ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

maandag 1 augustus 2011

Pater Stracke

Ongelooflijk maar waar. Ik ben er weer. Toch in afwachting van betere tijden. Maar niet getreurd. Het virus heeft me nog steeds te pakken.

Vandaag arriveerden twee pakketjes mij per gewone post. Eén ervan bevatte het Gedenkboek Pater Dr. D. A. Stracke S.J. Weer een pareltje bij in mijn bibliotheek, weer een boek dat bij het lezen meer vragen dan antwoorden zal oproepen. Alhoewel, het boek zelf is bij de eerste, diagonale lectuur van vanmorgen, eerder een antwoord.

Op 26 april namelijk heb ik de Secretaressendag bezongen, die me ondermeer de Viola Animae bezorgd heeft. En precies in de randgeschriften van deze Viola vond ik verwijzingen naar het Ruusbroecgenootschap, opgericht door deze zelfde Pater Stracke.

In dit gedenkboek wordt verwezen naar bepaalde geschriften van Pater Stracke, betreffende de Nederlandse letterkunde en Mystiek. En dan valt onvermijdelijk naam van het Ruusbroecgenootschap, tegenwoordig een deel van de Antwerpse Universiteit, en het befaamde tijdschrift "Ons geestelijk erfgoed". Sterker nog, Het volgende hoofdstuk in dit gedenkboek handelt ronduit over het Ruusbroec-Genootschap, en werd geschreven door niemand Minder dan Z.E. Pater Dr. L. Moereels s.j. Deze figuur was op zijn beurt auteur van de nabeschouwingen in de Viola, en president van het Ruusbroecgenootschap. De bijdrage zelf is een overname van een uittreksel uit het inleidend woord tot het Congres over de Nederlandse Vroomheid, gehouden te Gent in April 1952. Deze toespraak werd geplaatst tussen het werk van E.P. Stracke, omdat ze zo nauw aansloot bij de vorige bijdrage. Sommige blogs houden zich bezig met het fotograferen van bekende en minder bekende bibliotheken. De foto op bladzijde 86 is er één van de bibliotheek van het genootschap, een doorkijk door liefst drie boekenkamers. De prachtige in gelijke banden (her)ingebonden werken staan op zeer eenvoudige boekenplanken samengebracht, en de zwart-witfoto geeft zulk een heerlijk tijdsgebonden beeld van hoe een wetenschappelijke verzameling zich in handen van zéér geleerde wetenschappers voordeed.

Weerom moet ik dus boeken naast mekaar leggen, kruiselings lezen, en hopen dat mijn kleine verstand nog net groot genoeg is om toch een kleinigheid te begrijpen van hoezeer Vlaanderen in het interbellum een waar netwerk van literair intellect is geweest: zij die na universitaire studies hun vlaamsgezindheid trachten te verspreiden, deden dit hand in hand met de eenvoudige burger, die zijn vlaamsgezindheid trachtte te verheffen tot intellectuele verheffing. De Kerk verbond aan die beide aspecten nog haar apostolisch werk (de Vlaming was Christen, de Christen was Vlaming), hetgeen culmineerde in het befaamde AVV-VVK-motief. De culturele, religieuze, politieke en sociaal-intellectuele verheffing van de Vlaming was onontwarbaar. Dit boek is één van de zovele uitingen van deze denkwijze.

Het boek op zichzelf is een stevige hardcover, in groen kunstleer met gouden opdruk en bevat naast belangwekkende bijdragen van allerlei hooggeplaatste academici, politici en religieuzen, weer een aantal mooie en verhelderende foto's, een gegevensbron die steeds mijn onmiddellijke aandacht krijgen.

In het boek bevindt zich ook de papieren Feestwijzer van het Huldebetoon. Het welkom werd uitgesproken door Dr. Fil. J. Goossenaerts. Arhtur De Bruyne, ooit het voorwerp van een bijdrage in deze blog, waar hij ondermeer een levensbeschrijving van Dom Modest Van Assche geschreven heeft, schetste het leven van Pater Stracke. Een muzikaal intermezzo werd door het Akademisch Muziekgezelschap.

Daarna kwamen er groeten uit Frans-Vlaanderen, door E.H. J.M. Gantois, en namens Noord-Nederland sprak dhr J.P.M. Meuwese, burgemeester van Hilvarenbeek dezelfde wensen uit. Ook Drs. J. Van Overstraeten, algemeen voorzitter van de Vlaamse Toeristenbond, Prof. Dr. W. Opsomer namens de Vlaamse intellektuelen, en Z.E. Pater Dr. Dhanis namens het Gezelfschap van Jezus deden hetzelfde. Een tweede muzikaal optreden rondde dit gedeelte af.

Mevrouw Dr. Jur. L. Dosfel, voorzitster van het Inrichtend Komitee en van het Komitee ter Aanbeveling las het Huldeadres dat onder haar leiding opgesteld werd, en niemand minder dan Z.E. Pater Callewaert las de feestrede.

Er werd nog een omhaling gedaan ten voordele van de Indiase Missiewerken van Pater Stracke, waarna het Slotwoord door de voorzitter werd uitgesproken. Willem De Meyer, muziekleraar dirigeerde de samenzang van het Wilhelmus en de Vlaamse Leeuw.

Een tweede toevoeging aan het boek is zo mogelijk nog mooier: de statiefoto van Pater Stracke, die vooraan in het boek opgenomen is, en die bovendien ook prijkt op de geciteerde Feestwijzer, steekt nog als los document in fotografische druk nogmaals in het boek. En, niet onbelangrijk detail, het boek is door de Pater zelf ondertekend op 21/10/56.

Toevoeging: morgenochtend spurt ik naar de zolder, om er het vierde deel van Ten Huize Van, van Joos Florquin te halen. Dat deel bevat namelijk een interview met de toen negentig-jarige Pater Stracke, iets dat ik in de jaren zestig reeds gelezen heb, maar waar ik geen iota meer van weet. Lezen maar!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen