ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

zaterdag 23 mei 2009

Haiku

De computer deed eens te meer gek. En het heeft enige dagen gekost voor ik er weer bij kon.

Ik heb een besluit genomen. Ik ga elke dag een haiku schrijven, net zoals ik meer dan dertig jaar geleden deed, maar toen waren het voornamelijk limericks. En de diepgang daarvan is toch niet je dat. Het kan wel, maar een haiku verplicht je ertoe.

Misschien was ik vandaag in een zwarte bui, maar er is toch nog voldoende gelachen, hoor, toen mijn echtgenote, mijn zoon en ik deze namiddag tesamen in de tuin werkten. Het waarom van deze twee donkergekleurde verzen kan ik dan ook niet verklaren. Ze zijn er gewoon, en ik ga ze uitzonderlijk op dit blog loslaten. Omdat ik geen zin heb wat anders te schrijven. De vele boeken die me weer in handen gevallen zijn zullen wel volgen.

Lees echter nu de volgende tekst, een fragment van mijn papieren dagboek, dat ik vanmorgen op zolder geschreven heb.

Deze is van vanmorgen, en de voornaamste reden waarom ik vandaag nog even naar mijn zolder geklommen ben, ondanks de zon, ondanks de om zorg smekende tuin.

Daar ligt zij, slapend,
dromend van de eeuwigheid.
Zij... gaf ons leven.

Het heeft iets. Ontdaan van alle bijkomstigheden, moet je precies dát zeggen wat je voelt. Wat je denkt - zelfs niet. Je zegt niet alles. De fijne draad die alles samenhoudt, dat is de haiku.

Als de oude man
het graf van zijn kind bezoekt,
sterft hij weer met haar.

De eerste haiku is poëtisch, opgesmukt, heeft nog te veel versiering. De tweede is kaal, en biedt daardoor de rijkdom van het totale gevoel. Je ziet geen kleurige bloem, je hoort de wind niet. Is het middag of nacht? Warm of koud? Weent hij, of is er slechts een trieste glimlach op zijn lippen? Bidt hij, of is het een vloek?

De tweede is beter.
Véél beter.

En toch wil ik er nog aan schaven. Geen van beide zijn af genoeg om getoond te worden. Misschien ben ik overmoedig, maar ik wil elke dag één haiku schrijven. Driehonderd vijfenzestig per jaar. En op de dag van het vijfde seizoen schrijf ik er misschien, zoals vandaag, twee.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen