ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

maandag 12 oktober 2009

Nieuwe Belgische Negociant - Nouveau Négociant belge

De grootvader van mijn echtgenote, de vader dus van mijn schoonvader, was een klompenmaker. Mensen van eenvoudige komaf, en uit de weinige overblijfselen die hij op de wereld naliet, hebben we recent een klein boekje gevonden, dat ten dienste van de handelaar stond, om het rekenen te vergemakkelijken.

Tellen was een ingewikkelde taak die niet iedereen gegeven was, en Snoek-Ducaju & Zoon, Drukkers-Uitgevers in de Veldstraat 8 en in de Rietstraat 70 te Gent hebben daar op gewiekste wijze een mouw aan gepast. Zij gaven een klein en handig boekje uit, de Nieuwe Belgische Negociant, en bezorgden alzo de handelaar die niet steeds het rekenen ten volle machtig was, een prachtig instrument om toch te weten hoe ze een prijs moesten berekenen op snelle en zekere manier.

Stel dat je 35 stukken van een goed aan 7 cent moest aanrekenen, dan hoefde je geen papier en potlood boven te halen, maar wel je "Negociant". Je keek op het blad 7, en op de lijn 35 vond je dan dat dit 2 fr. 45 ct behoorde te kosten.

Een éénvoudig tabellensysteem leidt je naar honderd stuks, vervolgens tweehonderd, enzoverder tot negenhonderd stuks, zodat de enigzins geoefende rekenaar meteen ook ingewikkelder hoeveelheden aankan. Want: stel dat je in plaats van 35 stuks er 335 moet berekenen. Dan tel je bij 300 maal 7 cent, dat is 21 frank, de overige 35 stuks die we aan 2 fr. 45 ct berekend hadden, en je hebt het: 23 fr. 45 ct.

De centen gaan bladzijdegewijs tot 99, en springen dan meteen naar 1,05, om vervolgens per 5 cent te stijgen. Ook hierbij moet er toch enig echt rekenwerk aan de dag gelegd worden om tot een goed eindresultaat te komen. De volgende stap gaat van 3 frank 95 naar 4 frank, om vervolgens per kwartje naar 5 frank te gaan. Daarna worden er stappen van 1 frank per bladzijde genomen.

Het boekje stopt bij 32 frank. Ik weet niet hoever het gaat, want zijn staat is niet zo best. Het heeft geen voor- of achterkant meer, en de binding is op de rug zichtbaar. Maar de bladeren zijn in uitstekende staat.

Niet langer dan 1 week geleden heb ik hetzelfde boekje zien liggen in het Heemkundig Museum te Wortegem-Petegem, waarvan de officiële naam Hambosmuseum luidt. Willy en Moniek Dhondt-Moerman baten dit Micromuseumpje uit in de vroegere stal, die later werd omgebouwd tot garage, en nog later de museumruimte werd.

Het echtpaar heeft er de meest diverse voorwerpen uit het dagelijkse leven van vroeger verzameld, en dat alles staat op een kluitje bijeen in een ruimte die niet meer veel bij kan verdragen. Maar de goede wil en het enthousiasme om de zelf opgebouwde verzameling aan de nieuwsgierige bezoeken te tonen is groot.

De meest diverse voorwerpen, die het agrarische, huishoudelijke en ambachtelijke leven van de gemeente, en dus eigenlijk van gans Vlaanderen illustreren, liggen er een beetje door mekaar, maar dat maakt ook deel uit van de plaatselijke charme: de initiatiefnemers moeten roeien met de riemen die ze hebben.

Je kunt er je tijd nemen, en als je dat doet, komt onvermijdelijk ook het moment om ontdekkingen te doen. Zo toverde mijn schoonvader, die me de weg naar het museum getoond had, het boekje dat ik hierboven beschreven heb uit zijn zakken. De conservator aarzelde geen seconde, grabbelde in een stapel boeken, en haalde eenzelfde exemplaar boven. Het boekje had nog meer geleden, maar had wel nog zijn omslag. En meteen stonden de twee mannen in hun plaatselijke dialect als vakmannen met mekaar te praten.

Nog mooier werd het moment toen hier of daar een klomp naar bovenkwam. Mijn schoonvader nam het ding met kennershanden vast, gaf de snede aan, noemde de houtsoort, legde uit waarom bij het klompenmaken soms beter wilg dan populier gebruikt werd, en zei toen met een onmiskenbare fierheid: dat is ne kloef die ikzelf nog beschilderd heb! En effectief, het kenmerk stond erin geslagen, en was door hem overschilderd. De beschilderingen bleken erop te wijzen dat het ging om een "geschenkklomp", die afgewerkter mocht zijn dan een doordeweekse werkklomp. De fierheid van de man van ondertussen meer dan 80 jaar, die dit karweitje net voor en tijdens de oorlog mocht/moest uitvoeren, droop van hem af. Terecht; als je eigen werk, het werk van je eigen handen in het museum ligt, staat meteen je eigen stempel in de gemeente geslagen.

Gezelligheid troef, een pintje of een wijntje naast de aangestoken kachel verhogen de gezelligheid, en je raakt zo aan de praat met om het even welke bezoeker, die elk een eigen verhaal te vertellen heeft. In de kleine wereld van een plaatselijk heemkundig museum verbaast het niet dat je dan iemand ontmoet die je in zeven jaar niet meer gezien hebt, en die een lieve vriendin blijkt te zijn met wie je nog in een vereniging samengewerkt hebt. De uren vliegen dan, en de tevredenheid die je voelt bij het weggaan, is met niets te vergelijken. Nooit is een museumbezoek voor mij zulk een feest geweest als die dag, vorige week.

Het enige nadeel is de beslotenheid. Slechts één dag per maand wordt er geopend. Groepen kunnen wel iets regelen, denk ik. Daar staat tegenover dat de toegang gratis is, en dat de tijd er niet gemeten wordt.

Of hoe een nietig boekje, waarvan ik via google slechts één exemplaar weet te vinden, garant staat voor een gevoel van absoluut plezier. Een zondagnamiddag is zelden plezieriger geweest dan die dag. Le Nouveau Négociant Belge heeft meteen zijn verhaal.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen