Pagina's

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

vrijdag 31 december 2010

Dichtbundels in de sneeuw 3 (10 tot 12)

10), 11) en 12) Een dichter neemt zich al eens de vrijheid zijn naam naast zich neer te leggen en een pseudoniem te gebruiken om zijn werk te ondertekenen. Zo iemand is Toon de Mindere. In zijn naam is meteen besloten wie hij werkelijk is: een Pater Minderbroeder. Zijn poëzie is uiteraard een religieus getinte lofzang op de natuur en de godsdienst. Hier en daar staat hij aan het graf van een kind, en voert een kinderlijke rede over wat komt na het leven. Gezelle staat naast hem, dat spreekt uit gans zijn werk, waarvan ik hier drie bundeltjes bij me heb, alle uit dezelfde aankoop die ik hier eerder vermeld heb.

Wanneer je de naam "Toon de Mindere" bij tante Google intikt, krijg je een aantal werken van hem te zien die te koop aangeboden worden. Maar geen enkel biografisch gegeven is er te vinden. Dus zal ik maar weer eens universiteiten en archieven belagen in de hoop dat ze me meer over deze dichter kunnen vertellen.

Deze drie bundeltjes maken deel uit van een cyclus van vier, genaamd Strootjes, Vuursteentjes, Hemelvonkjes en Hemellawerken. Die laatste titel laat zich door De Bo verklaren als synoniem voor Leeuwerik. Lawerk. Hemel-lawerk. De vogel die naar de hemel klimt, van daarboven zijn jubelend lied zingt, en zich dan weer terug naar zijn nest stort, midden het gewas. Die vergelijking hanteert de dichter om "Wilfried : In paradisum" een eeuwige gedachte mee te geven in het graf. Het laatste vers van dit gedicht is tekenend voor de ganse poëzie die ik lees:

Nóóit-vallende leeuw'rik, zweef boven de vlag!
U volgen al zingend nu-blíjde klaroenen!
Bekom ons uw klímmenden vlucht en uw slag,
die voeren .. naar "hemellawerkevisioenen"!

Dat ik Gezelle er niet zo maar bij haal, wordt bewezen door een ingevoegd drukwerkje, de reproductie van het handschrift van Hilarion Thans, die het volgende zegt:

12 X 37
Waarde Medebroeder

Mijn oordeel over uw dichten is dit:
Een dóór-Vlaamsche Franciskaansche, priesterlijke inspiratie. Een Gezelliaansche geesteswending en schrijftrant. Vaak een gansch persoonlike visie; en zeer keurige, echt-dichterlijke, zegswijze.
Deze verzen staan zéér dicht bij 't geloovige, eenvoudige volk - en dit is wel hun meest verblijdende verdienste.
Van harte genegen!
Getekend P. Hilarion.

Op de achterkant van dit drukwerk laten ook Cyriel Verschaeve en Joris Eeckhout hun mening horen. Betekenisvol daarbij is de tekst van Joris Eeckhout, die letterlijk het volgende zegt, te

Gent, 11-5-39.
Gezond-blozende, rijpe vruchten!
Doe stil voort. Stoor u niet aan al dat pseudo-kritisch geleuter, dat er maar is om eigen persoontje te belichten (en belachelijk te maken).
Toon de Mindere is de meerderwaardige van velen die hem voor minder wegzetten.
Uw verzen zijn er om goed te doen - en doen het !
Joris Eeckhout. Lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie. Auteur van de serie "Litteraire Profielen", enz.

Als ik deze lofzang letterlijk mag nemen, heeft de kritiek Toon de Mindere niet gespaard, zijn poëzie wegens te eenvoudig in de grond geboord. Maar de heruitgave van het werk uit 1937, gedaan in MCMXXXIX, op de vooravond van de oorlog dus, als verbeterde uitgave toont wel aan dat het succes had, al was dan een verbetering nodig. Helaas ontbreekt het eerste werkje Strootjes in deze reeks. Maar dat belet niet dat het om een vondst gaat: ze worden inderdaad te koop aangeboden, maar de dichter zelf is eigenlijk nog een grote onbekende. 70 jaar zijn blijkbaar voldoende om totaal in de plooien van de literatuurgeschiedenis te verdwijnen.

Biografische gegevens ontbreken voorlopig totaal, al ken ik via Hilarion Thans nu ook zijn kloosternaam: Pater Antonius-Marie, zoals ook in Google-books te lezen valt, waar de digitale versie van een werk van de hand van Arnold Smits vrijgegeven wordt. Inderdaad, in het boek "Arnold van Tiegem, Ridder-Bisschop Leven van de stichter van de Abdij van Oudenburg, Patroon van de Brouwers." wordt Toon de Mindere aangehaald als de auteur van het Arnoldusspel, opgevoerd in 1984, en getoonzet door J. Tinel. De voetnoot naar aanleiding van deze vermelding verduidelijkt: "Toon de Mindere (P. Antonius-Marie): Arnoldusspel. Geschiedkundig openluchtspel met koren (getoonzet door J. Tinel). Oudenburg, 1935." Diezelfde Arnold Smits trouwens is één van de abten van de abdij van Oudenburg geweest, dus hij wist alvast wie Pater Antonius-Marie was. Daar moet ik het dus gaan zoeken.

Mooi is ook het devote prentje dat op bladzijde 7 van dit bundeltje "Hemellawerke" steekt, en een koorknaapje met wierrookvat voorstelt, die hemelse stralen ontvangt, symbool van Hemelse genade en aanwezigheid. Het is een illustratie die bij het gedicht "Het misdienaartje op zijn praalbed" hoort, met als onderschrift: Zijn mooiste droom!. Zou er bij elk gedicht zulk een illustratie behoren? of één enkele bij elke dichtbundel. Ik heb ze alle drie doorbladerd, maar vind er geen andere. Spijtig.

Zijn mooiste droom als knaapje rein,
was eenmaal misdienaar te zijn
en in Gods huis te wonen.

Zijn mooiste droom is in de dood uitgekomen. Zo is de poëzie van deze priester: tegelijk hard en zalvend. Het is een navolger van Gezelle, dat lees je in elk vers. Ook Gezelle heeft aan menig graf zijn gelegenheidspoëzie voorgedragen, en op gedenkprentjes een zalvend woord verspreid.

De drie boekjes zijn in uitstekende staat, en hebben in een goed gestruktureerde bibliotheek gestoken. De ex-librisstempel bewijst dat ten overvloede: hij vermeldt : Ex Libris Passionistarum Kruishoutem". Het is een abdijbibliotheek waaruit deze boekjes komen. Het zijn prachtige dichtbundeltjes, die ik nog lang zal koesteren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten