Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




zondag 17 januari 2010

Een confrontatie, deel 1

Meningen moeten altijd tegensprekelijk gemaakt worden.  Verschillende versies van een verhaal staan soms loodrecht tegenover mekaar, en dan is het altijd interessant meerdere versies te kunnen vergelijken.  Daarom heb ik besloten de integrale tekst van de "Mededeling vanwege het Rectoraat van de Rijksuniversiteit te Gent" te publiceren, en deze te confronteren met het relaas van de feiten, gedaan door de protagonist van de gebeurtenissen, zoals hij het verteld heeft aan een andere geïnteresseerde, die dat vervolgens op het net gezet heeft.

Aan u om de zeven fouten van beide "auteurs" te vinden.

Mededeling vanwege het Rectoraat van de Rijkuniversiteit te Gent
 
Waarschijnlijk zult U onder de indruk gekomen zijn van de gebeurtenissen die zich deze laatste weken aan de Rijksuniversiteit te Gent hebben voorgedaan. Van verschillende zijden werd mij medegedeeld dat in dit verband gebrek aan informatie op te merken valt.  Sommige dagbladen en zekere uitzendingen van televisie hebben verder niet steeds de juiste toedracht van de gebeurtenissen weergegeven.  Daarom acht ik het nuttig in deze mededeling mij te wenden tot al diegenen die deel uitmaken van de universitaire gemeenschap of die er rechtstreeks of onrechtstreeks mede in betrekking staan ten einde hen zo objectief mogelijk in te lichten.


De aanleiding tot de incidenten was het verbod tot projectie in het openbaar van pornografische beelden door de studentenvereniging "Prokus" in de zaal van de Academieraad op 12 maart. De vergadering zelf was wel toegelaten. Indien pornografische beelden, naar de wens van de inrichters wel in het openbaar, bijgevolg ook voor personen beneden de 18 j., zouden vertoond geweest zijn, dan zou niet alleen de goede naam van de Universiteit in de openbare opinie in opspraak gekomen zijn, maar tevens zouden voor de Universiteit moeilijkheden opgerezen zijn met het parket dat het vertonen in het openbaar van pornografische beelden niet duldt. De medeplichtigheid van de Universiteit in deze aangelegenhied zou ondubbelzinnig bewezen geweest zijn, wegens het ter beschikking stellen van een lokaal, een projectieapparaat en een bediende die de projecties zou doen. Ik was bijgevolg verplicht de projectie van pornografische beelden te verbieden terwijl ik wel de vergadering toeliet.  Deze laatste ging in feite niet door en de aanwezigen beslisten een actiecomité op te richten waarvan ik vernam dat het van zin was daags daarop omstreeks 14 u. het rectoraat te komen bezetten.  Als voorzorgsmaatregel had ik de deuren van het rectoraat doen sluiten.  Op 13 maart, omstreeks 14 u., verschenen vóór het rectoraat een groot aantal personen, meestal studenten, maar ook enkele mensen die tot de Universiteit niet behoorden.  Een deur van het rectoraat werd opengebroken en circa 150 à 200 personen stroomden binnen naar de 3de verdieping waar mijn cabinet en mijn burelen gelegen zijn.
Deze groep eiste dat ik mij vóór haar zou komen verantwoorden.  Ik weigerde te verschijnen voor deze opgewonden massa waarmede een dialoog niet mogelijk was; ik verklaarde mij echer wel bereid een delegatie van hoogstens 3 studenten te ontvangen.
Dit werd geweigerd.  Intussen werd met de oproerigen onderhandeld o.m. door de heer Ondervoorzitter van de Raad van Beheer en door de secretaris van het rectoraat. Na ongeveer 45 minuten bleken de besprekingen totaal vruchteloos. Daar de onderhandelingen zonder enig resultaat bleven en de studentenmassa weigerde de lokalen te ontruimen, heb ik dan telefonisch de politie opgeroepen om haar te verzoeken het rectoraat door de bezetters te doen verlaten.  De politie verscheen na een tiental minuten en trachtte eerst gedurende een twintigtal minuten de oproermakers ervan te overtuigen dat zij het gebouw moesten verlaten.  Ook dit bleek vruchteloos.  Dan is de politie actief opgetreden terwijl ook door de oproermakers in mijn kabinet werd binnengestormd, dat tijdelijk door een zeventigtal personen werd bezet. Bij de ontruiming van mijn kabinet werden meubels en allerhande voorwerpen beschadigd en werden mijn dossiers dorheen op de grond gegooid. De polite slaagde er ten slotte in de lokalen te doen ontruimen.


Enkele dagen later, op 17 maart, begon de doorlopende bezetting (dag en nacht) van het gebouw van de faculteit der Letteren en Wijsbegeerte op de Blandijnberg. In het begin waren er slechts een dertigtal personen die 's nachts teksten typten en polycopieerden.  Dit aantal steeg echter geleidelijk.  Ik heb gemeend het permanent bezeten van lokalen niet te mogen dulden en heb dan ook, na zulks te hebben doen mededelen aan de personen die het gebouw van de Blandijnberg bezetten en na hun weigering de lokalen te verlaten, de nacht van 20 op 21 maart de politie en de rijkswacht verzocht de lokalen te doen ontruimen, wat zonder incidenten verliep : ongeveer 500 personen werden geïdentificeerd.


Ik ben steeds zeer begrijpend geweest tegenover de studenten en ben altijd bereid geweest tot het voeren van een dialoog.  O.m. heb ik in juli jl. een raad voor onderzoek der Gentse universitaire problemen opgericht met paritaire vertegenwoordiging van professoren, studenten, leden van het wetenschappelijk en van het adminsitratief en technisch personeel.  Op 11, 12 en 13 maart had ik, ter gelegenheid van het V.V.S.-Congres, ook verlof gegeven en de universitaire lokalen ter beschikking gesteld om aan de studenten de mogelijkheid te bieden de verschillende aspecten van de universitaire problematiek te bespreken. Maar in de maatschappij moet een zekere tucht heersen en meer bepaald op de universiteit kan niet aanvaard worden dat studenten en andere personen die aan de universiteit vreemd zijn, op gewelddadige wijze al hun willen en grillen doordrijven en lokalen in beslag nemen zonder voorafgaandelijke toelating, ten einde er om het even welke vergadering te beleggen. De bestaande wetten en reglementen, ook die welke men onaangenaam vindt, gelden voor iedereen, voor de studenten zoals voor de andere burgers. Wil men er verandering aan brengen, dan moet zulks via de bestaande lichamen geschieden en niet op revolutionaire wijze.

wordt vervolgd (de beide in het rood geplaatste zinsdelen zijn op de originele tekst met stippellijn onderstreepte woorden)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen