ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

zaterdag 27 februari 2010

Martin Edwards

Niet langer dan een week geleden heb ik een bloglink toegevoegd in de linkerkolom  van deze nederige schriftuurplaats van een vrolijk schrijvertje. De link is genaamd "Do you write under your own name", en is de blog van een Engelse vriend-crime-auteur. Hij is niet de eerste de beste, en won reeds een mooie verzameling awards met zijn werken.
Het toeval wil nu dat ik in mijn avondlijke zoektochten naar interessante bibliotheken en hun catalogi, uitkwam bij St. Deiniols' Library, gelegen in het Lake District. Dat is een gekende streek voor gevordende literatuurliefhebbers. Menig auteur is daar neergestreken om in de landelijke rust ongestoord, zelfs ongemerkt aan zijn boeken te werken.

De Library zelf is een merkwaardige stichting, door niemand minder dan William Eward Gladstone zelf opgericht. Deze Victoriaanse politicus, die vier maal een mandaat kreeg om als eerste minister het land te besturen, was een persoon die als student in het befaamde Oxford de boekenmicrobe opdeed, en ze levenslang met zich meegedragen heeft.

Hij bouwde een gerenomeerde eigen bibliotheek op, voornamelijk over onderwerpen als Godgeleerdheid, politiek, kunst en wetenschappen. Hij hanteerde daarbij de filosofie dat hij boeken zocht (en vond) om een thuis te geven, en dat thuisloze boeken bij hem welkom waren. Het kon niet anders: op latere leeftijd besloot hij zijn gigantische bibliotheek voor de toekomst veilig te stellen, door ze aan een zelf opgerichte stichting te schenken, en mensen te motiveren zelf ook hun boeken aan deze instelling te geven. De huidige catalogus bestaat nu reeds uit meer dan 250.000 titels, waaronder zijn eigen briefwisseling, die in deze biblotheek bewaard wordt.

Vorige week vernam ik dat Martin Edwards zijn laatste boek, genaamd The Serpent Pool, zou lanceren in februari, en dat is inderdaad ook zo gebeurd. Niet langer dan van gisteren geleden (als je even voorbij kijkt aan de omstandigheid dat ik zoals gebruikelijk de laatste tijd het middernachtelijk uur uit het oog verlies: het is eens te meer reeds morgen) vond de voorstelling plaats. De persoon van Martin Edwards als auteur kan nergens beter weergegeven worden dan op Wikipedia. Ik bespaar me dan ook de moeite om een hoogst onvolledige levensbeschrijving in mekaar te flansen. Op donderdag 25 februari om 8 pm vond dit evenement plaats, en de bibliotheek van St Deiniols was gezien de lokatie van de gebeurtenissen die hij in zijn boek beschreef, een logische en zeer toepasselijke plaats.

Inderdaad, waar kan een jonge vrouw beter verdrinken dan in het Lake District? Drie van zijn voorgaande werken vinden hun verloop ook in die wondermooie streek. In het verhaal gaat de politie tegelijkertijd op zoek naar de moordenaar van een boekenverzamelaar die tesamen met zijn collectie de vuurdood stierf. Het geheel is nog al ingewikkeld ingepakt, met een mix van intermenselijke relaties, en verwijzingen naar Thomas de Quincy en de immer aanwezige schoonheid van het Lake District maken van dit boek een spannende puzzle die slechts in de allerlaatste bladzijden tot oplossing komt.

Het toeval heeft me naar de website van St Deiniols Library geleid, ik wist eerlijk gezegd niet dat het daar zou plaatsgrijpen, maar ik ben blij als een kind met de vondst. Er heen gaan zat er niet in, zover gaat mijn interesse in crime literatuur niet. En een blogschrijver is geen resencent. Maar de bibliotheek krijgt wel mijn aandacht.

Gezien mijn huidige interesse voor de persoon van Thomas More tikte ik in de catalogus deze zoekterm in, en ik kreeg 70 titels die deze naam weergaven.  Dan heb ik nog niet eens geprobeerd de latijnse variant van zijn naam te gebruiken, of alleen maar More. Dus ga ik de volgende week ook eens uitkijken wat zij daar over Erasmus te bieden hebben, en Henry VIII, of Kardinaal Wolsey en zovelen meer.  Louter voor het plezier van het lezen van de titels en de auteurs die zich met deze historische figuren bezig gehouden hebben. Van de boeken hoop ik dat ze me ooit naar deze bibliotheek zullen roepen. Ze mogen ook schreeuwen. Of fluisteren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen