Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




zaterdag 21 augustus 2010

laten bezinken

Trop is teveel, en teveel is trop. De vakantie heeft me overstelpt met zoveel nieuwe boeken in mijn bibliotheek, dat ik er even de rem moet op gooien. Boeken willen bezitten omwille van het boek is niet de goede ingesteldheid. En ik wil een eindje alleen maar lezen. Vergelijken. Uitleggen. Vragen. Zoeken.

Maar de laatste aankoop die ik gepleegd heb is er één die er wel mag zijn. Daarbij zijn een paar belangwekkende werken tot mij gekomen, en ze zullen gekoesterd worden.

Het hele verhaal begon, toen ik de zoekterm "Michel Van der Plas" indiende bij Tante Google. Zij verwees me naar een verkoper die het standaardwerk over Jozef Alberdingk Thijm in zijn bezit had, en waarvan hij beweerde dat het boek in een haast vlekkeloze staat was. Hij wou het mij wel verkopen, maar vroeg toch nog even naar mijn zedelijke kwotering, vraag waarop deze brave jongen uiteraard steeds voorbereid is. "V!", antwoordde ik in vlekkeloos latijn, en meteen was de koop gesloten. Doch een overzicht van zijn andere aanbod deed me toch even naar adem happen.

Maar laat me maar even het boek ter hand nemen, en beschrijven wat ik hier zie. Een boek waarbij het van de verkoper bijna een belediging voor het boek was alleen maar over vlekkeloos te spreken. Het werk is in meer dan vlekkeloze staat. Het is nieuw, zonder meer. Maar uit een half woord kon ik opmaken dat dergelijke boeken als geschenk vaak in een bibliotheek terechtkomen, en bij het liquideren van die bibliotheek alleen maar stof verzamelen. Ze komen in een lot terecht bij een verkoper, die dan naargelang van zijn ingesteldheid munt tracht te slaan uit zijn verworven schat, en eerder de euro dan wel Mark, Frank of Danny in acht nemen bij hun beslissing tot verkoop. Deze man was er eerder blij mee dat een bibliofiel en literatuurliefhebber zijn boek overnam, en geen verzamelaar, geen doorverkoper. Wees ervan overtuigd: het zal gelezen worden, bestudeerd, zoals ik nu doe met zijn evenknie "Mijnheer Gezelle", van dezelfde auteur en even standaard geworden als het gaat over het leven van de dichter, als het werk van Jozef Boets standaard is voor wat de omschrijving van zijn dichtwerk betreft.

In een lezing over heuristiek als middel om de gegevensbronnen voor een studie op een degelijke manier te verzamelen, las ik enige dagen geleden dat het niet slecht was een nieuwe bron, vóór gerichte lectuur een keertje diagonaal door te nemen. En steekproefgewijs zocht ik achteraan in het namenregister uiteraard de naam Gezelle op. Dit leverde me op enige minuten tijd twee mooie vondsten op. Zo zou Jozef Alberdingk Thijm net zoals Gezelle mogelijk met het idee van het oprichten van een dichterschool rond zijn persoon gespeeld hebben. Bij het oprichten van een volksalmanak in 1851 kreeg hij van een groot aantal aangeschreven medewerkers carte blanche voor het verbeteren van ingezonden stukken. Hij was er dus van overtuigd dat zijn medewerkers vorming nodig hadden in  hun dichtwerk, hetgeen hem meteen een status zou bezorgen van dichtgoeroe, zoals ook Gezelle in Roeselare in zijn dromen zag gebeuren, enige jaren later. Toch maakten zij pas later kennis, zoals blijkt uit een ander fragment, gerelateerd aan Gezelle. Toen de vader vlak na Pasen op sterven lag, en de sacramenten ontving, schreef Jozef aan Gezelle, die omschreven wordt als een "pas verworven relatie in Vlaanderen" een vriendenbede aan Prof. Guido Gezelle, opdat hij een memento aan den Goeden God wil opdragen, ter verkrijging van eenige verlichting in het lijden van mijn 69 jarigen vader, die de laatste H.H. Sacramenten heeft ontvangen.  Afgezien van de persoonlijke inhoud van die zending, blijkt het dus dat het idee van een dichterschool bij Gezelle geen nieuw idee was. En was het geen almanak die Thijn uitgaf? Dat soort van uitgave is later voor Gezelle ook het voorwerp van zijn activiteiten geweest.

En als je je ogen dan even laat rondglijden, zie je op de tegenbladzijde meteen de verklaring voor een bepaald woord, dat je bij de lectuur van een totaal ander werk toevallig tegen gekomen bent, en waar je met de beste wil van de wereld geen weg mee wist.

Ik citeer bladzijde 266: Liepen zij op zulke momenten niet in de pas met plaatselijke kerkelijke autoriteiten als bisschoppen en pastoors, dan werd op hun openbare woord aanzienlijk minder prijs gesteld. Zo oordeelde trouwens ook het kerkvolk. Thijm zou het zijn verdere leven tot zijn schade en schande ondervinden. 'De geestelijkheid' was als zodanig sacrosanct, en een leek die daar vrijmoedig tegen in opstand kwam had het bij voorbaat verkorven.  Sacrosanct? Ik weet het nu, met dank aan Michel Van der Plas.

Ik wil niet voorlopen op de literatuur van beide boeken, maar voorspel wel een hete winter. Want er ligt naast deze twee kanjers echt nog meer op me te wachten.

Zo is er uit diezelfde aankoop ook een leuke verzameling boeken tevoorschijn gekomen, die met twee grote Vlaamse figuren te maken heeft. Enerzijds heb ik de verzamelde werken van Herman Teirlinck vastgekregen. Hier zie ik duidelijk wel sporen van lectuur, en dat kan me alleen maar blij maken. Deze zoon van Isidoor, en goede vriend van Ernest Claes, is niet de minste in de Vlaamse literatuur. Het lijkt me niet onaardig deze verzameling werken in één klap aan mijn bibliotheek toe te voegen.

Maar vooral de verzamelde werken van Cyriel Verschaeve kunnen mijn hart verwarmen. Ik zocht er al lang naar, maar heb de prijs altijd vrij hoog gevonden, hoewel er een enkele tegen een gemodereerde prijs te krijgen was, of nog steeds is. Maar ik aarzelde, en dat is mijn geluk geweest. Dit verzameld werk is veel meer dan dat. Het geeft ook een overzicht van het leven van de priester-dichter, en een analyse van zijn werk, iets dat ik op een natuurlijke wijze als hand in hand gaande onderwerpen zie.

Evenzeer mag ik me de fiere eigenaar noemen van "Guido Gezelle's Dichtwerken", van Prof. dr. Frank Baur uit 1943. Het werk werd aan de vorige eigenaar geschonken, of door hem verworven op Paschen - April 1944. Beide boekdelen dragen deze datering, en de handtekening van de eigenaar. Zoals dat wel eens gebeurt, laat iemand in een boek iets achter dat iets, of niets vertelt over hemzelf (of haarzelf). Tussen de bladzijden 374 en 375 van deel I steekt een gedroogde bloem, die op een zeer degelijke manier gedroogd was, alvorens in dit boekdeel te mogen verblijven. Ik ken de bloem niet, de kroonbladen zijn zeer groot ten opzichte van de kelk, maar een kleur kan ik niet meer bepalen. Er zijn inderdaad geen vochtvlekken die het boek zouden ontsierd hebben. Maar...

Aangekomen bij bladzijde 571, de titelbladzijde van "Laatste verzen" in deel II, zie ik wel vochtvlekken, en deze zijn onmiskenbaar toe te wijzen aan onzorgvuldig gebruik als droogboek voor een ander bloemetje. Ik blader verder, en tussen bladzijden 574 en 575 steekt nog het onschuldige bloemetje, dat echter tesamen met een zusje op die wijze voor de eeuwigheid, of toch niet veel minder, bewaard mag worden. Het zijn boterbloemetjes, daar bestaat geen twijfel over, en zij illustreren op één of andere wijze het gedicht "'t Er viel 'ne keer".

De afdruk die beide bloemetjes gemaakt hebben, zijn echter zo zuiver, zo mooi, dat je hetzelfde effect niet zoudt kunnen bereiken als je het erom zoudt gedaan hebben. Ze verhogen eerder de waarde van het boek, dan het te verlagen. Was echter de eigenaar zo onzorgvuldig, of hebben zijn kinderen of kleinkinderen deze toch voor hen anders zo nutteloze boekdelen gebruik om in kinderlijke onschuld hun botanische kennis te vergroten? Ik zal het nooit weten, maar het bloemetje blijft wel op zijn plaats. Deze Gedichten komen wel op een ereplaats te staan.

Ook een merkwaardigheid over het werk van Aug. Vermeylen (boek dat ook die naam draagt) is me toegevallen. Het boek is niets anders dan een volledige of zo volledig mogelijke analytische bibliografie van August Vermeylen. Zeer degelijk werk, dat jaren van intensieve arbeid gekost heeft om samen te stellen. Weer iets om regelmatig naar terug te grijpen.

Wat er nog zo allemaal in het totale lot stak, dat ik meegebracht heb, laat ik voorlopig nog even in het midden. Om het thuis te krijgen was alleen een autoritje naar Oostende de oplossing. De totale vracht bedroeg drie volle kartonnen fruitdozen. Daarin steken nog een aantal belangwekkende zaken, maar die laat ik voorlopig nog een beetje onbesproken. Op momenten dat het studeren me tegensteekt, zal ik misschien nog eens een verdere beschrijving van sommige werken geven. Nu wil ik eerder een beetje televisie kijken. VTM of zo moet toch aan zijn kijkcijfers komen.

Oudenaarde groet Oostende.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen