Air Classique

ALS JE DE DUIVEL WILT BESTRIJDEN, MOET JE ZIJN BOEKEN LEZEN
andebijk@gmail.com




vrijdag 19 juni 2009

Boschvogel, Aafjes, Prijs, Renard....

Het was een doorsnee ontdekkingstocht, zoals Stanley er vier per jaar maakte. Niets bijzonders, vlug even de Kongostroom volgen, of willen we vandaag eens "Livingstoneke vangen" doen? Op die wijze, zonder te zoeken, vind je.

Van F.R. Boschvogel heb ik eindelijk Niet wanhopen Maria-Christina gevonden. Een doorsnee Reinaert-uitgave (met zedelijke kwotering III-IV !), het gaat me vooral om de auteur en het boek, de uitgave laat me in dit geval koud. Het is wel spijtig dat Reinaert zo nonchalant is betreffende duidelijke jaaraanduidingen van de uitgave, of een nummering of reeksvermelding. In tegenstelling daarmee is het Davidsfonds heel wat systematischer en dus voor de zoeker of verzamelaar heel wat toegankelijker. Bij Louis Jacobs zie ik trouwens dat hij de titel schrijft als Marie-Christine. Dat kan natuurlijk, ik ken zijn uitgave niet, maar het intrigeert me wel.

Bertus Aafjes is een vruchtbaarder auteur dan ze ons op school voorgehouden hebben. Stom eigenlijk, hoe meer ik me in de literatuur verdiep, hoe meer ik tot de conclusie kom dat men ons op school nog minder dan het topje van de ijsberg wou laten zien. Toegegeven dat ik destijds nog niet ten volle rijp was voor de echte literatuur, ik was eerder in Winnetou en Old Shatterhand geïnteresseerd. Maar al vlug heb ik kennis gemaakt met andere lectuur, zoals Ernest Claes, later Stijn Streuvels, en op zekere dag is Jan De Hartog mijn pad opgewandeld. Het was de echte revelatie, het ontwaken uit de kinderdroom. Maar ook een paar Amerkaanse en Engelse auteurs hebben me grondig door mekaar geschud. Charles Dickens en vooral Herman Melville hebben me geschokt, de één door zijn trieste negentiende eeuwse beschrijving van bevreemdende sociale toestanden, de andere door zijn romantische beschrijving van de ondergang van een schip, zijn kapitein en zijn bemanning, waarbij een irreële haat het grondmotief was. Ik was zeventien, en besefte dat literatuur de wereld kon schokken.

Aafjes heeft dan weer letterlijk en figuurlijk andere paden bewandeld. Het enige pad, waarmee we als middelbare scholieren kennis gemaakt hebben, en waarover Aafjes gelopen had, leidde naar Rome. En dus is hij jarenlang als het synoniem van de voetreis door mijn literaire leven gegaan. Een voetreis naar Rome. In diezelfde periode leerde de geschiedenis ons dat de middeleeuwse mens uit West-Europa om volkomen diverse redenen een voetreis naar Compostella op een meer georganiseerde manier aanvatte. Rome, dat heeft heel wat minder legende om zich heen gecreëerd, omdat de pelgrims, eens op Italiaanse bodem, keuze te over hadden uit veel aangenamer steden, Firenze, om er maar één te noemen. Artiesten gingen wat later naar Rome om er de St. Pieters te zien, maar de kunst vonden ze in Firenze. Toscane of Lazio? De man van de voetreis schreef dit verhaal, dat opgedragen is "aan Baron Jaap van Wassenaer van Nederhemert, die mij in Florence het verhaal vertelde van De Fazant op de Klokketoren". Florence, ach ja, het moet zo nodig in het Frans, Firenze is voor mij een stuk beter, authentieker, maar als je in het Nederlands de naam van een Italiaanse stad noemt, doe je dat toch in het Frans?

Hendrik Prijs, zijn naam zij geprezen, bezorgt me zijn boekje (weer een Vlaamse Pocket) Het huis met de Glycines. Reeds in mijn bezit, maar nu in betere staat. En weer valt me de inleiding van Willem Elsschot op, die besluit: "Van deze schrijver kan, als van Mefisto, gezegd worden dat hij het bal leidt als een perfecte dansmeester."

Jules Renard heb ik ook al eens laten op de voorgrond treden, maar het boekje dat ik hier voor me liggen heb, is een merkwaardig iets: er staat een stempeltje in dat luidt als volgt: "Offert par le gouvernement Français". Het betreft Poil de Carotte, uitgegeven bij Garnier-Flammarion in 1965, een zeer verzorgd boekje, waarvan de rug spijtig genoeg van het voorplat gebroken is. Maar behalve merkwaardig, is dit boekje bijzonder informatief voor wie meer wil weten over Jules Renard: bij wijze van inleiding staat er een zeer uitgebreide chronologie van de auteur in, die op 46-jarige leeftijd overleed in 1910. En waar heb ik nog vorige week gelezen dat (en ik hoop dat ik de juiste naam citeer) Debussy een vijftal natuurlijke historietjes van hem op muziek gezet heeft?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen