Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




donderdag 11 februari 2010

netwerken

Blogs zijn onderdeel van Het Netwerk. En netwerken moeten we allemaal, als we iets willen bereiken. Alleen doe ik het nooit.  Maar nu ga ik het even toch doen. Omdat de gelegenheid zo mooi is.

Het toeval wil namelijk dat ik hier voor me de Kroniek van Utrecht liggen heb, de Beknopte Geschiedenis van de Domstad in Jaartallen, door R.A. Hoogland Sr. Het gebeurt maar zelden dat ik dergelijke werken ter hand neem, omdat ze in hun uiterlijk zo toeristisch zijn, en de indruk wekken veel info in een goedkope verpakking te willen verkopen tegen een meestal te hoge prijs. Maar toch...

Utrecht is een voor mij zeer onbekende stad, waarvan ik wel de toenaam "Domstad" ken, waarbij ik ook het woord Dom weet te plaatsen, zodat ik niet de indruk geef dat ook nog te zijn. En dan is een chronologische opsomming van gebeurtenissen, feiten en namen, in een korte duiding, lekker meegenomen. De naam van de stad, Ultrajectum, met dezelfde wortel dus als die van Maastricht, was me voorheen nooit verduidelijkt: enerzijds kun je niet alles weten, anderzijds ben je er gewoon niet op voorzien om pakweg de etymologische wortels van de naam van om het even welke plaats na te gaan.  Dat doe je pas wanneer daar enige aanleiding toe is, of wanneer het toeval je bij de oplossing brengt, en de vraag dus na het antwoord bij je opkomt.

Zo zal het niet vlug gebeuren dat ik me, in de trein gezeten met gesloten ogen de rust overmeesterend die me overdag onthouden wordt door enige beslommeringen van financiële aard, waarvoor ik maandelijks een lichte vergoeding ontvang en die me het recht geven de titel van ambtenaar met waardigheid te dragen, dat ik me afvraag waar nu in hemelsnaam de naam van de gemeente Erps-Kwerps, dan wel Zichen-Zussen-Bolder of St.-Jan-in-Eremo vandaan komt. Nog minder hebben Utrecht, Zaltbommel of Overflakkee me tot wakkere aandacht voor de oorsprong van hun namen aangezet, zeker niet wanneer ik, gezeten in de trein enz.

Dat is dan ook logisch, want zoveel gemeenten, zoveel gehuchten, zoveel wijken en kerkdorpen, zoveel te verklaren namen.  Daar zijn dus ook dikke boeken over geschreven, die niemand leest, behalve de halve gare die alle namen in alfabetische volgorde wil verklaard zien, en meestal niet verder komt dan zijn eigen gemeente, enige opmerkelijke namen, zoals Erps-Kwerps, Zichen-Zussen-Bolder of Overflakkee, en een paar toevallige treffers die dan ook bij toeval in de schoot vallen.

Ik leer in dit boekje nog veel meer.  In 1202 bijvoorbeeld valt Graaf Dirk VII het Sticht binnen, maar wordt teruggeslagen. Heerlijk! Maar wie is Graaf Dirk? Wat is het Sticht, door wie wordt hij teruggeslagen? Waarom, bovendien, viel Graaf Dirk het Sticht binnen, hij kon er gewoon binnenwandelen, of als hij toen reeds een paard bezat, er binnen rijden? En welke misantroop sloeg deze vallende man terug? Hij deed toch niet meer als binnenvallen?

1247. Rooms-Koning Willem II wordt vereerd met het burgerschap van de stad. So what? Enige jaren geleden werd Eddy Wally vereerd met het EREburgerschap van zijn gemeente, waar hij bovendien reeds een leven lang woonde. En die brave man is bovendien reeds in Amerika geweest. Vraag eens aan RK Willem II of hij zelfs maar wist waar Amerika ligt? Om zijn gezicht te redden zou hij nog durven beweren dat dat ergens in de buurt van Indië moet zijn, misschien wel in Indië zelf...

Nee, de halfsluimertoestand die me in de trein steeds laffelijk overvalt, is geen goed medium voor eerlijke kennisgaring. Maar de man uit Utrecht met de grote liefde voor boeken krijgt hierbij  mijn beste groeten. Volg de gids!

Een zeer mooi artikel heb ik in mijn overzicht teruggevonden, komende van de hand van een man die (on)wetenswaardigheden beweert te verspreiden en deze toeschrijft aan een boekengekte. Maar het verwerven van een zeldzaam exemplaar van de heruitgaven door de Folio Society is een huzarenstukje dat ook anderen zal kunnen doen watertanden. Dat heeft ook niets met gekte te maken. Foto's zijn gewoon schitterend.  Welk gevoel moet dat geven een dergelijk werk in de witgehandschoende handen te mogen nemen... De man van Zweinstein zal dit ongetwijfeld ook gedacht hebben.

En dan is er nog Marjorie. Een lerares die al haar latijn steekt in het aanleren van de Latijnse taal aan een bende bevoorrechte jongeren, die waarschijnlijk niet weten welk een schat (letterlijk en figuurlijk) zij voor zich in de klas hebben staan, en de Latijnse kultuur en beschaving net zo goed als de Griekse blogsmatig over de wereld uitstrooit. Met de nodige knipogen, zoals de regelmatig optredende kameel, die ze bij wijze van geschoten bok kemel noemt.

Haar artikel over Erasmus van 24 januari kruiste het mijne, en de brief die de brave geleerde schreef aan een drukker die mogelijk iets voor hem kon betekenen, heeft voor mij een wereld geopend. Erasmus leefde in een wereld die net de boekdrukkunst zag wortel schieten, en hoopte op die manier zijn geschriften met enig succes te kunnen verspreiden in een grote oplage, waarbij hijzelf zich bereid verklaarde enige honderden exemplaren voor eigen rekening te willen nemen. Er was nog werk aan de drukkerij, als we die oplage even op de goudschaal leggen. De cicade sjirpt voort (of is die uitspraak ook een kemel voor de oud-bioloog die ik ben?), de geschiedenis, de literatuur, de kunst, de wetenschap van weleer zijn een eeuwenoude bron van steeds nieuwe verwondering. Nog zo één van die bloggers die mijn grootste bewondering meekrijgt.

Zo is het netwerk voor vanavond rond. Rond één boekje namelijk, dat verwijst naar een oude stad, maar dat evengoed de boekdrukkunst als reisgezel gehad heeft, en waar de naamgeving van geïnspireerd werd door de Romeinse bezetter.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen