Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




vrijdag 12 juli 2013

Rodrik Steverlynck Toetsengetokkel

Er was eens...

Het is al gauw vier jaren geleden dat ik mijn oog liet vallen op een blogbijdrage, die meer had dan alleen maar wat oppervlakkige informatie. Het was bovendien  op zijn blog de eerste bijdrage van de auteur, die duidelijk niet bang was van wat kolder. Wie als ik met een prille 60 jaar nog durft aan kabouters geloven, is een verloren romanticus, of heeft kleinkinderen. Beide omstandigheden zijn toepasbaar op mij. Toen waren die kleinkinderen nog pamperhaftig. Nu ploegen ze het gazon bij mijn dochter om.

Omdat ik na twee, drie lezingen van het lange gedicht, genaamd “De brief van Kabouter Bert” inderdaad wel onder de indruk was, schreef ik op 25 oktober 2009 op deze zelfde Andebijkblog een kort, toch enigzins aarzelend commentaar. Letterlijk klonk het zo:

Soms, heel erg soms, vind je op een blog een schrijfsel dat originele literatuur blijkt te zijn en zo goed, dat je er niet goed van bent. Misschien moet hier en daar nog een zin of een vers een beetje geherformuleerd worden, maar over het algemeen val je daar in een goed opgezet plot niet over.

Als allereerste bijdrage op zijn kersverse blog staat dit lange gedicht, dat meteen ook een hilarische vertelling voor volwassenen en aanverwanten is. Ik laat hier meteen een koppeling achter, en je ziet maar wat je er zelf van denkt. Ik vind het prachtig, Rodrik.

Ik maak, tegen alle plagen, meteen ook een koppeling in mijn lijst van blogs. Met het voordeel, maar dan een zeer groot voordeel, van de twijfel.


Acute auctoritis

De auteur heeft die “recensie” blijkbaar gesmaakt. Afgezien van een dankwoordje als commentaar op mijn eigen bijdrage, kreeg ik af en toe opnieuw een mailtje met de aankondiging van nieuw werk van zijn klavier. Zelf heb ik er geen werk meer van gemaakt, tot een paar maanden geleden Rodrik Steverlynck complexe symptomen van acuut auteurschap begon te vertonen. Ik werd daardoor  nog steeds niet ernstig verontrust, een gezonde veertiger maakt rond die tijd dikwijls een moeilijke periode in het leven mee. Sommigen kopen zware motoren, anderen maken wereldreizen tot in Dardennen. Deze jongen wilde boeken schrijven, en ook nog uitgeven? Het was hem gegund.

Maar onlangs kwamen op twee van mijn E-mailadressen berichten binnen dat hij zowaar zijn voornemen aan het realiseren was. Was de zware motor er niet gekomen, waren Dardennen in het verleden reeds bezocht? Ik weet het begot niet. Maar de symptomen wezen duidelijk op de nabije verschijning van zijn boekje: Toetsengetokkel, naar de naam van zijn blog.

Een koortsachtig E-mailverkeer tussen Rodrik en mij resulteerde in de belofte om mij een gepersonaliseerd exemplaar van zijn werk toe te zenden. Gisteren heeft de postbode dit getokkel in mijn brievenbus laten vallen, en als mijn nuptiale wederhelft haar verlofblad niet had aangevuld met als resultaat boodschappen, boodschappen en nog eens boodschappen, dan had ik deze bijdrage waarschijnlijk gisteren al aangevangen. De woorden zouden dan anders geweest zijn, dat weet ook elkeen die al eens drie woorden schrijfwerk uitgesteld heeft tot de volgende dag, om dan het ganse werk te moeten herdenken, in de wetenschap dat de geniale uitdrukkingen en zinswendingen die op voorhand uitgekiend waren, door een nacht slaap verworden zijn tot een zinloze brei.

Lezen heb ik alleszins wel kunnen doen, gisteravond en buiten, onder dekking van een dik overhemd, en aangevallen door een gure noordooster. Vanmorgen heb ik de laatste woorden gelezen. En herlezen, wat nog niet helemaal verteerd was.

De Recensie

Rodrik Steverlynck is een man met een ingebouwde voorraad zin voor goeddoordachte humor, die deze humor in goeddoordachte zinnen weet te verpakken. Bovendien is hij er niet vies van om de poëzie van het leven in zijn geschriften te vangen. Een soort van poëzie, die meedogenloos zijn protagonisten, inbegrepen hijzelf, te kakken te zet. Hij spaart zijn kabouters niet. Hij spaart familie noch vrienden, zelf gaat hij ook voor de bijl. Steeds op milde, grimmig-grappige, maar steeds rake en scherpe manier.

Zijn epische gedichten zijn best te smaken, en het is zeker geen belediging te stellen dat Homeros, Longfellow en Gezelle op het vlak van de epische lyriek het misschien een tikkeltje beter deden. Toch sleept Kabouter Bert de lezer mee in een voorlichtingloos avontuur, dat een onverwacht einde kent, een soort van laisser faire – laisser aller, waarbij ik zelf de bedenking maakte: en als het niet zo triest was, doorheen alle absurde humor, dan zou het nog waar kunnen zijn ook.

Op zoek naar het absolute hoogtepunt van deze kolderbundel, moest ik wachten tot het allerlaatste verhaal, dat naar mijn gevoel een perfect evenwicht heeft. “Het heertje” is grappig en grimmig, soms een beetje zielig. Maar je voelt de warmte, die ervan uitgaat. De verteller slaat nooit, dus hoeft hij ook niet te zalven. En de tekening die van het voorwerp van zijn milde spot gemaakt wordt, is er een van een gehalte waarvan ik ook een karikatuur van mijn eigen lichaam en geest zou kunnen verdragen.

Het hele boekje doorwandel je met blote voeten in een natte weide. Je weet nooit hoe diep de moerasachtige grond is waar je doorheen stapt. Verdrinken kun je daar niet. Maar je doet er beter aan tweemaal na te denken. In dit geval: tweemaal te lezen. Sommige stukken heb ik driemaal herlezen, en ze zijn nog niet helemaal verteerd.

Als een slak en een rups plots de handen in mekaar slaan om een (levens)probleem op te lossen, weet je dat de verstokte natuurliefhebber Rodrik meer is dan een beestjeskijker anex verzorger. Als bonobo’s de onschuldige metafoor zijn voor de grote vraag des levens: Wie zijn we, waarom zijn we zo?, dan weet je dat grappen en grollen maar de verpakking zijn van een denker, die met dit boekje alleen nog maar zijn weg zoekt. Als de zo goed als ganse familie- en vriendenkring zonder slagen en verwondingen doorheen de mangel gehaald wordt, dat zie je een man, die van mensen houdt.

Vier regeltjes uit dit boek wil ik niemand onthouden. De grootvader in mij kreeg vochtige ogen. De auteursrechten moeten even wijken. Dit is Rodrik Steverlynck, zonder de soms aangebrande, soms slijmerige, maar altijd milde humor:

Je oogjes nog knipperend tegen het licht,
ja haartjes nog nat, je vuistjes nog dicht,
je lijfje en armpjes en beentjes nog klein,
maar toch al een hele grote welkom, Pepijn!

Simpel, zonder tralala, oprecht.

Ik kan geen letter terugtrekken van de eerste regel van mijn bijdrage van toen:

Soms, heel erg soms,
vind je op een blog een schrijfsel
dat originele literatuur blijkt te zijn
en zo goed,
dat je er niet goed van bent.

Rodrik Steverlinck, Toetsengetokkel. Uigeverij Boekscout.nl, 2013. ISBN 978-94 6206 989 3
Dit verslag wordt ook op Andebijk.weebly.com gepubliceerd, en gedeeltelijk ook als recensie op boekscout.nl geplaatst.

1 opmerking:

  1. Dank voor uw mooie woorden, Danny: ditmaal bent u het die mij ontroert : ). Heel leerrijk voor mij om te vernemen hoe iemand het boekje ervaart!
    Succes in al uw blog- en schrijfplannen!
    Rodrik

    BeantwoordenVerwijderen