ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

woensdag 27 augustus 2008

De Verzameling Nonkel Jerom

Gisteren ben ik begonnen aan een huzarenstukje. En daar hangt een beetje geschiedenis aan. Dus als je wil begrijpen wat het huzarenstukje is, moet je ook een beetje geschiedenis leren.

Enige tijd geleden heb ik ooit een lot boeken gekocht, met de bedoeling deze voor een vereniging door te verkopen op onze vlooienmarkten, waaraan we regelmatig deelnamen. Maar dat is er nooit van gekomen. Anderzijds heb ik voor die iemand ooit eens iets gedaan, maar de kosten daarvan heb ik nooit teruggevorderd. Wonderwel, passen de beide sommen, de ene besteed aan de boeken, en gedragen door de vereniging, en de andere besteed aan diverse kosten, gedragen voor mij, mooi bij elkaar, ze verschillen met geen 10 euro, en dan nog in mijn nadeel.

Dus heb ik zondag besloten dat eigenlijk de oplossing voor de hand lag: ik houd de boeken, en spreek anderzijds niet meer van mijn kosten. En aldus zal geschieden.

Gisteravond ben ik begonnen die boeken te inventariseren, en in mijn bibliotheek betekent dat dat deze verzameling weliswaar zal geïntegreerd worden in mijn reeds bestaande verzameling, doch slechts voor dat gedeelte dat echt een plaats zal vinden. De rest zal op een aantal planken zijn eigen leven blijven leven, onder zijn eigen identiteit: de Verzameling Y. In de boeken zelf zal de verwijzing naar de Verzameling voor duidelijkheid zorgen.

Zo zullen de werken van of over Streuvels en Ernest Claes naar desbetreffende afdelingen verhuizen, en dus het moederhuis verlaten. Daardoor wordt de reeks van het davidsfonds en de Reinaertreeks eigenlijk een beetje geamputeerd, maar er waren toch al gaten in, omdat de vorige eigenaar ook selectief aankocht, hetgeen ik eigenlijk zeer verantwoord vind: koop niet wat je niet lust, want de volledige collectie van een uitgever bezitten betekent op zichzelf niets. De werken moeten alle in hun context gelezen en verzameld worden.

Ooit heb ik in mijn laatste jaar middelbaar een verhandeling moeten schrijven voor ons eindexamen, of was het voor het interdiocesaan examen: "Een eigen bibliotheek, waarde en nut". Ik heb toen meen ik volgens de ideeën die op dat ogenblik opborrelden, een werk geschreven, dat ik eigenlijk nu als basis van een uitgebreider studie zou moeten kunnen aanwenden, met als grondslag dat werkje zelf, maar ook de eigen ervaring met een uitdeinende eigen bibliotheek, en de meningen van tientallen lotgenoten die net zoals ik boeken bij mekaar brengen, en soms voor een levensgroot vraagteken komen te staan: wat doe ik daar nu mee?

Sommigen slagen erin op gezette tijden het hakmes te gebruiken, en de bibliotheek tot zijn essentie te beperken, anderen zoals ik zoeken de big bang te benaderen alvorens er breuken in het flafond van onze slaapkamers komen. Nog anderen zijn thematisch bezig, en kunnen alzo de ruimteschade beperken tot een gepland maximum.

Waarom spreek ik over de Verzameling Y? Welnu, er bestaat al een Verzameling X. En X in dit geval is niet aan de censuur onderhevig. X is: Nonkel Jerom. En zijn verzameling bevindt zich in een aparte kast. Alleen is de verzameling eerder klein te noemen, het gaat slechts over een vijftiental boeken, en de reden waarom ze zich in een apart tweedehands medicijnenkastje bevinden, is dat deze werken na zijn vertrek naar een bejaardentehuis van zolder gehaald zijn, en nog net gered van de papiermolen, wegens: muizenschade. Inderdaad, bij gebrek aan het daar gebruikelijke duivenvoer hebben die arme viervoetertjes zich op de literatuur gestort. En er zat toch wel enig lekker werk in. Een prachtig vooroorlogs gebedenboek is door de muizen zodanig aangevreten, dat nergens de tekst ook maar voor één letter beschadigd is. Alsof ze wisten dat ze van de heilige boeken van hun schepper moesten afblijven, maar dachten dat het onbeschreven papier dan toch maar genuttigd mocht worden.

Eerlijk gezegd, durf ik deze boeken nog met geen ijzertang aanraken. Daarom zijn ze in isolement, in quarantaine geplaatst. Maar ze geven heel goed weer wat er in de intellectuele knobbel van een doorgewone boerenzoon, arbeider gedurende zijn ganse leven, omging. Op litterair vlak niets. Vanuit geloofsstandpunt bekeken, is het gebedenboek zelfs niet van hem, maar van iemand wiens naam verder niemand meer bekend is, een Engelse naam trouwens, zodat we denken dat de oorlog er iets mee te maken heeft. Er zitten ook werkjes in die ik hier al eerder besproken heb, dacht ik. Het boekje over huishoudkunde uit de jaren dertig, zoals mijn moeder het ooit in het pensionaat van Petit-Rechain zou kunnen gebruikt hebben. En een kursus secretariaat, ook al van lang voor de oorlog, van een tante van mijn schoonmoeder, die eerst op een kasteel gediend heeft, alvorens toch nog aan het studeren te slaan en blijkbaar een carrière als secretaresse ambieerde.

De boeken van de Verzameling Nonkel Jerom hebben zwaar geleden, en zijn enkel en alleen kijkstukken, curiosa. Zoals die oude Panhard die ik ooit, heel lang geleden met bewondering en verwondering bekeken heb op een tentoonstelling van oldtimers. Het was een wrak, onder een schuurtje teruggevonden, totaal verroest, onherstelbaar. Maar het jaartal bleek overeen te komen met de allereerste modellen van het eens gevierde Franse automerk. Onherstelbaar mooi. Zoals de boeken van deze Verzameling.

Het huzarenstukje bestaat nu uit het catalogiseren van deze boeken. Er een stuk papier in steken, dat deze boeken aan de Verzameling Y toewijst. Ze in een cataloog inschrijven onder de naam Verzameling Y. En later de integratie en plaatsing doen. Want nu staan deze boeken nog op een voorlopig boekenrek in de garage, met het gevaar dat de muizen hier net hetzelfde ermee doen. En dat zou spijtig zijn, want er steken toch echt wel pareltjes in. Zoals het hiervoren besproken kookboek. Natuurlijk heb ik er ook een paar dingen tussen zoals de technische leerboeken van een ingenieur. Interessant op zich, maar voor mij zonder waarde. Want geen litteraire waarde. Of een aantal kinderboeken, waarvan ik niet weet of ze nog interessant zijn of niet. Maar ik denk dat ik wel iemand ken die me daarover kan informeren. en mijn dochter zal met een aantal daarvan ook wel weg weten zeker. En ook deze grootvader zal er eventueel nog nuttig gebruik van kunnen maken. Hoop ik.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen