Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




dinsdag 30 augustus 2011

Enige mooie boeken

Soms mag het geluk ook al eens meespelen. Dat is me de laatste weken een paar keer overkomen. Voor een kleine prijs een paar grote boeken binnenhalen, daar kan je hart weer even van kloppen.

Groot in zijn kleinheid is het schriftje dat ik hier naast me heb. In de hoogte net 10 centimeter, terwijl het zes centimeter en zeven millimeter breed is, is dit gelijnde cahiertje met zijn glanzend zwarte hemd van stevig kartonpapier van een vooroorlogse eenvoud. Ik meen me dit soort van "calepins" nog uit mijn prille jeugd te herinneren, maar het handschrift geeft me de indruk eerder uit de periode tussen beide oorlogen te stammen. Een zinsnede uit de tekst geeft richting aan: het kleine boekje is mogelijk een fabricage van een legeraalmoezenier geweest: "O Maria, hulp der Christenen, bidt voor onze kristen soldaten." Christenen en kristen broederlijk naast mekaar. Gezien het formaat was dit zakboekje ideaal om gemakkelijk overal meegedragen te worden.

De inhoud is een litanie van Maria der Zeven Smarten. Op meerdere plaatsen is de verwijzing naar het sterven in afwezigheid van ouders en familie expliciet: "Begraven worden in het vaandel dat gij tot de dood getrouw geweest zijt..." ... het moet uit die omgeving komen. Maar het is moeilijk te zeggen of we nu met een gebedsboekje uit de Eerste- dan wel Tweede Wereldoorlog te maken hebben.

Helaas hebben de muizen het gevonden, en sommige bladen gedeeltelijk vernield.  Ik ga trachten met een vergroting toch nog zo veel mogelijk van de tekst te herstellen. Een opvallend gegeven aan deze tekst is de vermelding, op het einde van deze litanie: "Réproduction interdite". De auteur was niet van plan zijn zalvende woorden door een ander te laten inpikken. Enige bladzijden zijn er ook uitgescheurd, waarschijnlijk om enige nota's te nemen  en door te geven, of om de papiertjes te vernietigen wanneer de genoteerde opdracht op één of andere manier is uitgevoerd. In een ander handschrift, en met een andere pen staat achteraan genoteerd: Oorlogskruisweg 1914-1918. Zonder verdere mogelijkheid om enige uitleg te geven.

Helemaal op het einde staat er in potlood nog een versje genoteerd.

Maintenant une amitié 
Plus tard une pensée
A ma mort une larme
Sur ma tombe une prière.

De neerslag van een trieste, zware opdracht op enige vierkante centimeter samengeperst, en wegens inflatie en muizenissen gewaardeerd op 0,50 euro.

Volksschrijvers krijgen zelden grote erkenning. Zij schrijven geen hoogdravende romans, waarvan de boodschap een rechtstreekse impakt hebben op het verdere verloop van de maatschappij. Maar ze hebben toch wel hun publiek. Lode Zielens is zo één van die auteurs, die misschien niet tussen de plooien van de literaire geschiedenis gevallen zijn, maar geef toe, ken je iemand die twee titels van deze auteur kan opnoemen, zonder daarbij fronsend te moeten toegeven dat hij eigenlijk niet weet wie de brave man dan wel was? En dan komt het: triomfantelijk, in plaats van zuchtend, zoals de titel het vereist: "Moeder, waarom leven wij?" Was dit verhaal niet verfilmd en op TV vertoond, het zou heel wat minder geweest zijn. Els Dottermans, weet je nog wel?

In 2001 verscheen bij Lannoo, van de hand van Ludo Stynen, de biografie Lode Zielens, volksschrijver.

Als de man dan niet in de eerste plaat gekend zou zijn omwille van zijn werk, moeten we zijn dood dan maar eens aanhalen. Schrijvers zijn ook maar mensen, en niet iedereen sterft in zijn bed. Sommigen zijn in oorlogsomstandigheden om het leven gekomen. Als we Anne Frank een auteur mogen noemen, krijgen we één van de ikonen van het verschijnsel "auteur-oorlogsslachtoffer" voor ons. Gedeporteerd na een tijdlang ondergedoken geleefd te hebben op de zolderkamers van een achterbouw werd zij en een deel van haar familie verraden en opgepakt. Zij werd ziek en als uitgehongerd jong kind haalde ze het niet. Een minder gekend Vlaams oorlogsslachtoffer-auteur was Kamiel Van Baelen, van wie ik de verzamelde werken hier liggen heb. Pittig detail (voor mij altans) is dat de inleiding tot de biografie geschreven is te ... Sint-Lambrechts-Herk, in 1980, zijnde mijn geboortedorp. Kamiel overleed in Dachau, in april 1945, enige dagen voor het einde van de oorlog, uitgeput, verhongerd, verwaarloosd. Maar Lode Zielens is ook in oorlogsomstandigheden gestorven. In zijn eigen stad, maar dat neemt van de tragiek van zijn overlijden niets weg. Hij stond domweg op de tram te wachten, op 28 november 1944, toen het grootste gedeelte van het land reeds bevrijd was, maar Antwerpen heeft nog tot 8 mei '45 geleden onder de vliegende bommen. Om en bij de 3700 V1- en V2-bommen vielen op de haven en de Stad. Eén ervan is vlak bij hem neergestort. Fernand Toussaint Van Boelare heeft dit trouwens ook in zijn dagboek genoteerd. Hij werd op het ereperk van het Schoonselhof begraven. Een foto van het opgebaarde lichaam toont de wonden in het aangezicht van de overledene, als gevolg van de rondvliegende scherven en brokstukken. Maar hij verloor bij de ontploffing ook een arm en een been.

De biografie van ludo Stynen is een behoorlijke brok literatuur, maar eens te meer een document waarin de verbanden tussen een aantal persoonlijkheden gelegd worden. Het mag over een "volksschrijver" gaan. Hij was geen Guido Gezelle, maar zijn relaties met verschillende groten uit de literaire wereld tonen aan dat hij niet groot moest zijn, om toch zijn plaats in te nemen. Als journalist had hij natuurlijk overal zijn connecties, tot in de politiek toe. De combinatie van die twee ingangen maakte dat hij inzichten had die verder strekten dan die van de doorsneeburger. En als hij op het niveau van zijn werk altijd de "volksschrijver" geweest is, dan verdient hij alleszins toch deze biografie, die ik, zodra ik er aan toe ben, aan mijn trage leesmethode ga onderwerpen.

Een referentie naar mijn studieverleden ligt nu naast me. Een "Flora van de Vlaamse Ardennen", gloednieuw, stralend in zijn degelijke schoonheid. Deze regionale plantenatlas van de Schelde-Leiestreek werd opgesteld onder auspiciën van het Regionale Landschap Vlaamse Ardennen, en werd uitgegeven bij Lannoo in 2005, op basis van studies en waarnemingen door elke plantenliefhebber die zijn waarnemingen wilde doorgeven in een periode van 1972 tot 2002. Aldus werd via een kaartensysteem exakt aangegeven welke plant op welke plaats in het wild voorkwam. Van sommige planten heb ik kaartjes gezien met één enkele vindplaats! Zeer mooie detailfoto's, duidelijke kaartjes, het is een voorbeeld van wetenschappelijke duidelijkheid. Ik ben er superblij mee!

Vervolgens heb ik hier van het Mercatorfonds, P.P. Rubens van Frans Baudouin. In zijn casette, met een perfecte stofwikkel... Ik heb er zonder aarzelen mijn hand op gelegd, en de 18 euro die gevraagd werd met plezier op de toonbank gelegd. Nu kun je zeggen, over Rubens is dit toch niet het eerste, noch het laatste werk. Nee, maar wel uitgegeven op een wijze die perfect harmonisch is met de barokke kunst van deze artiest.

De kwaliteit van de uitgaven van het Mercatorfonds is alomgekend. De andere exemplaren van dit fonds, die ook in mijn bezit zijn, kunnen aan dit exemplaar niet tippen. Een heerlijke vondst, om fier op te zijn.

Toen ik vandaag in de winkel rondneusde, wist ik niet naar wat ik op zoek was. Maar ik ben met twee schitterende boeken naar huis gekomen. Bij het eerste boek kwam ik niet onmiddellijk op het idee dat dit een aanwinst voor mijn bibliotheek in creatie kon zijn. Als een school namelijk één of ander lustrum of wapenfeit te herdenken heeft, maakt zij een boek gevuld met gegevens die interessant kunnen zijn voor de populatie van die school. Het lerarenkorps, de studenten of beter, in dit geval, de leerlingen, want een Atheneum geeft middelbaar onderwijs, en herbergt leerlingen. Studenten werken reeds een trapje hoger, hetgeen hen echter niet beter maakt hoor. Maar zuiver bekeken op het uiterlijk van het boek, waren alle argumenten daar om de prijs niet erg te vinden. Het boek is zuiver bewaard, de stofwikkel heeft geen scheuren, het boek zelf is nauwelijks open geweest, er is in gekeken, maar dat heeft zo goed als geen sporen nagelaten.

Hoe zit het echter inhoudelijk? Als ik hierboven dan liet uitschijnen dat dit soort van boeken hoge troeven nodig heeft om betekenisvol voor mij en mijn bibliotheek te zijn, moet ik nu kleur bekennen. Mijn beslissing om het boek mee te nemen kwam omdat ik deze keer meer dan een minuutje nodig had om het fiat uit te spreken.

Vooreerst viel me de naam op. Liber Magistrorum. Ik mag wel een boek waarvan de titel begint met Liber. Maar meestal smelt ik pas op basis van de titel als er het woord Amicorum achter staat. Dit staat garant voor loftuitingen die, wanneer ze goed verpakt worden, hoogstinteressant kunnen worden. Interessant omdat er belangwekkende gegevens betreffende belangwekkende personen en gebeurtenissen te vinden zijn. Als het Kleinseminarie van Roeselare een Liber Magistrorum zou uitgeven, kunnen de samenstellers dat boek volproppen met namen die anderhalve eeuw na hun optreden Vlaanderen nog steeds doet trillen. Wat als het Koninklijk Atheneum te Gent een dergelijk boek uitgeeft? En er voluit de titel "Liber Magistrorum - van Ecole Centrale du Département de l'Escaut tot Koninklijk Atheneum te Gent 1797 - 1997 boven zet?

Een Liber Magistrorum is een boek dat het Magistraat van de school, dus het lerarenkorps in de verf zet. Dat is hier ook het geval. Ik sloeg het boek dan open op een willekeurige bladzijde, en kwam pardoes terecht op de naam "Frank Baur". Op bladzijde 147 en volgende dwaalden mijn ogen even af naar een foto van Gouverneur Balthazar in het hoge gezelschap van de Koning en de Koningin, maar ze sprongen onmiddellijk terug naar het onderwerp. En zeer tegen mijn gewoonte heb ik het volledige artikel over de grote Gezellekenner volledig gelezen, rechtstaande at ik het ongedesemde brood, en ik wist meteen dat ik de lange tocht zou aanvatten: hier had ik de beschrijving van een deel van iemands leven voor wie ik een grote bewondering heb voor mijn neus, en waarvan ik hoegenaamd niets wist.

Maar vooral de levendige beschrijving van één van de fratsen van de olijke wetenschapper heeft me groot plezier gedaan. In 1971 namelijk werden de opgravingen gedaan van de Boudelo-abdij, in het Waasland. In deze abdij moet "Het priorkijn Gulielmus" geleefd en gewerkt hebben. Dat priorke is niemand minder dan Willem, die Madoc maecte. Altans volgens de historicus Wenseleers. Maar dat is een ander hoofdstuk.

Frank Baur werd gevraagd aanwezig te zijn tijdens een hoogstaand bezoek aan de werken. Dat bezoek zou plaats hebben op uitgerekend één april 1971. En Frank Baur had meteen zijn plan klaar: hij nam één van de stenen die ergens achter gebleven waren op het werkterrein, sloeg aan het werk, en grifte er de volgende tekst in: Wilhem de Baudelo, die reynarde maecte", en als historicus deed hij dat perfect in dezelfde letter als die gebruikt in het Comburgse handschrift, zijnde een van de oudst gekende versies van het Reynaert-verhaal. Ook op de achterzijde van de steen grifte hij nog één en ander.

De gasten kwamen toe, er werd wat geneusd rond een pas aangesneden graf, dat millimeter na millimeter uitgegraven werd, en de steen, die door Frank Baur met het zand van het graf ingesmeerd en dus oppervlakkig verouderd was, werd gevonden. Maurice Nonneman, de leider van de opgravingen en instigator van het bezoek was in alle staten: een steen met inscriptie terwijl er net gasten waren! En hij herkende ook meteen het lettertype. Een hartaanval nabij las hij de tekst... Stilte alom, daarna gefluister, nieuwsgierige handen boden de steen aan aan nieuwsgierige ogen, en natuurlijk kwam Professor Leopold Peeters, notoir Amsterdams wetenschapper, op het idee de steen om te keren. Daar las hij de rest van de tekst: "Fecit 1 aprilos 1975".

Maurice Nonneman voelde een tweede aanval van hartzwakte opkomen,  Frank Baur brulde van het lachen, en de meeste hoge gasten plooiden in twee van de pret. Wetende dat Nonneman de opgravingen begonnen was met de heimelijke hoop op een bewijs van het auteurschap van Wilhem en dat de schrijfarbeid in deze abdij zou gebeurd zijn, was dit een meer dan geslaagde één april-grap, die enige uren later nog eens voor de camera van de BRT overgedaan werd.

Naast Frank Baur worden er nog vele leraars van het Atheneum opgevoerd, en de biografie en bibliografie van sommigen is meer dan interessant te noemen. Om er maar één te noemen: René De Clercq, de auteur-dichter uit Deerlijk, die ik in een van de vorige bijdragen opgevoerd heb met zijn dichtbundel "Toortsen". Er zijn er nog die mijn aandacht vragen!

Het boek, dat hoef ik niet uit te leggen, overstijgt het lokale karakter van een huldeboek van een doorsnee Vlaamse school. Dit opzet is het eerste in zijn soort, dat in mijn handen valt, en ik ben best tevreden met het opzet. Vijf euro die welbesteed zijn!

Ook vandaag gekocht: van Clemens V. Trefois: "Het Boerendak". Ook geen kleinigheid. Het gaat wel over de heruitgaven van de oorspronkelijke werken van de bekende volkskundige, die werk gemaakt heeft dat gerust naast dan van dr. Jozef Weyns mag gelegd worden. Tijdens mijn eerste bezoek aan het Museum te Wortegem heeft de conservator Willy mijn aandacht op dit werk getrokken, en ik heb zorgvuldig de naam van de volkskundige onthouden. Toen ik vandaag het boek zag liggen, aarzelde ik geen ogenblik: twee en een halve euro voor een mooie aanvulling op de vier lijvige "huisraad"-boeken van Jozef Weyns? ja toch?

De foto's van Trefois zijn nog steeds afgedrukt op basis van de originele negatieven die hij in de periode 1925-1950 gemaakt heeft, en zijn van een ongewone scherpte. Als zwart-wit-getuigenissen zijn ze van een opvallende documentaire waarde. Veel van de vervallen gebouwen, die hij fotografisch vastgelegd heeft, zijn ondertussen gesloopt, of verder afgetakeld. We leven natuurlijk niet in een museum, maar een beetje meer respect voor ons erfgoed zou toch mogen, dacht ik.

Mijn augustusmaand is op het vlak van belangwekkende aanwinsten geslaagd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen