Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




zondag 21 augustus 2011

Felix Timmermans, lier, Elke Onzea en Woodstock

Literatuur en kunst gaan hand in hand, want zij zijn meer dan broer en zus. Zij zijn mekaar. Toen ik voor het eerst kennis maakte met de Madonna, die op haar arm een eigenlijk mismaakt Jezuskind droeg, te groot en te mager, was dat jaren geleden, en voor mij een gips zoals er de vorige eeuw met honderden per dag geproduceerd werden om de katholieke huiskamer de uitstraling van geloof en betrouwbaarheid te geven. Haar naam ben ik vergeten, ik weet niet meer welke Madonna zij echt is, maar er werd over haar geschreven in toch enigzins misprijzende bewoordingen.

Het beeld is inderdaad een gipsen afgietsel van een bestaand houden kunstwerk, en de gipsfabrikanten hebben daarmee hun zwakke fantasie niet op het kind botgevierd.

Toen de kunstenares Elke Onzea het in handen kreeg, waren er vingers en hoofden afgebroken, het beeldje was klaar voor het containerpark. Maar zo zijn kunstenaars niet. Met alle voorstellingsvermogen, eigen aan hun soort van ambachtslui, heeft ze het juiste hoofd op het juiste lichaan teruggeplaatst, de juiste vinger aan de juiste hand gekleefd, en daarna werden alle kunstduivels gelost: de kleurpotten en penselen werden bovengehaald, en het resultaat is een Multi-culti Maria geworden.

Ze is een hippie-meisje met een zwart kindje, met een goedkoop kroontje op het hoofd, en een Indisch huwelijksteken op het voorhoofd. Haar kleding kon niet méér jaren zestig zijn: flodderige langgedrapeerde doeken, in helle, mooie kleuren, en op haar rechterhand staan henna-tatoeages. Haar buik (maar dat is ook in het originele hout het geval) is behoorlijk dik, hetgeen twee dingen kan betekenen: ofwel hebben de echte modellen ook echt een kind op de wereld gezet, onlangs, en was hun buik nog niet ten volle weggewerkt, ofwel was het model weer zwanger.

Het geheel is echt een multi-culti geval, dat enige afstand genomen heeft van de originele iconografie. Een kapot beeld dat reeds een replica is van een oeroud geval, mag eens bewerkt, zeg maar opgefrist worden. Elke Onzea heeft dat fantatisch naar haar hand gezet, en het resultaat is bij mij terecht gekomen, via de Antwerpse kunstgroep "Am I Yours?".

Het beeld zelf ben ik in Lier gaan ophalen, en ik heb er volkomen mijn eigen ding mee gedaan. Vanaf het eerste ogenblik dat ik haar zag, voelde ik de jaren zestig terug komen. Dat was hippiecultuur van het beste soort, en ik was verkocht. Ik wilde het hebben, en heb daartoe een uitstap van een goede honderd kilometer voor gemaakt. Lier ligt niet bepaald bij de deur. Het geluk was bij mij, en ik werd op de voor "Am I yours?" gebruikelijke rituelen en voorwaarden de nieuwe eigenaar van het beeldje.

Lier, dat wil zeggen: Nete. Zimmer. Opsomer. En boven al: Timmermans.
Daar de plaats van afspraak aan de begijnhofkerk lag, en het fraaie standbeeldje van Juffrouw Symphorosa naar mij gluurde, nota bene vlak tegenover het Marinusstraatje, heb ik even gezocht naar passende woorden, uitgesproken door Felix hemzelf, woorden die zijn kunstenaarshart lucht gaven, maar die ook het kleurrijke van dit gerestaureerde beeldje zijn plaats gaven. En welk een mooi gedicht heb ik in de dichtbundel "Adagio" van Felix gevonden? Lees het maar.

Met rood en blauw op gouden grond

Met rood en blauw op gouden grond
maal ik mijn englen en Madonen,
en wat men van ons Heer verkondt;
'k Meng er nog wat groen en purper bij
voor 't loof en Gods doorboorde zij.
Een droon van vleuglengeur, en kronen
op fijne vingren, ranke tronen...
'k Laat d'aarde over aan haar lot,
ik droom uiteen in mijn ikonen,
dan word ik geest, ik groei in God,
de Hemel druipt over zijn randen!
Maar d'uren gaan, de dag snelt heen
en neemt de borstels uit mijn handen,
en heel mijn weelde spat uiteen.
Ik sta weer moederziel alleen,
een arme mens in zak en asse,
die angstig op zijn ziel moet passen,
zo wordt zij door de stof verdwaasd.
Hoe kan een mens zo in elkander steken?
Ik ben de stenen pijp, die ieder uur kan breken
en elke dag voor U een nieuwe zeepbel blaast.

Het gedicht geeft niet helemaal de opgewekte atmosfeer van die vrolijke dag te Lier weer, maar het is wel Timmermans, het is wel de schilder die praat, die zijn kleuren laat leven. En daar hij naast een vrolijke Hans ook een soms zwaarwichtig denker was, eindigt het gedicht in een vragende, zich bevragende reeks van verzen.

Ik heb ook gedaan wat Elke Onzea deed: iets bestaand een nieuwe identiteit geven. De kunstenaar maakt iets, en de uitleg die de kunstliefhebber er aan geeft, is totaal eigen aan de liefhebber. Dus is Multi-culti Maria voor mij: de Madonna van Woodstock geworden. De jaren 1968-1969 zijn voor mij de kleurrijkste van mijn hele leven, en dit beeldje houdt het midden tussen houtsnijkunst, schilderkunst, poëzie en literatuur, jongerencultuur anno 1968 - 1969 en dus: Woodstock.

Twee dagen na haar intrede in mijn huis heb ik haar een rondleiding gegeven in mijn tuin. Dat is een mooie fotoreportage geworden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen