ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

vrijdag 31 juli 2009

Verborgen schatten

In het verleden heb ik ooit de verzameling X aangehaald, die me door omstandigheden in handen gevallen is. Een groot aantal titels die nu niet meer zo populair zijn, maar die in het verleden toch behoorlijk wat lezers aangetrokken hebben, heb ik in mijn electronische bibliotheek reeds opgeslagen. Bij opruimingswerken ben ik nog op twee dozen niet geïnventariseerd leesmateriaal gestuit. Hoofdzakelijk technische leerboeken van een ingenieur, of altans een zeer geïnteresseerd technicus, zoals uit de titels blijkt. Om die reden, namelijk het niet literaire karakter van deze werken, zijn ze ten eerste nooit uit de kisten gekomen voor een onderzoek, zoals ik meestal een boek doorlicht. En ten tweede omwille van plaatsgebrek, en de redenering dat bij het eerstvolgend bezoek aan de kringloopwinkel ik de meest bekijkbare boeken nog zou meenemen, terwijl de andere een zachte dood zouden sterven in de papiermolen, heb ik nooit de moeite gedaan om de boeken aan een nader onderzoek te onderwerpen.

Maar een plots bij mijn zoon uitgebroken opruimwoede, die tot gevolg heeft dat we ons in de "werkplaats" weer zonder rugbedreigende kwetsuren kunnen voortbewegen, en zelfs halverwege kunnen terugkeren, zonder het voorgeschreven parcours te moeten afleggen, omdat omkeren tot aardverzakkingen dan wel lawines zou geleid hebben, deed de bewuste dozen belanden in de categorie: weggooien of toch nog maar houden?

Dat was een gelukkige keuze, want tussen al het technisch geweld lag er zowaar een boek, dat ik in 2004 even bekeken heb, maar in de haast van het onderzoek van meer dan 250 titels bleef dat beperkt tot de titel en het oppervlakkige uitzicht.

Dit nietszeggende boek van meer dan een kilo heet Arbeid welvaart en Geluk der Menschheid, van het overigens haast onbekende auteurtje H.G. Wells. En vandaag heb ik dan maar besloten het te klasseren onder de verborgen schatten.

Dat H.G. Wells ook wel een beetje SF en fantasy geschreven heeft - zoals The Timemachine, gelezen toen ik 15 was, The Invisible Man, gelezen in ongeveer dezelfde periode, en The War of the Worlds, veel te laat gelezen, en ik zag het verband niet meer met de beide voorgaande titels - was mij dus wel bekend, maar bij het bekijken van dit boek moet me dat en ook het bestaan van de voorgaande titels niet onmiddellijk ingevallen zijn. Maar behalve verzinner van leuke verhaaltjes, was H.G. Wells ook een denker, die tijdens een ontmoeting met Rabindranath Tagore in 1930 een lang en filosofisch onderhoud gehad heeft, dat zijn visie op de mensheid grondig in definitieve banen geleid heeft. Het werk dat ik nu in handen houd, is het rechtstreeks gevolg van dit gesprek. Om het echter te kunnen schrijven, heeft hij hulp moeten zoeken bij zijn eigen zoon, Dr. G.P. Wells, bioloog, en bij zijn vriend, prof. Julian Huxley,
de kleinzoon van zijn vroegere leraar biologie en broer van Aldous. Tesamen stelden zij het boek: De Wetenschap van het Leven samen, en onvermijdelijk moesten zij ook een economische benadering van het menselijk handelen beschrijven: dit boek.

Het is een voorbijgestreefde visie, iets wat met dit soort van boeken steeds het geval is. Je kunt je dan ook niet ontdoen van het vraagstuk van de veroudering: wat vertelden zij en hoe vertelden zij wat? Welke punten blijken bewaarheid te zijn in de huidige realiteit? En wat is er toch maar SF gebleken? Het zijn allemaal interessante vragen, die echter ook een zware inspanning vergen wil je tot een bevredigend antwoord komen, ook al omdat je te maken hebt met een visie uit het Interbellum, een tijd waarvan je eigenlijk maar oppervlakkig weet wat er echt op wetenschappelijk en filosofisch vlak leefde. Dat alles moet je eigenlijk zelf ook al moet gaan bestuderen, om de algemene tendens te leren kennen. En vervolgens moet je bovendien nog gaan vergelijken met de huidige toestand, om slechts dan gefundeerde conclusies te trekken... Loopt er ergens een Rabindranathje van een modern bouwjaar rond, die me vlug even wegwijs kan maken in de actuele filosofie van de wetenschap? Een Nobelprijs (in spe) is geen bezwaar.

Het copyright dateert van 1934, en de Nederlandstalige versie is een bewerking uit 1934 of 1935 door Rob Limburg, van wie tragisch weinig bekend is. Is verdwijnen in de plooien van de literaire geschiedenis een fatum dat al die Robs overkomt? Tante Google leert me bovendien dat er nog een paar andere geautoriseerde of minder geautoriseerde uitgaven gedaan zijn van dit werk, ondermeer door een Amsterdamse uitgeverij die zichzelf anarchistisch noemt! De verdere ontwikkeling van die maatschappij behoort op zich dan weer tot de geschiedenis van de Nederlandse pers.

En nog een knipoog naar mijn gewaardeerde vriend Perkamentus, die me de term "Ephemera" geleerd heeft: in het boekje steken twee reklamedrukwerkjes, van de uitgeverij waar ook dit boek verschenen is: de N.V. Servire te Den Haag. Je wordt aangemaand om eens een boek te schenken: "Geeft 'n boek". En alsof het niet opkon: een intekenbiljet, om ingenaaid of gebonden de volgende werken aan te kopen: Stormen, een geautoriseerde vertaling uit het Yslandsch door Dr. A. C. Kersbergen, en dat kon voor 0.90 Florijnen ofte ook voor 1.50 Florijnen; de oorspronkelijke roman van Elizabeth Reitsma "Droom en vuur" was beschikbaar, respectievelijk voor 2.50 dan wel voor 3.25 Florijnen; en Johanna Kuiper deed nog een duit in het zakje met "Een Klein Meisje in een Oude Stad" voor 1.50 resp. 2.25 Fl. Dat laatste is bedoeld voor jongens en meisjes van 8-12 jaar, en het gaat over een tocht naar "Florence" (grmbl) Firenze dus. Lekker belerend.

Dat zulke documentjes sinds 1935 tussen de bladzijden zijn blijven steken, is tekenend voor de ingenieur of technicus die dit werk gekocht heeft: hij heeft ook zijn naam in alle andere boeken geschreven, en zijn onmiskenbaar zorgzame hand heeft ze goed gedaan. De drukwerkjes waren en blijven er een onafscheidelijk deel van. Ook de leerling of student was voor zijn handboeken en naslagwerken geen sloddervos, maar een zorgzame jongen. Na 74 jaar oogt het nog steeds schitterend. De andere werken die ik teruggevonden heb, zal ik binnenkort bespreken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen