ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

zondag 26 april 2009

En behalve Gezelle...

waren er nog wel een paar andere boeken die ik voor een habbekrats heb kunnen meenemen. Zoals "Ge kunt nooit weten" van Jan De Spot, de latere ridder die ook als lid van de raad van bestuur van mijn werkgever opgetreden is. Behalve een zakenman heeft hij ook behoorlijk wat literatuur bij mekaar geschreven. En niet onbelangrijk, ik kwam ook zijn naam tegen in de reeks Ten Huize van... van Joos Florquin. Ik ben benieuwd.

Antoon Coolen heeft zijn verhaal van "Peerke Den Haas" in de Feniksreeks zien verschijnen in 1946. In zijn lekkere oude spelling (ondertusschen...) is het echt leuk om te lezen. Nog iets voor lange winteravonden.

Twee Davidsfondsuitgaven, "Benoit, Man van zijn volk" (1935) door Prof. dr. Flor Van Der Mueren, en "Ons Keverboek" (1939) van Leo Senden zijn weer mooie aanwinsten: omdat ik Benoit naast Gezelle (1930) kan leggen, beide werken zijn met de zelfde ingesteldheid geschreven, en het keverboek is het jongere broertje van "Onze Huisinsecten" van 1932. Trouwens, het is misschien geen slecht idee te onderzoeken in welke mate Gezelle en Benoit in hun culturele verwezelijkingen gelijken zijn.

Een belangwekkend werk over de literatuur in Vlaanderen werd samengesteld door dr. R.F. Lissens: "De Vlaamse Letterkunde van 1780 tot Heden". In zijn derde druk kwam het toch slechts in 1959 op de markt, na november 1953 en september 1954. Nogmaals het bewijs dat een algemeen overzicht van onze literatuur niet door iedereen gelezen werd of wordt. Het boek zelf bevat de ex-libris van een mij bekend (ex)-leraar hier in de streek. Hij en zijn collega's waren zeker de voornaamste afnemers. Als iemand dit boek als studie- en lesmateriaal gebruikt heeft, valt het toch op dat de onderlijningen van belangwekkende passages en zinsneden oplopen tot de helft van de bladzijden, waardoor deze studiemethode aan zijn doel voorbijschiet. Maar ijverig was hij wel.

Een zeer mooi curiosum is wel "Musée d'Anvers - Recueil de 200 photogravures d'après les chefs-d'oeuvre de la galerie des maitres anciens", een prachtige hardcover die door het museum zelf uitgegeven werd als handleiding voor de geïnteresseerde bezoeker. Het ontbreekt totaal aan tekst, enkel het volgnummer van het werk in de galerij, de naam van de artiest, geboorte- en overlijdensjaar, de school waartoe de artiest behoorde, de naam van het kunstwerk en het (geraamde) jaartal van creatie, en eventueel de naam van de collectie waaruit het afkomstig was, in het Engels en het Frans, niet in het Nederlands, vullen elk van de 200 mooie zwart-witfoto's aan. Naar betekenis, duiding en anecdote of detail heb je het raden. Het werk bevat ook geen enkele jaaraanduiding of inleiding. Het is uitgegeven door G. Hermans, éditeur, 9, rue Dierckxsens, Anvers, en de Imprimerie, Lithographie en Reliure werd door Joseph Lucq et Delcourt-Vasseur Tournai gedrukt. Achteraan staat als afsluiter nog een prachtig kenschild van de uitgever Hermans. En daarmee moet je het doen. Wie meer weet, mag het me laten weten.

Uit de inleiding van het volgende werk leren we dat het naar alle waarschijnlijkheid in juni 1910 aan de uitgever afgegeven werd, en dus in het najaar ten laatste op de markt kwam. E. Bartholeyns, agregaat-leraat bij het middelbaar onderwijs, bestuurder der Lagere Hoofdschool schreef dit werk, "De Belgische Beschaving door de tijden heen" als Voordrachten in de Lagere Hoofdschool van Schaerbeek, en liet het uitgeven bij de Gebroeders Callewaert, in de Sint-Lazarusstraat 80 te Brussel. Het is een merkwaardig klaar betoog omtrend alle aspecten van ons land, zoals daar zijn: de voeding, de kleding, de spoorwegen, de post, de telegraaf, de telefoon, de boekdrukkunst... weliswaar anno 1910. Toch zeer mooi werk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen