ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

zondag 25 oktober 2009

Asterix en Obelix

Ze zijn vijftig jaar geworden, onze Gallische helden, en onvermijdelijk kwam daar een verjaardagsalbum van: Het Guldenboek, titel die volgens mij dan weer Het Gulden Boek moet zijn, het boek gaat namelijk niet over Guldens, maar het is (in overdrachtelijke zin) een gouden (gulden) boek.

Dit vierendertigste album (waarvan ik hoop dat het in de Latijnse taal uitgesproken wordt: album, niet elbum!, want Caesar sprak geen Engels, ook niet toen hij in het Gallische Brittanië was, daar werd me een taaltje gesproken..., maar geen Engels, want dat was nog niet uitgevonden.) is anders dan de rest. Aanvankelijk zijn alle figuren zelfs vijftig jaren ouder geworden, en hebben een massa kinderen en zelfs kleinkinderen. Maar de klok wordt vlug weer juist gezet, en we leren de wereld van deze helden op een andere manier bekijken.

Als A&O-fanaat van het eerste uur, altans, van het tweede uur, want zij zijn via het Franse tijdschrijft Pilote geboren in 1955, terwijl ik toen al een kerel van drie jaar was, heb ik deze strips dus gelezen vanaf het ogenblik dat ik ze zelf kon kopen en betalen. In een gezin met vijf kinderen en één kostwinnaar waren strips niet primordiaal voor het voortbestaan. Een paar Kuifjes, wat meer Suske en Wiske, geen Jommeke, vooral Nero kon, maar A&O? Nooit gezien in huis.

Pas toen ik in mijn laatste jaar middelbaar onderwijs aankwam, ontdekte ik de hilarische bende, en naast de Humo werd dus ook af en toe het nieuwe album gekocht met mijn weinige zakgeld. Ik weet zelfs niet of ik ze allemaal gelezen heb, maar dit weet ik wel: ik gierde en brulde van het lachen met hun grappen en grollen, en had nog het meest sympathie voor de onnozelste figuren uit de reeks: de notoir onbekwame kapers.

Dit laatste album heb ik dan ook met veel plezier gekocht, maar tot mijn grote afschuw moet ik merken dat de namen van een boel figuren om voor mij totaal onbegrijpelijke redenen plots veranderd zijn. Welke malloot heeft het in zijn hoofd gehaald Assurancetourix (Assurance tous risques) om te dopen tot Kakofonix... De originele naam liet uitschijnen dat het beter was een goede verzekering te hebben bij het beluisteren van zijn muziek. Het blijkt dat zo een aantal namen, die tot nog toe in de Nederlandstalige versie dicht bij de oorspronkelijke Franstalige versie stonden, plots allen zéér Engels moeten. Triestig, intriestig.

Daar waar een paar namen gewoon geniaal waren, waren de Nederlandse vertalingen soms zelfs nog beter: Hoefnix was een dubbele bodem, met een verwijzing naar het feit dat hij niet de beste vriend van de Bard was, en van hem geen gezang hoefde, gecombineerd met zijn beroep als smid, die wel eens hoeven besloeg, en hoewel ik mijn hand niet in het smidsvuur durf te steken, denk ik dat het beslaan van paarden een Gallische uitvinding was, om de paarden een vastere galop te geven wanneer ze voor de al even zo Gallische strijdwagen gespannen werden (jaja, Julius moest het toegeven: de zogenaamde Romeinse strijdwagens werden wel degelijk in Gallië ontwikkeld).

Ook de plaatsnamen op de kaart van Corsica zijn een belevenis op zichzelf, en verdienen een aparte studie, omdat iemand hier alle registers opengetrokken heeft om zoveel geniale fantasie los te laten.

Het is trouwens een even mooie belevenis al die namen van die personnages eens op Wikipedia te bekijken. Maar spijtig genoeg, als je dertig jaar lang of meer gewend bent aan zekere namen, is het onwezenlijk dat sommige personages van naam wisselen. Was die zoveelste knieval voor het Engels zo nodig? Wat hebben wij trouwens met die Engelse versie te maken?

Wat dacht je, zullen we voortaan Heer Bommel maar eens Meester Bijenwas gaan noemen? Of ineens Master Beeswax? Dat kan toch niet! Of om actueel te blijven: nu Jef Nys toch dood en begraven is, zullen we met dezelfde filosofie zijn in-Vlaams karaktertje Jommeke dan maar ineens Little Jimmy noemen?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen