ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

woensdag 19 mei 2010

Vlaanderen zendt zijn zonen uit!

Heel lang geleden heb ik in één van de autobiografische werken van Stijn Streuvels iets gelezen, dat bij mij een blijvende indruk heeft nagelaten. Ik geloof dat het in één van zijn Avelghem-boeken was. Hij vertelde hoe hij, wanneer hij weer eens een pak boeken besteld had bij een of andere uitgever, elke dag weer vervuld met ongeduld op de postbode wachtte. Dan zette hij zich op een laag muurtje aan de overkant van de straat, stak zijn pijp op, en genoot van het warme zonlicht, de rustige omgeving en sprak een spaarzaam woord tot de enkele voorbijgangers, die hem groetten. Dikwijls ging hij onverrichterzake weer naar binnen, maar als de postbode stopte, en hem het langverwachte pakket bezorgde, kon hij niet vlug genoeg de verpakking verbreken om de inhoud in ogenschouw te nemen.

Na eerst ieder boek afzonderlijk aan een uitgebreid visueel onderzoek onderworpen te hebben, kwam het ritueel dat in die dagen nog de normaalste zaak ter wereld was voor de persoon die een nieuw boek ter hand nam, aan de beurt. Het boek moest opengesneden worden.

En net dat ritueel heb ik daarnet van bijna A tot Z uitgevoerd met een boekje toch weer uit 1942, dat aan de buitenkant wel enigzins vervuild is, maar dat vanbinnen vanzelfsprekend zo fris is als een nieuw boek toendertijd kon zijn. Vlaanderen zendt zijn zonen uit! van Frans M. Olbrechts, boek nr 304 der Volksreeks van het Davidsfonds is het tweede boek in de jaarreeks 1942. (Zedelijke kwotering IV!) is gedrukt op oorlogspapier, en heeft dus het eeuwig leven niet. Maar voor mij was het een belevenis: de beschrijving van Stijn Streuvels indachtig, dat dit met zorg moest gebeuren, en dat het dus zijn tijd vroeg en kreeg, heb ik me aan een tafel neergezet, en een mes geprepareerd dat de taak aankon: een oud aardappelschilmesje, dat ik in beslag genomen heb om er allerlei klusjes mee op te knappen die niets met de keuken te zien hebben. Het gebruik heeft ervoor gezorgd dat het mesje een beetje achteloos buiten op een beschut verstertablet rust, en dus niet meer een bepaald frisse metaalkleur vertoont. Slijpen en kuisen was dus de boodschap.

Met dat vlijmscherpe werktuig heb ik dan daarnet het hele boekje, op de voorste bladzijden na, opengesneden. Daarbij ondervond ik dadelijk dat dit een karweitje was dat met zorg moet uitgevoerd worden. Ik begreep ook onmiddellijk waarom sommige oudere boeken zulk een flardig voorkomen hebben, als ze na jaren plots in mijn handen geraken. Het mes moet echt scherp zijn, want je snijdt niet zoals met een schaar, nee, je trekt het mes door de plooien van het papier. En het bleek dat papier toch eigenzinniger is als het met een mes doortrokken wordt, inplaats van met een schaar gesneden. Maar ik leerde al vlug hoe je met zorg toch mooie recht gesneden randen kunt bekomen. En inderdaad, een bibliothecaris had een zekere verantwoordelijkheid, als hij zijn boeken mooi verzorgd op de plank wou gezet zien. Het gebruik van een schaar om dit werkje op te knappen leidt ongetwijfeld op niet in de plooi gesneden  bladen, het gebruik van een botte schaar, of tenminste een niet meer heel scherpe, zorgt ervoor dat het metaal dikwijls naast de plooi door het papier gaat, hetgeen een zeer onzorgvuldig uiterlijk aan het boekje verleent. Een goed geslepen mes met een scherp V-vormig lemmet zoals de klassieke aardappelmesjes, is de beste oplossing. Beter zou nog zijn te kunnen beschikken over een gelijkaardig maar langer mes, om met één lange, trage haal het hele blad open te maken.  Maar Elsschot zei het al: tussen droom en daad staan wetten in de weg, en practische bezwaren.

De dubbele bladeren zijn de moeilijksten, omdat je dan tot tegen de rug van het boek moet snijden, en precies daar is het papier tegen mekaar geklemd bij het binden en lijmen. Dubbel voorzichtig moet je daar dus zijn, want ook het scherpe mes krijgt van de papierplooi foute informatie toegespeeld, en je glijdt nog wel eens uit de plooi.

Maar nu is het boekje klaar om, na 69 jaar, eindelijk door daglicht en mijn speurend oog onderzocht te worden. En daar binnenin, in de bibliografische lijst, wordt als tweede voor het schrijven van dit werk geraadpleegd boek dat van G. Blachon vermeld: Pourquoi j'aime la Flandre, uit 1927, een boekje dat me onlangs in handen gevallen is. De Nederlandse vertaling is van Stijn Streuvels, en daarom is het voor mij belangrijk. Ik heb me toen te pletter gezocht om enige gegevens van de auteur terug te vinden, maar de oogst was bijzonder mager. En het is weer een aansporing om iets te doen aan mijn dubbele werk, dat ik zo graag zou voltooien: een systematische klassering van mijn bibliotheek, en een verwijzing naar de in allerhande boeken voorkomende namen, en de plaats waar deze namen voorkomen. Want geef toe, hoe zou ik nu die naam van die auteur nog kunnen onthouden, als hij zo onbekend is dat Tante Google van hem nauwelijks meer weet als zijn naam?

Vlaanderen zendt zijn zonen uit! is een boekje dat geschreven is om een aantal historische Vlamingen, en vooral hun voor die tijden ongelooflijke reizen te beschrijven. Willem van Rubroek (Mongolië, 13de eeuw), Joos van Ghistel (1481 tot 1485, naar Palestina, het H. Land), Pieter van Gent (Zuid-Amerika, 1523 en later), enzoverder. Het kan alleen maar interessant zijn. Het boekje uit 1942 is nooit volledig gelezen. Heeft de oorlogstijd er anders over beslist? Was het inleidende hoofdstuk te taai, en heeft de eerste eigenaar het opgegeven na bladzijde veertig? Feit is dat de prachtige tekeningen nooit het daglicht aanschouwd hebben, tenzij vanavond, want toen heb ik voor het eerst mijn ogen daarop laten vallen. Ik ben dan ook bijzonder blij met dit boekje.

Terugdenkend aan het opensnijden ervan, valt me ook de anecdote in van de in "colère" ontstoken Streuvels, die van een nieuw geschreven boek een exemplaar aan een tafelgenoot schonk. Deze maakte terstond aanstalten om met een vuil tafelmes dit boek open te snijden; hij kwam zover niet, want een briesende Streuvels ontnam hem het zopas gegeven geschenk met enig gemompel tussen de tanden dat een nieuw boek niet behandeld moest worden als het vuil van de aarde. Zo ver zou ik zelf nooit durven gaan, maar ik geef hem wel volmondig gelijk.

1 opmerking:

  1. Ik ben mijn boeken een plaats aan het geven en bots op "Vlaanderen zendt zijn zonen uit" van Frans M.Olbrechts. Meteen vind ik het een schitterend boekje en kijk even op het net waarbij ik deze blog tegen kom. En tot mijn verbazing is ook mijn boekje tot precies bladzijde 40 aangesneden. Wat is hier aan de hand ? Hier moet een verhaal achter schuilen.
    Met de beste groeten, Willy Dhondt Wortegem-Petegem.

    BeantwoordenVerwijderen