ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

vrijdag 24 april 2009

Matisse

De titel van deze mededeling klinkt als de naam van een kat uit het dagboek van een poes van Remco Campert, of als een restaurant dat televiesiegewijs zijn ontstaan aan de Vlaamse wereld wil kond doen. Matisse is echter ook de naam van een brochure die een tentoonstelling in het museum Boymans in Rotterdam aankondigde, heel lang geleden, toen Den Uyl nog sprak. Joop sprak toen inderdaad nog, later raaskalde hij nog wel eens gniffel gniffel. Het was 1954, en van 16 april tot 8 juni kon men bronzen, tekeningen, schilderijen en schetsen gaan bekijken, die omschreven werden, en ook enigzins toegelicht werden in deze borchure. Iemand heeft ze met zorg bewaard, en ook een Franse tekst van de hand van Jean Cassou, Conservateur en chef du Musée National d'Art Moderne à Paris heeft de tijd perfect overleefd. Slechts een kleine wateraanval, een lichte verkleuring en enige plooitjes in de band tonen de leeftijd van het werkje, op dik, tijdeloos grijs papier. De fijne tekeningen en de mooie zwart-witafbeeldingen van een aantal kunstwerken lokten de toenmalige kunstliefhebber naar Rotterdam, en de eigenaar van het brochuurtje heeft zodanig genoten van de tentoongestelde kunst, dat hij dit werkje 55 jaar lang tussen zijn menigvuldige andere boeken over kunst heeft bewaard. Een halve eeuw herinnering aan een museumbezoek van misschien twee of drie uur, als het een kenner was. Om over na te denken.

Wie poëzie wil lezen, moet soms een ijzeren gestel en een voor driekwart weggesneden maag hebben, om de schrijfsels te overleven van mensen, die blijkbaar iets te zeggen hebben, maar dat zo kryptisch doen, dat ze het poëzie moeten noemen om het nog verkocht te krijgen. Peter Zonderland is zulk een auteur, die dingen schrijft, waarvan de lezer niet weet waar het begin of het einde te vinden is: Belichtingstijd. Dat is ook zijn bedoeling: je moet er middenin aan beginnen, en al letters vretend zelf je weg naar een niet voorbereid einde banen. Je sterft je leesoefening uit wanhoop, of in stille rust, je weet niet waarom, je weet niet hoe, wanneer is niet van belang, Peter Zonderland is God, jij bent zijn tot zucht verwoorde mens, en als je dood bent, ga je naar de hemel, de hel of gewoon nergens heen, al naargelang je zelf geloven wilt of kunt. Of, zoals in dit geval, gooi mij maar in de vuilbak, er is geen leven na de lektuur hiervan. Het is Poëzie.

Een bundeltje waarvan ik helemaal niet weet wat ik er moet van denken, werd door Xavier Tricot uitgegeven bij Uitgeverij Devriendt, en het heet: Zeezicht. De titel van het boekje alleen al bezorgt mij de grootste reserve over de inhoud, en ja hoor, mijn zeventienjarige vriendin die zichzelf een grote dichteres vond, ook al omdat zij een vrouw was, schreef soms wel eens gedichten met bijna dezelfde inhoud: even zeemzoet als onbestemd, want poëtisch.

Wie beter dan de zee
waarin ik mijn bedje spreid,
weet wat me te wachten staat:
het witte schuim van
een stil verlangen dat bloeit
................ enzovoort


Braak, braakbraakbraak, was mijn eerste reactie. Ik zal genadig zijn, misschien heb ik gewoon een te zware dag gehad. Maar mijn zeventienjarige vriendin zou er destijds best wel trots op geweest kunnen zijn. Terecht, want zo dichtte zij ook, en ze heeft nooit wat uitgegeven. Wel aan kleren en make-up, maar geen poëzie.

Niet poëtisch, maar volgens de commentaren zeer poëtisch, is "Posthume wandeling" van Frans Van Isacker. Ik heb het niet gelezen, maar ga dat zeker doen. Volgens Kees Fens heeft het een prachtige eigenschap: "Als men een woord zoekt om deze roman te karakteriseren, dan dringt zich onmiddellijk het woord 'stil' op. Zelden las ik een boek dat in zulk geluidloos proza is geschreven. De woorden vallen zacht als sneeuw in de nacht; na iedere zin is de stilte hoorbaar. Geen doodse stilte; een stilte die bezield is door de herinnering."

Een recentie die als poëzie geschreven is, doet vermoeden dat het proza eigenlijk Poëzie is. Dat moet ik lezen. Maar mijn zeventienjarige vriendin heeft waarschijnlijk toch een relatie gehad met Kees. Haar invloed is zichtbaar. Hoorbaar. Onleesbaar. De trut.

Wie kent er die mooie hardcovers niet, die de wonderreizen van Jules Verne bevatten? De "Wonderlijke avonturen van een Chinees" is er zo een, en ene Jan V.B. heeft er zijn ex-libris in gekleefd. Het boekje, uitgegeven in 1950 door Elsevier Amsterdam/Brussel is prachtig bewaard. ik heb het vermoeden dat ook de Matisse-brochure uit dezelfde bibliotheek komt, maar dat de brochure in die hoedanigheid geen ex-libris waardig geacht werd. De opdracht in het boek toont aan dat Jan een ijverig student geweest is, want hij kreeg het geschenksgewijs van de Blauwkuips aangeboden omwille van zijn toelatingsexamen in Juni 1959. Mooi bewaard, mooi verzorgd, mooi bewerkt, mooi geïllustreerd ook, met de heerlijke originele pentekeningen die nog uit de eerste uitgaven van het werk van Jules Vernes stammen. Het verhaal van de wonderlijke avonturen van onze Chinees wordt gevolgd door een uitermate verkort relaas van de Muiterij aan boord van de Bounty. Waar ik onlangs een honderden bladzijden tellend boek over deze historische aangelegenheid kocht, doet men het in MCML voor de jeugd in beknopt bestek: Kapitein Bligh vliegt met zijn klikken en klakken buiten onder het verbruik van slechts een vijfentwintigtal bladzijden. Geschiedenis hoeft niet altijd langdradig te zijn!

Bij uitgeverij Brito werd een boek uitgegeven, het "Heibel Boek", en dan nog wel in 1970. Ik citeer uit de commentaar op de achterkant: Een sarkastische reflektie van het literaire leven in Vlaanderen (...), geschreven en samengesteld door een groep vooraanstaande auteurs van diverse leeftijden, die tot de slotsom kwamen dat 'het hedendaagse' niet in het aantal afgelegde jaren schuilt, maar in een frisse onbevangen visie, (...) en misprijzen voor de sakrosante waarden, dit alles met pittige virtuositeit de niet voor azijnbrouwerij vatbare lezer opgediend.

Nu wil ik wel een aantal auteurs lezen, die tegendraads door het leven willen wandelen, en hun leeftijd volgens alle platitudes willen ophangen aan de kapstok van hoe je je voelt, in plaats van deze af te meten aan het aantal jaren. Maar ze moeten wel eens uitleggen waar de sakrosante waarden bewaard worden, zodat ik er mezelf kan in onderdompelen en baden, en dan ook zelf kan oordelen of ik deze moet aankleven dan wel net verwerpen. Sakrosant? Mijn zeventienjarige vriendin had geen sakrosante waarden, anders zou ik het wel geweten hebben. Maar wat had ze dan wel? Toegegeven, ik was toen nog erg jong... Ik zal het misschien later wel eens ontdekken, als de jaren van verstand tot mij zullen komen, en misschien ook als ik de moed opbreng dit van alle sakrosante waarden gevrijwaarde boek te lezen. Maar dat is nog niet voor morgen. Sakker nonde krosant.

Volgens Marcella Baete ligt het donker één duim voor je. En ook dit boekje heeft ze met een frèle pen opgedragen aan een potentieel lezertje, Tom, die dacht: gesigneerd leest beter. En: "Het donker ligt één duim voor je". Ik zal wel zien.

O jeetje! De Ernest Claes - omnibus één ligt hier voor me, en sommige verhalen, zoals daar zijn Floere het fluwijn en De heiligen van Zichem dragen in zich mijn geliefde Zedelijke Kwotering V mee, tot de papiermolen er anders zal over beschikken. Jeugd en De oude klok stellen het met de kwotering IV-V, maar zedeloosheid wordt ook in een groot auteur afgestraft, en Clementine moet dan ook met een opgestoken vingertje haar plaats kennen: zij moet het doen met een schampere III. Onze jeugd zij gewaarschuwd: alleen gevormde volwassenen mogen zich over de inhoud van dit hier en daar wel erg pikante boek buigen. Het spreekt vanzelf dat ze alles zullen doen om dit boekdeel buiten het bereik van de schoolgaande jeugd te houden. Reinaert Uitgaven liet werkelijk niets onverlet om de morele kwaliteiten van de Vlaamse bevolking te vrijwaren en onze Vlaamse jeugd onbedorven naar het volwassen leven te leiden.

De meer goddeloze mercantielen van de Standaarduitgeverij vonden het hoegenaamd niet nodig de onvoorbereide lezer te wijzen op eventuele gevaren voor zijn morele gezondheid, en negeerden elke vorm van duiding die bezorgde maar enigzins ongevormde ouders leiding kon geven in de besluitvorming die tot de keuze van een degelijk stuk literatuur voor de onbevangen jeugd nodig was. Zeker, ook in de Claes omnibus twee zal Pastoor Campens zaliger de jeugd niet bederven, doch waar moet men naar toe met Bei uns in Deutschland? Ook in 1964, toen er van Wij heren van Zichem nog geen sprake was, mocht enige bezorgdheid wel onder gedrukte vorm tot uiting komen.

Mijn geschiedkundige verzameling wordt mooi aangevuld met een werk van Hans Dieter Stöver: De Romeinen de geschiedenis van een machtig wereldrijk. uitgegeven in 1978 bij Tirion, ziet deze paperback er mooi uit, maar of ik zoveel bladzijden droge geschiedenis ga overleven, is voorlopig nog een raadsel. Er staan nog zoveel andere werken op het programma. Gekocht op de groei, zal ik maar zeggen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen