ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN

danny.bloemenhof@gmail.com

zaterdag 3 oktober 2009

Bruxelles, le 17/7/1946

Op 17 juli 1946 schreef Clairette aan haar vriendje een brief. Het gebruikte papier is ongelijnd, in ongeveer A4 formaat. De woorden zijn met potlood geschreven, en tonen een volwassen handschrift, maar als de inhoud misschien geen zwevend jongemeisjesgekakel is, lezen we evenmin een inhoudelijk goed geconstrueerd betoog.

De jongeman aan wie de brief gericht werd, was soldaat te Arlon, en ik ken wel iemand die in die tijd nog onder de wapens moet geweest zijn, en die een vriendinnetje had. Ik wist echter niet dat het vriendinnetje franstalig was, en in Brussel werkte als kindermeisje bij mensen die een groenten- en fruitwinkel hadden. Deze brief heeft een levenlang in een portefeuille gestoken, is verplooid en verkleurd, heeft vocht ontmoet en is voor een stukje onleesbaar geworden.

Bovenal is het een getuigenis uit een onomkeerbaar uitgedoofd verleden. Heeft Clairette, zoals zij terloops vermeldde, een job als téléphoniste gevonden; heeft zij door gebrek aan antwoord op deze brief een ander vriendje gevonden, die haar ijle verzuchtingen wel beantwoordde? Of is zij net zoals de soldaat ongehuwd gebleven, met een eerst bang, daarna bloedend hart?

Je hebt niet altijd een roman nodig waarin twee geliefden allerlei avonturen beleven, alvorens definitief in mekaars armen te vliegen. De realiteit kan soms zeer kort en hard zijn, zoals de oorlog die net voorbij was. Zoals een korte brief, die wie weet welke wegen bewandeld heeft alvorens zijn bestemming te bereiken, zodat een eventueel antwoord te lang op zich heeft laten wachten en onvruchtbaar gebleven is.

Het land was in herstel, en niemand bekommerde zich om een jonge soldaat of om een kindermeisje van franstalige middenstanders in het centrum van Brussel. Marchalhulp, steenkolen, economisch herstel, wederopbouw, processen tegen zwarten, de koning die niet meer in het land was... wat konden de amoureuze verzuchtingen van twee snotneuzen daar aan toevoegen.

Het spaarboekje dat ik bij dezelfde gelegenheid gevonden heb, en dat aan de soldaat toebehoorde, bewijst dat Clairette misschien een mooie toekomst had kunnen tegemoet gaan. Maar zo is de roman dus niet geschreven. De eerste zin luidde: Tout d'abord, il faudra m'excuser de ce long retard, et aussi de mon écriture au crayon. De laatste: Quand retournerez-vous en congé? Je retournerai peut-être pour le 15 août mais ce n'est pas encore fixé.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen