ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

woensdag 9 september 2009

De Dikke, de Dunnen en enige Nobele Prijswinnaars

Op het gevaar af dat ik Dame weer zou ontmoeten (en ontmoedigen) heb ik nogmaals dezelfde winkel bezocht, en tot mijn grote jolijt was zij er niet. Boeken waren er des te meer. En voor een keertje was ik slim geweest: ik had mijn lijstje met ontbrekende Nobele nummers meegebracht, om dit maal niet voor een serie aankopen te komen staan, die ik later op de verkoophoop moet leggen. Ik heb zeven ontbrekende nummers op de kop getikt. De lijst kan je hier raadplegen.

Maar tegen mijn gewoonte in begon ik niet rechts beneden om links boven te eindigen. Twee dikke kanjers trokken mijn aandacht. En terecht, want hun dagdagelijkse naam luidt ook zo: de Dikke van Dale, eerbiedigheidshalve het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal genoemd. Twee ongerepte boekdelen, uitgave 1985. Helaas bleek het eerste nummer A-I te ontbreken. Een eigenaardigheid, daar deze boeken onafscheidelijk met mekaar verbonden zijn. Had de vorige eigenaar niet de tijd gevonden deze delen ook vanbuiten te leren, of was tijdens de studie het deel zo versleten en zwart gelezen, dat het niet meer vatbaar was voor recyclage, ik begrijp er geen iota van. Misschien heeft iemand gedacht dat dat eerste deel wel, en de rest niet hoefde aangekocht te worden wegens de noodzaak tot het opzoeken van één enkel woord dat noodgedwongen in dat deel te staan had...

Voor de prijs die er voor gevraagd werd, wilde ik wel vergeten dat deel I afwezig zal blijven. Spijtig, maar geen onoverkomelijk probleem.

Een merkwaardig werk dat als wetenschappelijke bundeling verhandelingen betreffende één enkele tentoonstelling is opgezet, betreft: Dirk Bouts en zijn tijd, uitgegeven in 1975 naar aanleiding van de herdenking van zijn overlijden 500 jaar daarvoor, te Leuven in de Sint-Pieterskerk, van 12 september tot 03 november 1975. In die tijd maakte ik Leuven onveilig, en zeker in het begin van het academisch jaar had ik met mijn huidige instelling deze tentoonstelling niet links laten liggen. Ik heb het vermoeden dat studentikoze aangelegenheden toen belangrijker gevonden werden dan een tentoonstelling, die niet het vakgebied van mijn studie betrof. Een gemiste kans noem ik het alleszins, maar toen is nu niet, weet ik ook wel. Het Leuvense stadsbestuur, in samenwerking met het Ministerie van Nederlandse Cultuur heeft hier blijkbaar kosten noch moeite gespaard om dit prestigieuze werk aan een aantal mensen mee te geven. Dit boek is genummerd 1561, en heeft een deel van zijn leven doorgebracht in de "Mediatheek" van de Rijkmiddenschool te Ronse, waar het opgenomen was in de leraarsbibliotheek onder inventarisnummer 1221, als gift van een vereniging tijdens het schooljaar 1977-1978 door een Schepene van de Stad Ronse. Onbegrijpelijk.

Het boek is een prachtige verzameling van wetenschappelijke artikels door een keure van kunstkenners samengesteld. Toch zal de lectuur ervan geen kleinigheid zijn: precies de wetenschappelijke benadering en behandeling van de onderwerpen maakt het tot een eerder elitair geheel, dat schittert door zijn pracht, en dat opvalt door de goede staat van conservatie. Ik ben niet zo erg gesteld op bibliotheekexemplaren, maar soms zijn er voldoende redenen om uitzonderingen toe te staan.

Dan de werken in de categorie Dunnen. En de titel van het eerste boekje is meteen een aanval op deze wijze van categoriseren. Maar het is dan ook van de hand van Louis de Lentdecker, gedurende lange tijd Vlaanderens meest explosieve journalist, een man die keihard kon zijn, maar die evengoed meerdere malen met tranen in de ogen een onderwerp belicht heeft. Vooral het ogenblik van de faling van zijn krant heeft op mij in die tijd zware indruk gemaakt en nagelaten. Een journalist wordt verondersteld objectief zijn onderwerp te behandelen, zonder betrokkenheid, maar die keer was de menselijke kant voor hem zo groot dat hij zonder schaamte zijn tranen liet rollen, iets wat nog meer indruk maakt als je weet dat hij zelf het verhaal verteld heeft hoe hij als 17-18 jarige weerstander in 1944 meegedaan heeft aan de executie van een "zwarte" tegenstander. Hij was geen doetje. Maar die tranen blijven me bij. Zware jongens, lichte meisjes is een verhandeling over prostitutie en onderwereld, en alleen het feit dat hij een gezaghebbend journalist was heeft de publicatie als Vlaamse Pocket nr 61 in 1966 (copyrihgt 1962) mogelijk gemaakt.

In 1962 kon Katholiek Vlaanderen zulk een onderwerp in een boekenreeks bestemd voor de breedste schare die onder het publiek bereikt kon worden, best de grond in boren. Vraag maar aan Paula Semer, Vlaanderens televisie-First-Lady van de jaren vijftig en zestig, hoelang onderwerpen die enkel in bedekte termen konden besproken worden onder supervolwassenen, in kranten en tijdschriften door zwaar gechockeerde huisvaders en -moeders op de korrel genomen werden. Het ging over "Voorhuwelijkse Betrekkingen", zelfs over "Betrekkingen zonder Huwelijkse Staat"! De moraalloze moraalfilosoof Jaap Kruithof heeft het toen bestaan in aanwezigheid van een Katholiek Priester te beweren dat hij alleen maar voordelen zag in die laatste categorie van doodzonde. Hij werd door Katholiek Vlaanderen verketterd, in de ban geslagen en publiek gevierendeeld, maar ook de priester kreeg vanwege zijn te zachte houding een voltallig bisdom geagiteerde penneridders over zich heen, die hem naar believen hondsvod, slappeling, zeemlap, schotelvod, schijtpapier en Judas noemden. Vooral dat "zeemlap" heeft hem zwaar gekwetst. En dat twee jaar lang. Toen had televisie nog enige impact.

Een mooie Marnix Pocket nummer 1 is Wierook en Tranen van Ward Ruyslinck. Behoeft geen commentaar. Het is een tragisch verhaal van een ontmoeting van twee kinderen in de oorlog, dat tragisch eindigt, en zeer goed de hardheid van een oorlog weergeeft. De vertelling door een kind (Waldo, het jongentje dat in tegenstelling tot Vera het drama overleeft) maakt het des te indrukwekkend.

In de reeks "Ontmoetingen" heb ik nu van A. van Hageland het nummer 26, de studie van Ernest Claes uit 1960 te pakken. Behoeft geen commentaar.

Een merkwaardigheid is Een beetje Columbus zijn, een pleidooi voor schrijver, boek en lezer van Jozef Deleu. Uitgegeven door de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekenwezen v.z.w., ter gelegenheid van de opening van de Boekenweek voor Vlaanderen 1989 te Antwerpen. Zeg maar de Boekenbeurs, de Vlaamse hoogmis van de literatuur. Boekje in nieuwstaat. Ik ben benieuwd wat Jozef Deleu te vertellen heeft. De bibliografie van de werken die hij geraadpleegd heeft om deze toespraak te schrijven laat vermoeden dat het geen prietpraat is voor het vuisje weg.

Ook goed verzorgd en bewaard is Het Algemeen Wereldtijdschrift van Willem Elsschot. Dit is eigenlijk een fragment uit Lijmen, en dat staat dus ook in de verzamelde werken die ik op dit ogenblik aan het lezen ben. Maar het is fijn dit dingetje te vinden, dat zo mooi verzorgd is door de Drukkerij Sanderus p.v.b.a. te Oudenaarde, die de gewoonte heeft jaarlijks een klein werkje van dit allooi aan zijn klanten aan te bieden. Wie deze volledige verzameling heeft, bezit een merkwaardige bloemlezing uit de meest diverse literatuur.

Twee gelijkaardige boekjes met aforismen, en beide samengesteld door Gerd De Ley laten het beste verhopen voor het humeur. Zowel Hugo Raes (Trapezewerk in het luchtledige) als Simon Carmiggelt (Het klinkt soms wel aardig) hebben het hunne te zeggen, maar er is een hemelsbreed verschil. De lichtvoetigheid van Carmiggelt steekt schril af tegen de rebelse, opstandige en meestal politiek zwaar beladen one-liners van Hugo Raes, die wanneer hij een pen ter hand neemt, niet zonder azijn kan schrijven. Maar dat maakt de boekjes complementair. Beide uitgegeven bij Publiboek/Baart in 1980.

Dame was er niet. Mijn bloeddruk, kan ik de bezorgde lezer verzekeren, is slechts door de aanwezigheid van een zekere portie onzedelijke literatuur in mijn aankoop oorzaak van een zekere verhoging, maar mijn dagelijkse portie medicatie, zo heeft mijn huisarts me verzekerd, staat garant voor een gematigd gedoseerd verbruik van deze literatuur. Deze column kan dus met vermelding van de zedelijke kwotering III door een breed Vlaams publiek gelezen worden, enige begeleiding door volwassenen is wel aangewezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen