Pagina's

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

vrijdag 10 april 2009

Met een boek in een hoek

Waarom ben ik toch geen letterkunde gaan studeren? Ach ja, soms mag je al eens zo denken, maar niet te lang. De letterkunde die ik bedoel, is nu eenmaal het voorbijgestreefde schrijversleven van heren-schrijvers als Streuvels, Claes, Timmermans... Ze hadden of hadden niet de letterkundige kennis opgedaan op universiteitsbanken, ze hadden echter wel een ding gemeen: schrijven deden ze vanuit zichzelf, niet omdat ze intellectueel een boodschap uit te brengen hadden, die ze eerst goed overkauwd hadden. Het kwam in de drie gevallen volkomen uit de buik, niet uit de geest.

Streuvels was een matige leerling in de enige jaren die hij mocht studeren, maar zijn vertelkunst is ongerept gebleven door de intellectuele vorming die hij zichzelf heeft gegeven: eerst het werk, en in de vrije tijd lezen en schrijven. Het bloed kroop waar het niet gaan kon.

Claes mocht dan wel een doctoraat voor zijn naam schrijven, hij bleef de volkse jongen die aan de haard zittend had leren vertellen door te luisteren naar rasvertellers, die onder invloed van enige druppels de spoken en geesten nog angstaanjagender wisten te maken dan ze zo al waren. En figuren als Wannes Raps, die met een peerdenpaternoster zelfs volwassen smidsknechten kon doen sidderen van angst, waren grandioze leermeesters.

Felix Timmermans is eveneens een autodidact, die op school er helemaal niets van bakte. Hij had een intense verbondenheid met de natuur, die dit op een malse, Brabantse manier wist aan de man te brengen. Zijn vertelkunst sleept je mee en zorgt ervoor dat een boek van zijn hand niet uit je eigen hand te branden valt alvorens het helemaal gelezen is.

Hun soort van literatuur is echter voorbijgestreefd, en toch snak ik ernaar. Daarom ook koop ik zoveel boeken over de letterkunde, boeken die me wat leren over het leven, over het werk en over de beweegredenen die zovele auteurs aangezet hebben tot schrijven.

Zo vond ik in de prismareeks enige boeken die op treffende wijze een overzicht geven van de Nederlandse Letterkunde; mag het ook nederlandstalige letterkunde zijn, of moeten wij maar weer doen alsof we niet bestaan? Alsof we recht hebben om in die taal te schrijven? We gebruiken die taal, en hebben daartoe geen recht nodig.

Proza, Lyriek en Satire uit de 17e eeuw is het 5e deel van 15 in een reeks die de voortreffelijkste werken van de inderdaad toen Nederlands te noemen literatuur brengt. Ook deel 6, Klassiek toneel uit de 17e Eeuw is op prijs te stellen.En vooral de Verlichte Geesten (no. 8) zullen door mij gesmaakt worden. Alleen is één en ander behoorlijk zwaar te noemen, maar kom, met tijd en boterhammen, of was het vlijt, komt men er wel. En aldus heb ikweer wat om naar uit te kijken: de volledige reeks.

Een andere prismauitgave is "Romeinse sagen en verhalen". Ik herinner mij de "Griekse sagen en verhalen", die we in het voorlaatste jaar van onze humaniora hebben moeten lezen, en waarvan ik vermoed dat het zich nog steeds ergens op zolder bevindt. Ik ben benieuwd naar die verhalen, want het valt me op dat de Griekse sagen en legenden algemener gekend zijn dan wel de Romeinse.

Er zit geen orde in. Met De Führer Bunker geeft Amsterdam Boek nieuwe en schokkende onthullingen over de laatste tien dagen van Hitler. Een personage dat me blijft aantrekken in zijn afstotelijkheid. Wat bezielt een volwassen mens toch om een politieke macht op te bouwen die volkomen gesteund wordt op afkeer voor anderen?

En over de Nederlandse literatuur, langsheen de wereldpolitiek, gaan we op zijn Vlaams op zoek naar het betere café in Vlaanderen, met 301 Originele cafés in Vlaanderen, uitgave 2001-2002. Vlaming zijn, dat wordt je niet, Vlaming zijn dat leer je niet, Vlaming zijn, ... (wie kent het juiste volgende woord?) men niet, dat is men of men is het niet.

Een programmabrochure die haar plaats in de verklarende literatuur zeker mag innemen is "Venus and Adonis - Dido and Aeneas" van John Blow en Henry Purcell. Uitgegeven in opdracht van de Vlaamse Opera door Snoek-Ducaju en Zoon, is dit meer dan een brochure. Er staat een flinke brok duiding voor je neus, je leert het hoe en waarom van deze werken kennen, je leert wat over de geschiedenis van het Engeland van de 16e en 17e eeuw, alles wordt in het licht gesteld van de muzikale genieën die deze opera's gecreëerd hebben. Ook een goede beschrijving van de artiesten die de opera op de planken brengen... En dat allemaal rond de jaarwisseling 1992 - 1993. Mooi werk.

Een mooie vondst is het eresaluut aan de Ninoofse schilder Luc De Decker, vooral gekend omwille van zijn Boudewijnportretten. Wie herinnert zich de fameuze briefjes van 20 en 50 BEF niet? De beeldenaars van Boudewijn op het biljet van 20 BEF, en van Boudewijn en Fabiola op dat van 50 BEF? We hebben er allen wel eens hartelijk om gelachen, maar het is wel hoogstaand artistiek werk. En daar vind ik zowaar ook een portret van Stijn Streuvels, die met gloeiende ogen en een lichtjes achterdochtige blik kijkt naar waar de kunstenaar het van hem wil (een hele prestatie). Een prachtig portret van Streuvels in zijn volle levensfleur.

En zowaar, wie heeft de Nederlandstalige loftuiting geschreven? Niemand minder dan Pieter G. Buckinx. Hij bleek een vriend van de kunstenaar te zijn.

Uit de vele kunstwerken die afgebeeld zijn, zijn er twee die me bijzonder treffen. Het portret van de heer Michel Halewijck de Heusch uit 1949 is een onovertroffen fijnafgewerkt naar het leven geschilderd statieportret. Wat het meest bijbrengt aan de adel van dit figuur is niet te omschrijven. Het is niet zijn naam. Het is zijn houding, zijn vriendelijk strenge gelaatsuitdrukking, de soberheid van zijn kleding, het gewichtloze van zijn leeftijd. Prachtig.

Maar tussen al de andere schilderijen is er één dat de adel van het voorgaande schilderij overtreft in alles wat er op dat doek te zien is. Vlaamse vroomheid. Moeder van de kunstenaar uit 1938 is een portret dat eerder een gedicht is van Gezelle, in zijn eenvoud en klaarheid. Er is van u hiernederwaart...

De moeder van de artiest draagt een eenvoudige kapmantel, en zit mediterend met een gebedenboek op de schoot model te zijn voor alles wat ooit de titel van dit werk voorgesteld heeft: de Vlaamse moeder.

Dat de schilder dit boekje in 1979 aan een echtpaar opgedragen heeft, maakt het voor mij een onvervangbaar deel van mijn bibliotheek.

Iedereen kent ondertussen Desmond Morris (De naakte aap). In Allemaal Mensen werpt hij zijn persoonlijke licht op de taal van het lichaam. Uitermate interessant fotomateriaal, ditmaal deskundig voorzien van wetenschappelijk verantwoorde commentaren. Prachtig boek van Elsevier uit 1986.

Harold Herberigs, zoon van een begenadigd Oudenaards kunstschilder, heeft een zeer mooi boek, genaamd Esthetische Spiegel van Zuid-Oost Vlaanderen in eigen beheer uitgegeven. Van een 15-tal gemeenten uit deze hoek van Vlaanderen wordt een prachtig beeld opgehangen. De mooiste foto in het geheel is volgens mij een hoek op het geuzenkerkhof te Horebeke, waar enige grafzerken onder een reusachtige treurbeuk een onwezenlijk, tijdloos beeld scheppen, dat perfect de weergave is van de eeuwigheid die op kerkhoven mag teruggevonden worden.

Het boek is, raar genoeg op geen enkele manier gedateerd, ook een lange zoektocht via Tante Google maakte mij niet wijzer. Echt Tijdloos. Gezien mijn woonplaats, is dit boek van blijvende waarde voor mij.

Deze oogst dateert van eergisteren. Ik kan er niet ontevreden over zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten