Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




zondag 5 juli 2009

Oproep: Davidsfonds, Kadoc en gijlie

Het toeval bestaat niet, tenzij dit per toeval een foute uitspraak is.

Een paar dagen geleden heb ik een mail gericht aan het Davidsfonds, met het verzoek mij zo mogelijk wat informatie te bezorgen over de Vlaamse auteur Rob.(ert) de Graeve. Van een oud-stadsgenote,(Oost-Vlaamse versie), die daar een functie bekleedt, kreeg ik een aangenaam antwoord, met helaas ook een verwijzing naar twee andere adressen waar ik meer te weten zou kunnen komen. Het blijkt namelijk dat het archief van het Davidsfonds sinds enige tijd beheerd wordt, en uiteraard ook voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt, door het Kadoc.

Een plotse inval bracht mij tot een aha-moment, en ik deed een mailtje naar een andere oud-stadsgenoot (Limburgse versie), en schoolmakker, die in datzelfde Kadoc een functie bekleedt, en ja hoor per mail, en een paar dagen later per brief, kreeg ik een positieve reactie.

Spijtig genoeg moeten beide instellingen toegeven dat het bewuste archief zeer arm is aan gegevens betreffende de bedoelde auteur. Maar dat doet niet af aan hun goede wil om mij in mijn amateuristische oproep te helpen en te steunen. Hetgeen hopelijk niet begrepen wordt als een oproep om voor elk wissewasje die mensen te gaan lastigvallen.

Via de website van het Kadoc heb ik me ook ingeschreven voor de E-nieuwbrief, en hier komt mijn bedenking betreffende het toeval in de titel en eerste regel van deze bijdrage naar voor. Het tweede artikel in de bewuste nieusbrief heeft als titel:
Publiceren 'Voor Godsdienst, Taal en Vaderland', en geeft een korte en bondige indruk wat een wetenschappelijke instelling doet of moet doen met zulk een belangrijke archieven. Helaas is er eerst een oorlog overheen gedenderd, en in Leuven weten ze wat oorlog doet met papieren archieven: de volledige Universiteitsbibliotheek van Leuven is in '14-'18 bij een oorlogsactie in de vlammen opgegaan. Ondermeer de zo belangrijke stichtingsacte van de Universiteit is daarbij verloren gegaan. Ook de archieven van het Davidsfonds zijn om diverse redenen in oorlogstijd uitgedund. En daardoor is een stuk wetenschappelijke kennis en informatie voorgoed verloren.

De uiterst sumiere levensbeschrijving van Rob. de Graeve, en zijn verspreide bibliografie zijn me nu bekend, maar geven me een te beperkt overzicht om me daar bij neer te leggen.


Oproep aan alle lezers van deze blog.

Als u beschikt over of kennis hebt van het bestaan van om het even welk stuk papier of een archiefstuk van welke vorm dan ook, dat verband houdt met de naam en de persoon van Rob. de Graeve, hetzij manuscripten, brieven, drukwerken, kunstwerken of copies van die kunstwerken, artikels in kranten of tijdschriften, foto- of filmmateriaal, klankopnamen of mondelinge mededelingen van personen die op welke manier dan ook kennis hebben gehad van deze persoon, worden verzocht dit aan mij te melden op de mailbox :


In de volgende dagen ga ik ook de FOD bevoegd voor het onderwijs, de Universiteit Gent en een paar Stedelijke diensten van de plaatsen waar de auteur gewoond of gewerkt heeft, contacteren met het verzoek hun archieven te mogen raadplegen.

Rob de Graeve werd geboren in 1898, en was een leraar, en later inspecteur voor het lager onderwijs. Vanuit zijn beroepssituatie was hij bijzonder geangageerd om educatieve literatuur voor de jeugd te promoten, en vanuit deze ingesteldheid heeft hij enige jeugdboeken geschreven, die tot doel hadden het leven en werk van een paar grote Vlamingen op aangepaste wijze bij zijn publiek te brengen. Zijn werk had geen grote wetenschappelijke aspiraties, het ging de auteur voornamelijk om het promoten van door hem belangrijk geachte basiskennis voor een ongevormd publiek.

Ander werk van hem betrof de pedagagische benadering van het onderwijs. Ondermeer de belangrijke Nederlandse denker Jan Ligthart heeft zijn bijzondere aandacht genoten. Tesamen met zijn boekje "inleiding tot de Ligthart-studie", is "De nieuwe school" een bewijs dat hij bijzonder begaan was met de essentie van het onderwijs zelf.

Deze auteur verdient een volledige monografie, en het ligt in mijn bedoeling de basisinformatie hierover samen te brengen. Ik weet ook wel dat ik niet de vorming heb om een definitief werk in die zin te brengen, maar als ik voldoende matieriaal in handen kan krijgen, ligt de weg open naar een volgend stadium.

Het is nutteloos mij links door te sturen, daar ik via Google toch wel een kleinigheid heb opgespoord.

Aan iedereen die me een bijdrage kan leveren, alvast mijn hartelijke dank.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen