen, nee, ze zeggen "Alpes", met een truttig aatje in het begin, (waar Toon Hermans nog wel wat had mee kunnen doen, als hij er maar aan gedacht had, maar hij heeft er niet aan gedacht, en dus niets mee gedaan), en de s die ze in de plaats van de n plaatsen, geven ze in hun uitspraak géén plaats. Lè zalpes, sans zes.

Een goed bewaard geheim over dat land is, dat niet alle bergen daar Lè zalpes sans zes genoemd worden, er zijn nog andere bergen, waar ook mensen wonen, bergbewoners, die een totaal andere taal spreken. Zij noemen hun bergen: lè pierenees, sans zes égalment. Ze doen er niets anders dan wat er ook in lè zalpes sans zes gebeurt: zij kweken er schapen en geiten dat het een aard heeft, hier en daar wordt er wijn in flessen getrokken, en éénmaal per jaar komen de buitenlanders massaal op lè zalpes sans zes en lè pierenees sans zes également kamperen, brengen dan hectoliters bier, kilo's worst en kleden zich op de meest smakeloze manier, om zittend aan wankele tafeltjes, en zittend op krakende stoeltjes, de hectoliters bier en de kilo's worst op rituele wijze te bereiden en te verorberen. Hier en daar komen echte concentraties van die bier drinkende en worst verorberende buitenlanders voor, die zich kenbaar maken voor mekaar door het dragen van bijvoorbeeld eenvormig oranje wambuizen, terwijl andere bendes dan weer in tricolore uitrusting een taaltje spreken, waar de inboorling kop noch staart aan krijgt.

Het is koers, zeggen de eenvoudige lieden, die gewoon meegekomen zijn om worst en bier te drinken en te verorberen, zowel op de hellingen van Lè Zalpes sans zes als op Lé Pierenees sans zes également, in de val gelokt als ze zijn door de listige bestuurders van de meest fantastische voertuigen waarin ook geslapen wordt, en een heleboel andere, niet voor publicatie vatbare activiteiten worden uitgevoerd. Maar het is onbeschrijfelijk, de toestand waarin deze lieden komen wanneer plots, uit het niets als het ware, een bende tweewielige luiden de helling opgeklommen komen, waarbij elk zinnig mens zich afvraagt waarom zij zulke dingen doen. Desgevraagd, zal één van hen, die het vlugst op de top van de helling gekomen is, antwoorden dat het zijn beroep is.

Het is koers, ja, maar de bestuurders van de eigenaardige voertuigen hebben daar geen oren naar. Koers? In Waregem is het koers, ginder heeft dat een ronkende naam. Dat heet dan Le Toer de Frans. En zowel in Lè Zalpes sans zes als in Lè Pierenees sans zes également verstaan ze die taal. Dan verstaan ze mekaar wonderwel. Zoals een Limburger plotseling een West-Vlaming zou verstaan. Die zouden dan niet over een Toer de Frans spreken, maar over een Ronde van Vlaanderen, of over een ander veredeld criterium, terwijl de hellingen die per tweewieler genomen worden niet ééns een afkooksel zijn van wat ze daar in dat land aan de gemiddelde bestuurder van eigenaardige voertuigen voorleggen.  Trouwens, bier wordt daar voordelig vervangen door een sprankelend vocht dat uit dat andere land ingevoerd wordt, en geschonken exclusief in zogenaamde VIP-tenten, en de worst wordt geruild voor allerlei zeebeesten, die levend gekookt worden, om dan  met uitgestreken gezicht verzwolgen te worden, terwijl de helft van de zwelgers ze niet eens lekker vinden. Maar dit is waar: in eigen land hebben de bestuurders van eigenaardige voertuigen meer smaak dan in het land waar die lekkernijen hoogtij vieren.

Opa Daantje, Opa Daantje, vragen mijn menigvuldige kleinkinderen mij meermaals, is het waar dat jij in het land van de bergen met de rare namen mensen kent, en die mensen ook verstaat? Even moet ik dan nadenken, want Opa's staan niet gekend om hun snelle reacties wanneer snotneusjes wijsneuzige vragen stellen. Maan snotneusjes kunnen Opa Daantjes nu eenmaal met gemak om de vinger winden, net zoals hun moeders dat voorheen met hem ook al deden, en hem dan niet eens Opa Daantje noemden, maar gewoon Papa Daantje, of, wanneer het gehoorapparaat niet ingeschakeld was, ook met andere aanspreektitels, die ook al niet voor publicatie vatbaar waren. Het leven kan soms wreed zijn.

Ja, snotneusjes, antwoord ik hen dan, als ik er zin in heb, en anders ook, ik ken daar mensen, die nog niet zolang geleden de weg naar Compostela genomen hebben, maar tijdig bemerkten dat ze niet katholiek genoeg waren om de Camina te voltooien. Ze vertrokken in een lekke schuit, en dat nodigt op zich al niet uit tot succes, dus kon het niet anders of er moest halt gehouden worden toen het zeil op was. Hun berg Arrarat, geef ik dan verder les, lag vlak bij een Pierenee, genaamd de Mon Vantoe. En zij spreken een taal waarin je scheldewater kunt ruiken, dat in Oudenaarde bevrucht is met kunstmest, en in Gent met echte mest. Maar ze spreken binnenkort ook echt plat Pierenees, want dat heb je nodig als je ergens wilt wonen, en overleven: spreek de taal van de streek, en je zult welkom zijn. Alle bewoners van dat land, en alle sprekers van hun taal zijn het daar volmondig mee eens, en maken enkel een kleine uitzondering wanneer zij in een land komen waar een andere taal dan de hunne gesproken wordt. Maar door middel van een ingewikkelde splitsing zorgen zij voor een langetermijnoplossing, en, dit is in het verleden reeds meermaals gebleken, dat werkt.

De mensen die ik daar ken, zijn INTERLECTUELEN. Zij zijn mensen, die niet in eigenaardige voertuigen de hellingen oprijden, of misschien wel, maar zij lezen boeken. En drinken ook wel eens bier, maar altijd met maten, nooit alleen, net zoals ze soms wel eens worst eten, maar ze willen zich bekeren tot het eten van zelf gekweekte groenten en fruit. En ze lezen boeken. Meer nog, soms schrijven ze wel eens woorden die, als ze dat zouden willen, boeken zouden kunnen worden. Straffer nog, ze drukken zelfs boeken.

Maar, Opa Daantje, Opa Daantje, wat staat er dan in die boeken? Zo vragen mij de snotneusjes, die mijn kleinkinderen zijn, kinderen van het snotneusje, dat ook mijn kind geweest is, maar nu hun mama. Ja, snotneusjes, antwoord ik hen dan, als ik er zin in heb, en anders ook, in sommige van die boeken staan verhaaltjes, en in andere boeken ook niet. Daar staan dan gedichtjes in.

Hoe vervelend. Want onvermijdelijk komt het vervolg: Opa Daantje, Opa Daantje, lees je ons eens een gedichtje voor? Even moet ik weer nadenken, want Opa's staan nietbekend om hun snelle reacties, enzoverder, maar het komt er op neer dat ik de pineut ben. En ik neem een gedichtenboekje ter hand. Het heet: Slijk der Aarde. Van een vent die Rottiers heet. De snotneusjes kijken mij verbaasd aan. Een gedichtenboekje dat over modder gaat? Maar Opa Daantje glimlacht maar alleen. Het boekje heet wel zo, maar het gaat niet over modder, hoor, zingt hij dan. Want hij is toch nog steeds iemand (kijkt naar links, kijkt naar rechts) die van Limburg is. Het gaat in dit gedichtje over een schip. Het heet: Schip in de fles. Sttttt !

Schip in de fles

Zo ver is 't gekomen

Schip in de fles
Niet op zee
Maar begrensd
Door de fles
Is uw taak
Bij de mens
Op de kast
In 't booudoir

Venez me voir
Zegt een stem
't Is de stem
Van de fles
Doorzichtig
Beperkt
De stem van de fles
Het hart van de mens.

Maar Opa Daantje, Opa Daantje, vragen de snotneusjes dan, is dat een mooi gedicht? Even moet ik weer nadenken, deze keer een beetje langer. Maar de snotneusjes weten hoe ze mij om de vinger moeten draaien, en dan komt mijn antwoord, wel doordacht, en echt waar.

Ik heb dit gedicht gekregen, zeg ik dan, van iemand die met zijn schip tegen een berg is aangevaren, zo een pierenee sans zes également, en daar gestrand. Hij is een schipper, en hij kent alles van de bergen, en ook nog een beetje van de belgen, maar nog veel meer van de zee. Van de zee van het leven, vooral. En ja, dat is dus een mooi gedicht, want het is een geschenk.

Maar daar komt de grootste aller mama's, en haar dreigende blikken zorgen ervoor dat dit auteurtje aan de grote snotneus en de kleine snotneusjes tot nog eens zegt, en ook nog ahoi tot de schipper. Want ook Opa Daantjes kennen wetten, en practische bezwaren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen