Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




vrijdag 12 augustus 2011

Dichtbundels in de sneeuw 7 (43 tot 45)

Dit is een protestactie. Tegen de weermannen en -vrouwen. Zij moeten maar zorgen dat we ijsjes kunnen eten, in onze blote bast aan de rand van een feestelijk zwembad, ver genoeg van het water weliswaar om onze boeken droog te houden. In de zomer wil ik ijs, geen sneeuw, is dat niet duidelijk?

Daar deze mensen kampioenen zijn in het zoeken van uitvluchten, hebben ze steeds een uitleg voorhanden om deze zomerse herfsttijd aan ons op te dringen, en Het Herfsttij der Middeleeuwen is te winters om zomers te zijn. Brueghel heeft ons nog schilderijen nagelaten met zijn visie op de Kleine IJstijd uit de 16de-17de eeuw, wij eisen zomer.

De winter van 1586-1587 indachtig (hij duurde van december tot september!) heb ik besloten mijn dichtbundels uit de reeks "Dichtbundels in de Sneeuw" vanonder het stof te halen, en daar ik in de loop van de maanden nog een stapel bijkomende werken heb aangekocht, is deze reeks hier en daar zelfs nog interessanter geworden. door geschuif wegens verhuis van de ene kast naar de andere, en het toevoegen van werk uit vorige en volgende aankopen, weet ik van een aantal werken niet meer of ze tot de oorspronkelijke aankoop van de DIS - reeks behoren. Meestal dateer ik mijn aankopen onmiddellijk, maar dat gebeurt niet dwangmatig, tot mijn spijt trouwens. Maar uit deze centralisatie volgt automatisch dat het gedeelte Poëzie in mijn Blumengarten - Bibliothek een aparte afdeling gaat worden, onder de vaste acroniembenaming DIS. En alzo heb ik nu reeds 42 werken voor de eeuwigheid vastgelegd onder de DIS-code.

Hier nog een aanvulling.

43) Pieter Geert Buckinx. Het is geen verrassing meer als ik zeg dat mijn onvoorwaardelijke bewondering uitgaat naar deze limburgse dichter. Zijn werk: De Moderne Vlaamse Poëzie, is verschenen als een verhandeling van de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding, die om de twee maanden werd uitgegeven, hier als nr. 1 van Jaargang L, Verhandeling 444 in 1956 bij N.V. Standaard-Boekhandel. In zeer klare taal weet Buckinx de evolutie van de vlaamse poëzie te schetsen, en dat hoeft niet te verbazen, want jarenlang stond hij zelf in het middelpunt van die beweging(en). Het is heerlijke lectuur, en bijna huiveringwekkend als hij in deze verhandeling letterlijk het volgende schrijft, op bladzijde 17:

Het eerste nummer van De Tijdstroom verscheen in oktober 1930 onder redactie van P. G. Buckinx, A. Demets, F.van Bogaert, R. Verbeeck, J. Vercammen en L. Lagasse. Dit tijdschrift bedoelde het orgaan te worden van een generatie die, wars van de experimenten der laatste jaren, arbeiden wou aan de opbouw ener persoonlijker en menselijker kunst. "Wij menen dit te kunnen bereiken, lezen wij in het manifest, door meer tucht en concentratie enerzijds; en anderzijds door meer waarachtigheid. Wij aanvaarden dat de kunst de kritallisering is van het leven van de kunstenaar en dat de graad schoonheid wordt bepaald door de hevigheid van het beleven en de mogelijkheid deze bewogenheid te verstoffelijken in de enige passende vorm. De manier van beleven verschilt echter volgens de levensovertuiging van de kunstenaar, en zo blijft het ten slotte het ethische beginsel dat richtinggevend optreedt én voor het leven én voor de schoonheid.  Ook dit beginsel kan verschillend zijn, maar wij geloven het te bezitten in de door God veropenbaarde en door de heilige Roomse kerk voorgehouden leer."

R.F. Lissens schrijft een volgens mij zeer terecht nawoord, dat meer een duiding is van Buckinx als dichter, waarin hij hem kernachtig plaatst en duidt in de tussengeneratie tussen de expressionisten en de experimentelen.

Het boekje dateert ook uit een vroegere aankoop, namelijk op17/11/2010, en wordt zoals hierboven voorzien, terecht in het DIS-Pantheon opgenomen.

44) Pieter Geert Buckinx: Zeven Gedichten. Een Limburgse Suite. Ik herneem letterlijk de vrij compacte inleiding op deze uitgave, die alles zegt.

"Deze poëziebundel is een speciale uitgave van De Tijdspiegel, cultureel maandblad voor Limburg, en moet beschouwd worden als aflevering nummer 3 van 1963. Door de Provincie Limburg werd in 1962 een wedstrijd uitgeschreven voor boekillustratie op gedichten van Pieter G. Buckinx. De jury bekroonde het werk van Joris Mommen, maar had ook speciale waardering voor de inzending van Rik Hoydonckx en Jan Boelen. De illustratie van deze bundel is samengesteld uit een keuze van hun werk."

Het secretariaat en de redactie werd waargenomen door niemand minder dan Albert Dusar (reeds eerder aangehaald als een markant Limburger), terwijl dat secretariaat gevestigd was in de Dr. Willemsstraat 34 te Hasselt. Hasselaars weten wat dit adres betekent, en hebben wij het recent hier ook niet gehad over Dr. Willems? Heerlijke limburgensia, maar dit wordt toch onder DIS geklasseerd, hoor. Het dateert eveneens van 17/11/2010, met dank aan Fernand.

45) Victor E. Van Vriesland: Spiegel van de Nederlandsche Poëzie door alle eeuwen. Een aankoop die ik vorige zomer bij Fernand gedaan heb, op 06 augustus 2010. Eén jaar en zes dagen later (het is midden in de nacht, en de datum van publicatie van deze bijdrage zal reeds zeven dagen aanwijzen) dus eindelijk een bespreking van een boek dat voor de Nederlandstalige dichtkunst toch van grote betekenis geweest is, daar Van vriesland een behoorlijk mooi overzicht geeft van de groten uit de dichtkunst aan beide kanten van de landsgrens. Een correcte datering kan ik niet geven, maar in zijn inleiding refereert de auteur naar een hypothese van prof. dr. Jac. van Ginneken in Onze Taaltuin V 1936/1937 over het allereerste dichtwerk dat in deze bloemlezing wordt naar voor gebracht. Een onbekende dichter uit de 2de helft van de 11de eeuw krabbelde namelijk op de rand van een perkament uit de Gruuthuuse-verzameling: Hebba olla vogala nestas hagunnan / hinase hic anda thu. En dan mag Heinric van Veldeke (12de eeuw) twee minneliederen voordragen. Als je begint met lezen, stop je zo moeilijk...

Het is een stevig boekwerk, 652 bladzijden groot, en met een stevige hardcover, die hoe dan ook afgebroken is van de rug. Ik zoek nog wat verdere gegevens op over dit werk. Ik dank Fernand, maar ook de Ferdinand X die zijn naam vooraan in het boek geschreven heeft. Geen slordige nota's of potloodmarkeringen... heerlijk boek van het Kompas te Antwerpen.

Bijna al deze werken, beste lezer van deze nederige blog, bevinden zich in het gelid gezet in een... schoenendoos. Op dit ogenblik gaat het nog niet beter; maar het gaat komen. Zucht. De verzameling Hoewaer bevindt zich in een ander compartiment, de werken van Buckinx hebben ook hun eigen stek, dus zij gaan naar hun eigen plaats, en helaas moet ik vaststellen dat één van de werken die voorheen besproken werd in één van de zes voorige DIS - afleveringen niet meer in deze doos terug te vinden is. Ooit zal het wel boven water komen. Hoop ik. En dan heb ik nog geen woord gezegd over nog twee andere gelijkmatig en gelijkwaardig opgevulde schoendozen. Evenmin heb ik al veel verteld over de afdeling poëzie die op mijn zolder rust. Ik heb nog verschrikkelijk veel werk te doen voor deze blog. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen